De Burgerlijke stand van 24 juli.

Ferdi KÜBLER, (1919, Zwitserland)

Ze worden altijd in één adem genoemd de twee Zwitsers die allebei een keer de Tour de France wonnen, maar er zat een wereld van verschil tussen die twee. De fantastische atleet Hugo Koblet was van een verstilde schoonheid als je hem zag pedaleren alsof het geen moeite kostte. Ferdinand Kübler, ook wel bekend als Dolle Ferdi en de Adelaar van Adliswill, was daarentegen een en al gepassioneerde actie als hij fietste. Alles bewoog aan hem en hij schreeuwde zichzelf vooruit alsof de duvel hem op de hielen zat. Koblet overschreed grenzen door zijn ongelooflijke talent, terwijl Ferdi barrières nam omdat hij dat van zichzelf moest. En als zijn talent en krachten daar soms niet toereikend voor waren, dan werd een onvoorstelbaar karakter ingeschakeld om het doel alsnog te bereiken. Om zich te harden hield hij er een Spartaanse levenswijze op na en hij ontzegde zich alle kleine dingen die het leven aangenaam maken. Hij was 18 jaar beroepsrenner en hij fietste in die jaren een erelijst bijeen om van te watertanden. Hij was de wereldkampioen van 1951, nadat hij een jaar eerder de Tour de France had gewonnen. Hij won de Ronde van Zwitserland en die van Romandië, de etappekoers waarvan hij na zijn carrière jarenlang koersdirecteur was. Hij was twee keer Zwitsers kampioen en hij won klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik (2x), de Waalse Pijl (2x) en Bordeaux-Parijs. En hij won vier maal de wisselbeker Desgrange-Colombo, de toenmalige wereldtrofee. Zoals Ferdi een legende is, zo is ook de Tour die hij won legendarisch geworden. Het verhaal van de dramatische opgave van Gino Bartali, en de gehele Italiaanse squadra inclusief geletruidrager Fiorenzo Magni, is een gebeurtenis die vaak is beschreven. En er was natuurlijk het prachtige verhaal van Abdelkader Zaaf en zijn plataan. Dat speelde in de dertiende etappe van Perpignan naar Nimes en dat was ook de dag, waarop Kübler een belangrijke stap zette op weg naar de Touroverwinning. Twee Algerijnen – Zaaf en Molinès – gingen al vroeg op avontuur en daarachter reed een drietal renners in de achtervolging. Dat waren de Fransen Rolland en Meunier en de enig overgebleven Nederlander in de Tour, Wim de Ruyter. Het was snikheet die dag en door gebrek aan water moest eerst Rolland lossen en later ook De Ruyter. Dit terwijl Zaaf Molinès moest laten gaan om aan de uitvoering van zijn legende te beginnen. Met nog 60 kilometer te gaan, ging Kübler op jacht naar het groepje Meunier. Hij was in gezelschap van de Belgen Ockers en Hendrickx. Kübler trok er flink aan, want Bobet, – naast Kübler en Ockers – de derde kanshebber op de eindzege, had de slag gemist. Rolland werd ingehaald en ter plekke gelaten en ze pikten even later De Ruyter op. Dit op het moment dat de hemel openbarstte en de regen overvloedig neerplenste. De Ruyter herstelde snel en bood Kübler zijn diensten aan. Ze maakten een afspraak en de Rotterdammer counterde alle aanvallen van Hendrickx. Molinès kregen ze niet meer te pakken en ook Meunier werd niet meer achterhaald, maar Bobet werd op een kansloze achterstand gereden. Enkele dagen later rekende Kübler in de tijdrit af met Stan Ockers en zo werd hij de verrassende winnaar van de Tour van 1950. Ferdi Kübler wordt vandaag 88 jaar en hij is sinds mei 2000 de oudste nog in leven zijnde Tourwinnaar. De nestor van een gezelschap van nog slechts twintig mannen, die in de wielersport het hoogste bereikt hebben. (Foto : archief Sport-Express)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Jhr. Gerard BOSCH VAN DRAKESTEIN (1887, overleden 20.03.1972, Nederland)

In de negentiende eeuw en het begin van de twintigste behoorden jonkheren en andere edellieden tot de fine fleur van ons land. Ze waren directeur, voorzitter, minister, burgemeester en ik weet niet wat nog meer, maar geen wielrenner. Maar Gerard Henri Dagobert Bosch van Drakestein was het wel en een hele goede. Zeer tot verdriet van zijn familie die hem dan ook op zeker moment in de ban deed, toen hij het ook nog waagde om met een gewoon burgermeisje aan te komen als zijn toekomstige bruid. Hij werd het zwarte schaap van de familie en hij stortte zich volledig in de wielersport. Hij was sprinter en dat is hij tot ver na zijn veertigste gebleven. Hij was maar liefst acht keer Nederlands kampioen bij de amateursprinters en vier keer in andere baan- disciplines. Met Maurice Peeters behaalde hij in 1924 op de tandem een bronzen medaille bij de Olympische Spelen. Met slechts een kleine toelage van zijn familie werd hij gedwongen te gaan werken en hij werd uitgever. Het blad Sport Echo was in de periode tussen de twee wereldoorlogen een veelgelezen sportkrant, dat voornamelijk werd volgepend door Bosch zelf en door de vermaarde sportjournalist Joris van den Bergh, de biograaf van Piet Moeskops. Toen Moeskops in 1926 in conflict kwam met de Nederlandsche Wieler Bond, ontaardde dat in een strijd waarin Sport Echo nadrukkelijk partij koos. Geen methode werd geschuwd om de vijand te treffen en dat leidde tot de ondergang van het wankele bondje. Daarvoor in de plaats kwam de Nederlandsche Wielren Unie (de tegenwoordige KNWU) en een van de oprichters was Bosch van Drakestein. Lang heeft hij niet in het bestuur gezeten, want hij was een lastige, querulanterige man die met iedereen vroeg of laat ruzie kreeg. Ook met zijn medebestuursleden en met Van den Bergh. Nadat hij zich eerst fel had verzet tegen de uitsluiting van joodse atleten bij de Olympische Spelen van 1936, begon hij sympathieën te koesteren voor het nationaal-socialistische gedachtegoed. Hoewel geen lid van de NSB, schreef hij dingen waar je haren nu nog van overeind gaan staan, maar hij is daar na de oorlog – voorzover mij bekend – niet voor gestraft. Hij werd een hoge ambtenaar bij het Rijksinkoopbureau en hij reed dagelijks in driedelig grijs op de racefiets door ’s Gravenhage op weg naar kantoor. Hij schreef tot zijn dood een veelgelezen column in De Kampioen van de ANWB over de techniek van de fiets en over het fietsen, waarbij hij een duidelijke voorkeur bleek te hebben voor bepaalde merken. Zo ook voor een Nederlands merk, waarmee hij zich in de fietsbranche een nieuwe bijnaam verwierf: Jonkheer Draak van Vredestein. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 24 juli geborenen zijn:

ARREITUNANDIA, Peio (1974, Spanje)
COEHORST, Leo (1938, Nederland)
DURANTE, Adriano (1940, Italië)
FUCHS, Joseph (1948, Zwitserland)
GRAAFF, Boudewijn de (1983, Nederland)
GRUNDLINGER, Hannes (1977, Oostenrijk)
HEIMANS, Levi (1985, Nederland)
MAAS, Piet (1927, Nederland)
MISSAGLIA, Gabriele (1970, Italië)
MOLLO, Enrico (1913, overleden 10.03.1992, Italië)
MORELON, Daniel (1944, Frankrijk)
ONGARATO, Alberto (1975, Italië)
PAUWELS, José (1929, België)
PEREZ ARRIETA, Aitor (1977, Spanje)
POELS, Lode (1920, België)
RHEINWALD, Henri (1884, overleden 24.04.1968, Zwitserland)

Door Fred van Slogteren, 23 juli 2007 22:00

Kübler

In de Tour van 1954 stond na
de 5e rit een foto in de krant
van een winnende Ferdi Kübler.
In die tijd werd er niet echt
objectief verslag gedaan.Hein
van Breenen werd in deze rit
in winnende positie aan het
zadel getrokken door Kübler die de rit won en van Breenen
naar de 3e plaats verwees.Ook
Wim van Est werd door Kübler
geflikt en wel in Bordeaux -
Parijs waar Wim na een mooie
finale in 1953 nog werd gepasseerd door de bijzonder
sterke Zwitser na een gemaakte
afspraak onderling.Van dit soort incidenten zouden de
kranten nu vol staan.

Geplaatst door Bap van Breenen, 24 juli 2007 06:44:44

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web