Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Dit is de honderdste aflevering van deze rubriek en tevens de laatste. Toen ik ermee begon om wielrennende schaatsers en schaatsende wielrenners een podium te geven dacht ik naïef dat het met dertig afleveringen wel gedaan zou zijn. Hoezeer heb ik mij vergist, want ik zou nog wel even kunnen doorgaan, maar dat kan helaas niet.

Zeven winters lang heeft deze serie deel uit mogen maken van de Slogblog-familie. Uit den treure heeft de bezoeker van deze website de belangstelling moeten opwekken voor weer een verhaal over een meer of minder bekende sporter, die behalve een rondje schaatste ook wel eens een wielerkoers meepikte, of die als coureur ook wel eens de schaatsen onderbond.

Nadat er vorige week is teruggekeken op de speed-skating racing cyclists uit het buitenland, kan het niet anders dat het in deze laatste aflevering gaat over de Nederlandse beoefenaars van twee aan elkaar verwante sporten.

Hopelijk heeft deze rubriek bevestigd dat de liefde voor fietsen én schaatsen één van onze nationale tradities is, zowel in de topsport als in de breedtesport. Hoewel in het geval van de breedtesport het Centraal Bureau voor de Statistiek, dan wel het Sociaal en Cultureel Planbureau, daar natuurlijk nog uitspraak over moeten doen.

Ik denk dat die bevestigend zal zijn met sporticonen uit een ver en een minder ver verleden als Jaap Eden (foto 1), Rudi Liebrechts, Gerben Karstens, Jan Bols, Piet Kleine en Dries van Wijhe. En met huidige coryfeeën als Laurien van Riessen (foto 4), Janneke Ensing en Anne Tauber. Opvallend genoeg allemaal vrouwelijke vlaggendragers en met wimpel.

Omdat het nog altijd wachten is op een universitaire leerstoel voor het hoognodige fundamentele onderzoek naar schaatsende wielrenners vice versa volgt hier een bescheiden aanzet voor een officieel demografisch onderzoek. Uit welke provincies komen de schaatser-wielrenners die in deze rubriek aan bod zijn geweest?

Hier is het lijstje, dat misschien niet volledig, maar wellicht toch redelijk representatief is: Eerst naar het noorden: Uit Groningen komen: Jan Hendrik Koops en Tom Jelte Slagter. Friesland wordt vertegenwoordigd door: Marten Kingma, Arie Bouma, Jan Charisius, Sjoerd de Vries, Piet Schreur, Yep Kramer, Arjan Stroetinga, Wim Stroetinga, Sven Kramer en Anne Tauber. Drenthe is trots op: Jan Bols, Piet Kleine, Jan Aling, Dries Klein, Gert Jakobs, Herbert Dijkstra, Berden de Vries en Janneke Ensing

De oostelijke provincies laten zich ook niet onbetuigd met uit Overijssel: Bennie Groen, Reinier Paping en Henk Boeve, terwijl Gelderland kan bogen op: Bertus Kloosterziel, Hennie Hondeveld, Dries van Wijhe, Atty Duijn en natuurlijk de gebroeders Jan en Theo Bos.

Je zou het niet verwachten maar de meeste bekende dubbelsporters komen toch echt uit Noord- en Zuid-Holland. In Noord-Holland noteren we: Jan Feith, Jaap Eden, Coen de Koning, P.J. Adrian, Marius Strijbis, Willem Augustin, Coen Niesten, Piet de Wit, Co Giling, Gré Donker, Hans Langerijs, Jan Derksen jr., Axel Koenders, Ingrid Haringa, Peter Stevenhagen, Gerard Kemper, Steven de Jongh en Kai Reus.

Een behoorlijk rijtje waar Zuid-Holland getalsmatig nog overheen gaat met: Piet Zwanenburg, Wim van der Voort, Ger Bestebreurtje, Klaas Renes, Rudi Liebrechts, Gerben Karstens, Jan Pieterse, Leo Duijndam, Marcel Pennings, Peter Nottet, Jorrit Jorritsma, Rien de Roon, Jan Hordijk sr., Herman Perfors, Jan Kooiman, Ineke Kooiman-van Homoet, Piet Liefaard, Ruud Christoffers, Jan Hordijk jr., Jeroen Straathof, Erik Jan Kooiman, Ted Jan Bloemen, Laurien van Riessen en Jerrie Suijker.

Het zuiden kan hier in aantal niet tegenop hoewel er enkele heel grote namen tussen zitten. In Zeeland noteren we de broers Jaap en Jo de Roo en Noord-Brabant komt prominent uit de hoek met: Anton Verhoeven, Bas Maliepaard (foto 2), Tini van der Lee, Bas van Lamoen, Barry Adema, Bart van Hest, Arnold Stam, Marianne Vos (foto 3) en Ireen Wüst. Vooral die laatste twee leggen nogal wat gewicht in de schaal.

Het is opvallend dat de provincies Flevoland, Utrecht en Limburg geheel in deze opsomming ontbreken. Is er daar niet voldoende water dat kan bevriezen of zijn er geen kunstijsbanen? Er komen in ieder geval geen bekende schaatsers vandaan. Utrecht is ook geen echte wielerprovincie, hoewel de stad Utrecht zich op de smalle bandjes wel onderscheidt met het binnenhalen van de derde grote ronde in tien jaar.

Ook Limburg kent verzachtende omstandigheden, want hier heeft bijna twee jaar geleden iets unieks plaatsgehad op het gebied van smalle bandjes en gladde ijzers. Toen vond in Geleen namelijk een gelijktijdige uurrecordpoging op de fiets en op de schaats plaats, als een direct gevolg op een door mij in deze rubriek gedane suggestie. Het belangrijkste succes van uw nederige dienaar in zeven jaar. Helaas werd het in Geleen een geval van ‘ijs en weder dienende’, want door sneeuw en vorst moest de wielerbaan afgekeurd worden.

Ik dank u allen hartelijk voor het steeds weer willen lezen over de prestaties van al die wielrennende schaatsers en schaatsende wielrenners, want ik zou graag nog wat jaartjes zijn doorgegaan. Het is niet anders, Fred heeft de juiste beslissing genomen: stoppen op je hoogtepunt.

IJs en wieler dienende, Het ga u goed!

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Ad van der Linden, 15 december 2018 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web