Het balhoofdplaatje van Otto …

De gouden droom: is dat niet de drijfveer van iedere wielrenner, ja iedere sportman of -vrouw die vol goede moed aan competitiesport begint?

Wil diep in zijn hart niet iedere wielrenner ooit de Ronde van Vlaanderen, de Tour de France, het wereldkampioenschap of goud bij de Olympische Spelen winnen?

Velen komen weliswaar gaandeweg tot de ontdekking dat dergelijke exploten niet voor hen zijn weggelegd, maar anderzijds is er de vastberadenheid, de opofferingsgezindheid om door te gaan.

Die gouden droom najagen door jezelf te pijnigen, de maatschappelijke carrière uit te stellen om die droom maar te laten uitkomen. La rêve d'or, de gouden droom van iedere jonge wielrenner en -renster die droomt van het grote succes.

Die droom waarmaken en zijn of haar publiek imponeren en vermaken om geëerd worden. Het is verslavend, kijk maar naar winnaars als winnaars op leeftijd die er maar geen genoeg van kunnen krijgen. Toppers als Ireen Wuust, Sven Kramer en Robin van Persie.

Maar ook iemand als Ronnie O'Sullivan, de meest succesvolle snookeraar aller tijden en zevenvoudig wereldkampioen in die sport. Of Marianne Vos, die met al haar wereldtitels uit het verleden maar door blijft gaan.

Zij blijven de gouden droom najagen en het gaat ze niet altijd om geld. Zie hoe de schaatsers moeizaam rond moeten komen, en vergelijk de hockeyers eens met de voetballers. De drive komt gewoon voort uit eerzucht, verslaafd zijn aan succes.

Je ziet het ook bij onze jonge baanrenners, bij de nieuwe generatie schaatsers, de shorttrackers, Denise Betsema, Remco Evenepoel, Mathieu van der Poel. Ze willen wereldtitels, Olympische medailles en klassiekers winnen. La rêve d’or.

Zo kun je nog wel even doorgaan. Maar het zijn al die ambitieuze jonge topsporters die ons wekelijks vermaken geboeid houden met hun strijd. De gouden droom gaat echt om de eer.

Die gouden droom was ook de reden waarom Fred bijna dertien jaar geleden met de slogblog begon. Na een leven lang als wielerliefhebber wielerfeitjes, anekdotes en andere wetenswaardigheden te hebben verzameld wilde hij dat met anderen delen.

Hij liep ervan over en zijn gouden droom was om dat te delen met zoveel mogelijk wielerliefhebbers. Hij vond medestanders die elk op hun hun gebied hetzelfde wilden. Ik vond het een eer om al die jaren een van hen te zijn.

En nu dus dat afscheid en dat stemt me melancholiek. Partir, c’est mourir un peu ofwel ‘afscheid is een beetje sterven’. Dat is de eerste regel van een gedicht van de negentiende eeuwse poëet Edmont Haraucourt en het vervolg is (vertaald) een mooie levensles.

Afscheid is een beetje sterven,
Dat is sterven aan wat men lief heeft.
Men verliest een beetje van zichzelf,
in ieder uur en op elke plek.


Ik wens Fred een mooie verjaardag en nog vele jaren, en jullie allen goede kerstdagen en een gezond 2019, en vooral tot ziens op enig moment rond onze geliefde hobby.

Door Otto Beaujon, 14 december 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web