Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Met de eindstreep van de Slogblog in zicht wordt in de laatste twee afleveringen van deze winterserie over schaatsende wielrenners en wielrennende schaatsers nog eens kort teruggekeken op de verhalen die in zeven jaargangen zijn verschenen.

Daarbij ben ik kriskras door de wieler-schaatsgeschiedenis gegaan, zeg maar van Jaap Eden tot Laurien van Riessen, van Jan Janssen tot Kees Verkerk. Volgende week komen de Nederlandse schaatsers-wielrenners nog een keer aan bod. Maar vandaag is het de beurt aan de concurrenten uit het buitenland.

Die hebben namelijk eveneens kleur gegeven aan deze serie. Terugkijkend kan het volgende lijstje opgemaakt worden met eerst de Europeanen: België: Linda Rombouts; Bulgarije: Evgenia Radanova; Duitsland: Christa Rothenburger; Groot Brittannie: Cyril en Dennis Horn; Italië: Daniel Oss; Noorwegen: Wilhelm Henie, Hjalmar Andersen, Per Willy Guttormsen, Fred Anton Maier, Ingar en Ingunn Bollerud, Reidar Bohlin Borgersen; Oostenrijk: Ludwig Kronfuss, Christian Eminger; Rusland: Yevgeni Grishin; Tsjechië: Martina Sablikova en Zwitserland: Vicente Burgal.

Van buiten Europa heb ik aandacht besteed aan Canada: Gary Koning, Kevin Sirois, Sylvia Burka, Clara Hughes; Japan: Seiko Hashimoto, Maki Tabata en de Verenigde Staten: Sheila Young, Jim Ochowicz, Connie Carpenter, Beth Heiden, Connie Paraskevin, Eric Heiden, Chris Witty.

Op zeg maar het hoogste niveau van de schaats- en wielersport blijkt dat de meeste van de bovengenoemde landen tot één of hooguit twee min of meer bekende schaatsers-wielrenners komen, met uitzondering van Noorwegen, Canada en vooral de Verenigde Staten.

De Yankees leveren met Sheila Young en Beth Heiden zelfs twee buitencategorie schaatssters-wielrensters, die in beide sporten het hoogste hebben bereikt. Ook van de Canadese Clara Hughes en de Duitse Christa Rothenburger kan dat worden gezegd. In de gecombineerde schaats- en wielerwereld is er dus duidelijk sprake van 'girl power'.

Het buitenland levert ook nog eens de zonder veel twijfel beste schaatser aller tijden, Eric Heiden (foto 1). Behalve een ijspaleis vol met schaatstrofeeën heeft hij op de fiets ook maar even een Giro d'Italia uitgereden en is hij in de Tour de France van start gegaan en had die uitgereden als een val in de laatste week dat niet onmogelijk had gemaakt.

Ook al zijn we als chauvinistische kikkerlanders nog weleens geneigd te denken dat de combinatie van wielrennen én schaatsen toch vooral een Nederlandse aangelegenheid is, mogen we het buitenland waar het de kwaliteit van de schaatsers-wielrenners uit andere landen betreft, niet onderschatten.

Voor veel van die niet-Nederlanders is het gelijktijdig beoefenen van beide sporten op een hoog niveau van alle tijden. Zo was de Noor Wilhelm Henie, die later vader werd van de eerste kunstschaats-ster Sonja Henie, aan het eind van de negentiende eeuw een tijdgenoot en groot concurrent van onze Jaap Eden op zowel de schaats- als de wielerbanen.

Dat is lang geleden en je hoort vaak dat dat tegenwoordig niet meer zou kunnen, omdat het beoefenen van topsport dermate gespecialiseerd is dat het een het ander zou schaden. Onzin, zegt mijn oudste zoon en hij wees me op de Amerikaanse schaatsster-wielrenster Mia Manganello (foto 2).

Die won in februari van dit jaar tijdens de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea een bronzen medaille op het onderdeel ploegenachtervolging. Iedereen was toen al vergeten dat Manganello een jaar of tien geleden een van de beste Amerikaanse wielrensters was.

Daarom roep ik hoopvol uit: From the Narrow Tubes to the Sharp Blades For Ever!

IJs en wieler dienende, tot de volgende (en laatste) keer!

Foto 1: © Cor Vos
Foto 2: archief Ad van der Linden

Door Ad van der Linden, 8 december 2018 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web