Uit de ordners van Jan …

In de jaren zeventig werd de rust in mijn geboortedorp menigmaal verstoord door een peloton wielrenners met alles erop en eraan. Dat waren vaak de renners in Olympia’s Tour. Ik was er iedere keer door gefascineerd.

Op woensdag 25 mei 1977 was de aankomst van een etappe in Dieren en ik ging er nieuwsgierig met de trein naar toe. Voor het eerst zag ik de finish van een grote koers en genoot ik intens van de ambiance.

38 jaar later schreef ik op de slogblog over die voor mij onvergetelijke belevenis. Nederland was toen in de ban van de Molukse acties in Boven-Smilde en De Punt. Het weer was die dag zeer aangenaam en met twintig graden en een lekker zonnetje heerlijk fietsweer.

Zo dachten de 75 overgebleven renners in Olympia’s Tour er ook over toen ze in Schijndel op de fiets stapten voor de zesde etappe over 143 kilometer naar Dieren. Het klassement werd aangevoerd door Arie Hassink, op eerbiedwaardige afstand gevolgd door Frits Schür, beide bezig aan hun achtste deelname.

Een onderonsje tussen twee oudgedienden, hetgeen bondscoach Middelink tot de uitspraak verleidde: “Eigenlijk zou het niet mogen gebeuren dat oudere renners zo duidelijk de toon aangeven. Daarmee bedoel ik niks ten nadele van Hassink of Schür, maar wel gebrek aan beter op dit moment.”

De zege ging die dag naar de jonge Bart van Est uit Dinteloord. Na 69 kilometer gingen drie renners op avontuur. Dat waren de Batavus-renners Schipper en Verbeke in gezelschap van Gerrit Vixseboxse van de militaire ploeg. Pas in de finale ging het peloton jagen en ze werden nog bijna ingelopen.

Bijna want met nog maar tien seconden over vormden ze een mooie springplank voor Bart van Est en Jos Lammertink en toen die bij de koplopers aansloten, besloten de formaties van Amstel Bier en Jan van Erp tot een staakt het vuren. De voorsprong werd weer groter en in Dieren konden de vier met dertig seconden voorsprong om de ritzege sprinten.

Van Est was de rapste en liet in die volgorde Vixseboxse, Lammertink en Schipper achter zich. Veel consequenties voor het algemeen klassement had het niet, behalve dat Lammertink van de vijfde plaats opschoof naar de derde. Reden voor Herman Krott (foto 2), de ploegleider van de Amstel Bier-formatie om dik tevreden te zijn.

Niet ten onrechte want toen twee dagen later de laatste etappe was verreden, kon de joviale Amsterdammer in de Van Swindenstraat, destijds de traditionele aankomstplaats, de eindrekening opmaken met een meer dan batig saldo.

De oranje leiderstrui was voor Arie Hassink, zowel de groene puntentrui als de witte jongerentrui behoorden Leo van Vliet toe en twee man Hassink en Lammertink als eerste en derde op het erepodium. Bovendien had hij met de vijfde plaats van Van Vliet en de zevende van Jan Spijker vier man bij de eerste tien. Was dat wel helemaal eerlijk gegaan?

Daar werd ernstig aan getwijfeld en na afloop viel her en der het woord ‘combine’. De ploegen van Amstel Bier en Jan van Erp zouden na de etappes in de Limburgse heuvels een non-agressiepact hebben gesloten.

De ploegen, die na de laatste etappe met lege handen stonden, wisten het zeker: dit was geen zuivere koffie. Onzin vond Krott: “Van combine is geen sprake. Ik ben altijd blij als een renner van Van Erp in de kopgroep zit, want die willen altijd rijden. Wij hadden het waanzinnige plan opgevat om één twee en drie te worden. Dus dat sluit aardig bij elkaar aan.”

En wie durfde in die jaren een man als Herman Krott tegen te spreken? Niemand toch?

Foto 2: © Cor Vos

Door Jan Houtermn, 3 december 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web