Het balhoofdplaatje van Otto …

Een plaatje uit de oude doos, want voor de naam Petit-Breton moeten we heel ver terug in de wielergeschiedenis. Toen renners nog weleens schuilnamen gebruikten om hun ware naam geheim te kunnen houden.

De man die in het begin van de twintigste eeuw onder het pseudoniem ‘Petit-Breton’ aan wedstrijden deelnam, heette eigenlijk Lucien Mazan. Hij was wielrenner van 1902 tot 1914. Maar waarom die schuilnaam?

Lucien Mazan werd in 1882 geboren in Frankrijk, maar in 1890 emigreerden zijn ouders met het hele gezin naar Buenos Aires in Argentinië. Toen hij zestien jaar was, won hij een fiets in een loterij, en dat was het begin van zijn wielercarrière.

Mazan had talent voor de wielerbaan, en daar kon hij voorlopig zijn brood mee verdienen. Vader Mazan had echter liever gezien dat zijn zoon een fatsoenlijk vak zou leren (zelf was hij horlogemaker) en daarom gebruikte de naam Lucien Breton.

In die tijd waren er wel meer renners die het voor 'thuis' niet wilden weten dat ze wielrenner waren, zoals in Nederland jonkheer Bosch van Drakestein, die zich bediende van de naam Ulyssis en vele malen kampioen van Nederland was. Toen het uitkwam werd hij door zijn adellijke familie in de ban gedaan, waardoor hij moest gaan werken om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Lucien Breton werd kampioen van Argentinië, maar werd gedwongen om in 1902 naar zijn geboorteland terug te keren, omdat het Franse leger hem nodig had. Terug in Frankrijk voegde hij vanwege zijn geringe postuur het bijvoeglijk naamwoord ‘Petit’ (Klein) aan zijn schuilnaam toe omdat er meer renners waren die zich ‘Breton’ noemden.

Nog datzelfde jaar van zijn terugkeer werd hij tweede in de Bol d'Or, een hoog aangeschreven 24-uurs race om deze topkoers twee jaar later te winnen. In 1905 verbeterde hij het werelduurrecord met een afstand van 41 kilometer en 110 meter.

Dat jaar debuteerde hij in de Tour de France en werd vijfde. Het bleek een opmaat voor meer Toursuccessen, want in 1907 en 1908 won hij tweemaal op rij de Tour de France.

In 1912 startte hij opnieuw als favoriet, maar moest opgeven na een botsing met een koe. Ondertussen won hij Parijs-Tours, Milaan- San Remo en Parijs-Brussel.

De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan de wielercarrière van Lucien Mazan, alias Petit-Breton. Hij vocht mee aan het front en raakte meerdere keren gewond. In 1917, nog steeds in het leger in oorlog, botste hij als ordonnans frontaal op een auto en overleed op de leeftijd van 35 jaar.

Was Petit Breton in 1919 nog steeds een legende met een eigen wielermerk? Of zou het begin van de Eerste Wereldoorlog tevens het einde van het fietsenmerk betekend hebben?

Foto: archief dewielersite.net

Door Otto Beaujon, 30 november 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web