Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

In de Tour de France van 1952 presteerde debutant Jan Nolten uit het Nederlandse Limburg het om in de 21ste rit van Limoges naar Clermont Ferrand Campionissimo Gino Bartali eraf te rijden om daarna nipt van Fausto Coppi te verliezen.

De prestatie van de lange Limburger maakte in Italië grote indruk en hij kreeg een vererende uitnodiging om met een door hem samen te stellen Nederlandse ploeg naar de Ronde van Zuid-Italië te komen.

Nolten vroeg Toine Gense, de voorzitter van zijn wielervereniging als ploegleider en verder ging zijn trainingsmaat Hein Gelissen mee. De rest van de ploeg werd bij elkaar gescharreld en zo kreeg Piet de Vries uit Vlaardingen ook een uitnodiging.

Het was voor de meeste renners de eerste kennismaking met een buitenlandse etappekoers, ook voor De Vries. Ze kregen de instructie bij Nolten te blijven, maar die was totaal uit vorm. Al in de eerste rit liep lange Jan een achterstand op van meer dan twintig minuten.

Het was Coppi opgevallen dat die Nederlanders, en vooral die De Vries, wel wat konden en hij ging ’s avonds bij ze op bezoek in het hotel en kocht hun hulp omdat hij die ronde graag wilde winnen. Ze werden min of meer ingelijfd bij de Bianchi ploeg.

Daar werden ze in de watten gelegd omdat het qua verzorging en voeding een wereld van verschil was. Ze gingen steeds beter rijden. In de negende rit kwam Piet de Vries met de zegen van de almachtige Coppi in gunstige positie te zitten.

De rit eindigde op de Etna, de vulkaan op Sicilië, en op één kilometer van de finish had Vlaardingse Piet nog anderhalve minuut voorsprong op de achtervolgende groep. Hij droomde al van de overwinning en de daarbij behorende huldiging, maar het ging toch nog mis.

Zijn achterderailleur sloeg vast in de spaken en Piet werd overstoken en kwam pas als negende over de finish. Het had de overwinning van zijn leven kunnen zijn. Hij kreeg nog een beker mee omdat hij de eerste buitenlander was die over de meet was gekomen.

De fiets waarop hij die dag reed stond vele jaren in de kelder van het gebouw in De Spaanse Polder waar zijn bedrijf is gevestigd. Ik mocht hem in 2008 hebben. Er is in de loop der tijd veel aan gerommeld en hij zat zwaar onder het zaagsel.

Met het frame ben ik echter gelukkig omdat daarmee tegen de flanken van de Etna is op gezwoegd en hij een beetje naar Coppi ruikt. Het verhaal van de Ronde van Zuid-Italië hoorde ik van Piet zelf. Hij was toen een zeer vitale bejaarde van 85 jaar en nog elke dag in zijn bedrijf aan het werk.

Ik heb de fiets gerestaureerd en omdat Piet het zich niet kon herinneren hou ik het er op dat het frame destijds voor hem is gebouwd door de Rotterdamse oud-renner Bertus Lauwers. Ik heb daar twee redenen voor, want op de schuine zitbuis staat Louer, wat een een verfransing zou kunnen zijn van de naam Lauwers.

De tweede reden is steekhoudender omdat het een lugloos frame is en Lauwers was een van de weinige constructeurs die deze techniek toepaste. Het is daardoor een superlicht kader dat verder zijn tijd vooruit was omdat alle nokjes voor de kabels aangesoldeerd zijn.

Er zit één blad voor, niet ongebruikelijk in die tijd, maar achter zit een 6-pignon en dat was wel ongebruikelijk omdat de meeste renners van toen met vijf kransjes reden. Er zat een zadel van kunstleer op en die heb ik vervangen door een lederen zadel van Brooks met van die mooie koperen klinknagels.

Ook het stuur en de voorbouw moesten naar de tijd aangepast worden, vandaar het stuurtje van het Belgische merk Titan, met daarop de illustere namen van grote Belgische kampioenen als Sylère Maes, Marcel Kint en Briek Schotte. In latere versies is daar nog de naam van Rik Van Steenbergen bijgekomen.

In de jaren veertig en vijftig reed iedere renner met zo’n Titan-stuur. Het waren smalle stuurtjes om soepel door het peloton te manoeuvreren. Later kwam met erachter dat een breder stuur de longen meer ruimte gaf.

De remgrepen zijn van Weinmann en dat geldt ook voor de centre-pull remmen. Bij de zadelstropbout is een snelontspanner bevestigd en onder het zadel zie je een zee van ruimte om een pomp te kunnen plaatsen tussen de schuine zitbuis en het loopvlak van de achterband. De achterderailleur is van het type Grand Sport van het merk Campagnolo.

De fiets van Piet de Vries is een bijzonder exemplaar in mijn collectie en een aandenken aan de Nederlandse kampioen op de weg bij de amateurs in 1947, die in januari van dit jaar op 85-jarige leeftijd overleed.

Door Peter Ravensbergen, 20 november 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web