Uit de ordners van Jan …

Eddy Merckx is al meer dan veertig jaar mijn held. En dat terwijl ik de man nooit live heb zien fietsen. Tot de Tour de France van 1975 moest ik eerlijk gezegd niet zoveel van hem hebben. Dat veranderde dat jaar toen de onaantastbare held een gewoon mens bleek te zijn.

In 1974 maakte ik voor het eerst een uitslagenschriftje over de Tour. Eddy Merckx won voor de vijfde keer met overmacht en eigenlijk was er niks aan voor Nederland, voor geen enkel ander land eigenlijk. Joop Zoetemelk deed vanwege een zware val in de Midi Libre niet mee en dus gingen we alleen voor etappezeges.

Maar ja, Eddy Merckx won acht etappes en het eindklassement en voor de rest van de deelnemers was het een jacht op de kruimels. Ik kreeg nog net geen hekel aan die ongenaakbare Belg die een ander niets gunde. Mijn wens en die van vele niet-Belgen werd een jaar later verhoord.

In die Tour liep het ineens niet lekker met Merckx. Hij leek ineens niet meer onaantastbaar. De jonge Fransman Bernard Thevenet stak hem naar de kroon en wist die Tour zelfs te winnen. Bij Merckx ging de leeftijd een rol spelen, maar de reden waarom mijn aversie in bewondering verkeerde was die stomp.

Tijdens de beklimming van de Puy de Dôme, een uitgedoofde vulkaan in het Centraal Massief, toen Merckx door hagen publiek naar boven zwoegde, was daar plots die anonieme vuist die hem vol op de lever raakte. Ik zat als dertienjarige scholier voor de buis en zag het gebeuren.

Ik was verbijsterd, want dit was niet te begrijpen. Zoiets doe je toch niet? Merckx bleef fier overeind en hoewel hij bezig was de Tour van 1975 te verliezen voelde ik een grote bewondering. Hoewel hij veel pijn moet hebben gehad ging hij door, want opgeven zat niet in zijn aard.

Ik was vol bewondering en haatte ineens alle Fransen, chauvinistisch volk. Een paar dagen later werd mijn bewondering voor Merckx nog groter toen hij samen met de Deen Ole Ritter kwam te vallen en maar heel moeizaam krimpend van de pijn overeind kwam. Hij stapte weer op en reed de etappe uit.

’s Avonds bleek dat hij zijn kaakbeen had gebroken en nog slechts vloeibaar eten tot zich kon nemen. Hij had kunnen opgeven, maar dat deed hij niet. Hij stond tweede in het klassement, de Tourzege was onbereikbaar, maar als tweede in Parijs aankomen was ook lucratief en dat geld was voor zijn ploegmaats. Als hij op zou geven zouden die dat mislopen. Dus naar huis gaan was geen optie.

Deze twee voorvallen zorgden ervoor dat hij in de ogen van de dertienjarige Jantje Houterman een held werd van buitengewone proporties. De mens in De Kannibaal had zich getoond en ondanks die verloren Tour werd hij in eigen land vereerd als nooit tevoren. En ik, een jongetje uit Nederland, vereerde mee.

Ik begon fanatiek alles over Merckx te verzamelen wat ik te pakken kon krijgen. Krantenknipsels, foto’s, wielertijdschriften, programmaboekjes, alles kon ik gebruiken als de naam Merckx er maar mee van doen had. Tijdens de Tourweken nam ik zelfs een abonnement op een Belgische krant en ik kocht wekelijks een Belgisch wielertijdschrift. Mijn hele zakgeld ging er aan op.

In 1978 fietste Merckx vanwege gezondheidsklachten vrijwel geen enkele wedstrijd meer. Op 18 mei van dat jaar maakte hij zijn afscheid bekend. Hoewel niet onverwacht ging er toch een schok door de wielerwereld. Een fenomeen, de beste wielrenner aller tijden, stopte ermee. De Belgen vroegen zich zelfs af: “Is er een leven na Merckx?”

Ik besloot mijn leven na Merckx in te vullen en het begon als een werkstuk voor school, een paar pagina’s meer niet. Maar het liep in de jaren erna behoorlijk uit de hand. In totaal werd het een boekwerk met 360 pagina's vol met foto's, achtergrondinformatie en natuurlijk heel veel cijferwerk, voor mij als cijferfreak een absolute must.

Het werd een ‘project’ van ongekende omvang waar ik als tiener mee begon en dat ik als volwassen vent van 23 jaar in 1984 voltooide. Toen had ik het gevoel dat ik er iets mee moest doen want om het in mijn eigen boekenkast te zetten om het af en toe eens aan iemand te laten zien, leek me een daad van narcisme. Ik besloot mijn levenswerk aan de grote Merckx zelf aan te bieden.

Op de bonnefooi ben ik op een dag naar Meise gereden, het plaatsje nabij Brussel waar mijn held dagelijks te vinden was in zijn fietsenfabriek. Ik meldde mij zenuwachtig bij de receptie en hoorde dat mijn held niet aanwezig was. Het was een alleraardigste mevrouw (die naar later bleek Eddy’s vrouw Claudine te zijn) die me zei dat als ik halverwege de middag terug zou komen Eddy me graag thuis zou willen ontvangen.

Op van de zenuwen belde ik bij de fraaie villa aan met mijn boek onder de arm. De zenuwen verdwenen als sneeuw voor de zon toen hij een vriendelijke aardige man bleek te zijn, die alle tijd nam om het boek door te bladeren en zei blij verrast te zijn dat iemand uit Nederland zo'n grote fan van hem was. Natuurlijk was hij bereid met mij op de foto te gaan (foto 1). De andere foto is in 2007 gemaakt.

Dolgelukkig nam ik afscheid van de grootste wielrenner aller tijden, een man wiens erelijst nooit geëvenaard zal worden en die nog altijd een majesteitelijk gezag uitstraalt als hij ergens in de wielerwereld verschijnt.

Een gevolg van mijn heldenverering was dat ik altijd ben doorgegaan met het verzamelen van alles wat met Merckx te maken heeft, maar ook alles wat met wielrennen te maken heeft. Mijn verzameling omvat inmiddels vele boeken, vaantjes, munten, postzegels, tijdschriften, videobanden, dvd’s, vinyl singletjes en vele andere items.

Het zit zoveel mogelijk in ordners waar ik voor de slogblog wekelijks uit put. Ik had nog jaren door kunnen gaan, maar de slogblog stopt over een goede maand. De ordners blijven echter, met daarin een ereplaats voor mijn held: Eddy Merckx.

Door Jan Houterman, 12 november 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web