Het balhoofdplaatje van Otto …

Jean-Baptiste Louvet (let op de afbeelding van een wolf - loup in het Frans - in het logo) begon na een kortstondige carrière als baanrenner in 1903 een fietsenfabriek. Hij maakte, revolutionair voor zijn tijd, autogeen gelaste lugloze frames.

Wie de naam Cycles J B Louvet googelt, vindt een reeks prachtige posters. Louvet had kennelijk een goed gevoel voor marketing, want al vrij snel verkocht hij vijfhonderd fietsen per dag.

In 1922 begon hij een eigen wielerploeg. Verder was hij bezeten van het idee het werelduurrecord met motorgangmaking binnen te halen. Denk daar niet lichtvaardig over, want een uur lang met meer dan 100 kilometer per uur achter een motor over een betonnen baan denderen is geen sinecure.

Het was zelfs levensgevaarlijk want de kans op een valpartij was groot. Afgezien van de fysieke prestatie waren de motoren van die tijd nog lang niet zo betrouwbaar, waardoor veel pogingen mislukten omdat onderweg de motor haperde of uitviel.

Als dat niet het geval was, dan was er wel een lekke band of een gebroken ketting die roet in het eten kon gooien. Er waren om die reden maar weinig renners die trek hadden in zo’n recordpoging, maar er waren er ook die niet van ophouden wisten.

Zoals de Fransman Jean Brunier en de Belg Léon Vanderstuyft, die het om en om probeerden. Vanderstuyft trok uiteindelijk aan het langste eind, met het ongelooflijke record van 125 kilometer en 815 meter in één uur, gereden op 29 september 1928 op de baan van Montlhéry ten zuiden van Parijs.

Van die recordpoging is door een Franse spoorwegmaatschappij nevenstaande affiche gemaakt, maar wonderlijk genoeg komt de naam van Louvet, de constructeur van de recordfiets, er niet op voor.

Waarschijnlijk om die reden heeft Louvet er zelf een affiche van laten maken die ook als advertentie dienst deed. Net als Dunlop trouwens die de banden had geleverd. Ik schreef het hierboven al Jean-Baptiste had een goed gevoel voor marketing.

De fietsenfabriek J.B. Louvet is in 1936 verkocht aan Dilecta, het bedrijf dat omstreeks die tijd van de organisatie van de Tour de France jaarlijks opdracht kreeg om voor elke deelnemer aan de Tour een geel gespoten fiets op maat te maken, zonder stuur en zadel.

De renners moesten hun maten doorgeven aan Dilecta en dan stond de fiets klaar om er hun meegebrachte stuur en zadel op te kunnen monteren. Dat werd een probleem in 1936 toen er voor het eerst Nederlanders meereden.

Ploegleider Joris van den Bergh had zijn viermansploeg al weken voor de start rond en de maten waren doorgegeven. Luttele dagen voor de start haakte Kees Pellenaars echter af en kwam de jonge neoprof Albert Gijsen voor hem in de plaats.

Een nieuwe fiets kon niet meer op maat voor de Brabander worden gemaakt en zo moest hij van start op de fiets die voor Pellenaars was gemaakt. Dat werd een groot probleem.

Gijsen was twee koppen groter dan de latere ploegleider en hij maakte moeilijke dagen door op de veel te kleine fiets. De arme Puttenaar heeft het negen dagen volgehouden.

Door Otto Beaujon, 9 november 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web