Het was me het weekje wel …

Een belangrijke week ligt achter ons, want in Parijs werd afgelopen woensdag het routeschema bekendgemaakt van de Tour de France 2019. Het was in een woord teleurstellend voor de Nederlanders, zo hoorde en las ik overal.

Heel veel klimwerk en slechts 23 tijdritkilometers is bepaald niet in het voordeel van onze belangrijkste troeven Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk. Anders kun je het niet beoordelen.

We weten allemaal dat de Fransen een zeer chauvinistisch volk vormen, voor wie het eigenlijk onverteerbaar is dat het al 33 jaar geleden is dat er een Fransman de Tour de France won, het evenement dat ieder jaar in heel de wereld de aandacht trekt. Het levert veel toeristen op, maar in sportief opzicht is het pleurer avec le casquette.

De beste Franse renners van dit moment zijn Romain Bardet en Thibaut Pinot, terwijl Julian Alaphilippe in de Tour van dit jaar een geweldig visitekaartje afgaf en wellicht, net als Bardet en Pinot nog kan uitgroeien tot een potentiële Tourwinnaar. Maar ja, die tijdritten.

En wat doe je dan als Franse organisatie dan ga je die landgenoten een beetje helpen. Ter wille van de populariteit van het evenement dat ieder jaar in eigen land aanhangers verliest. Het drietal waarop de hoop is gevestigd zijn alle drie geweldige klimmers, maar komen er niet aan te pas als er tijdritten gereden moeten worden.

Dus meer klim- en minder tijdritkilometers, zoals het in de jaren dat grote tijdrijders als Jacques Anquetil en Bernard Hinault de lakens uitdeelden precies andersom was. In de jaren 1961 tot en met 1964, toen Maître Jacques vier keer achtereen won, waren het aanzienlijk meer tijdritkilometers met in 1964 zelfs een piek van 129,5.

Nog erger was het in het tijdvak van 1978 tot en met 1985 toen Hinault vijf keer aan het langste eind trok. Het gemiddelde aantal tijdritkilometers was in die acht jaar 147 kilometer, met in 1980 zelfs eern totaal van 191,5.

In dat jaar won Joop Zoetemelk weliswaar, maar die Tour was Hinault door de organisatie letterlijk op het lijf geschreven. Hij moest alleen opgeven vanwege een kapot gereden knie. Dat had de organisatie bij het uitzetten van de route niet kunnen voorzien.

Ook in de jaren dat Miguel Indurain een vijfklapper realiseerde was de Franse organisatie hem ter wille. Er waren geen uitgesproken Franse kanshebbers en om onbekende redenen werd toen een Spanjaard bevoordeeld.

Indurain was in het hooggebergte geen topper, hoewel hij geweldig aan kon klampen. De verliezen die hij in het hooggebergte leed waren beperkt, maar in de tijdritten deelde hij mokerslagen uit. Van 1991 tot en met 1995 waren er elk jaar (met de proloog mee) steeds drie tijdritten en daar pakte Big Mig vele minuten.

Waarom de organisatie dat deed zou ik niet weten, maar eenzelfde coulance voelen ze niet ten aanzien van Tom Dumoulin. Niet omdat ik denk dat ze iets tegen hem hebben, maar omdat het Franse belang prevaleert en dat helpt zelfs zijn Franse achternaam niet.

Uit commercieel oogpunt snap ik het wel, want als je evenement in eigen land steeds minder aandacht krijgt bij het grote publiek, is het tijd voor drastische maatregelen. Moeten we als Nederlanders daarom de moed verliezen ooit een derde Nederlandse Tourwinnaar te kunnen begroeten?

Ik denk van niet, want de progressie die Dumoulin ieder jaar weer maakt is hopelijk nog niet voorbij, terwijl een taaie rakker als Kruijswijk bewezen heeft als klimmer niet onder te doen voor Bardet en Pinot.

Bovendien zijn er nog de Britten Chris Froome, Geraint Thomas en Simon Yates die de Franse plannen weleens kunnen doorkruisen. Hoewel iedere wielerliefhebber in Nederland afgelopen woensdag teleurgesteld was, kon het best weleens meevallen met die Franse coup.

We gaan het zien in juli volgend jaar. Fijne zondag met de Klassieker Ajax-Feyenoord!

Foto: © Cor Vos

Door Fred van Slogteren, 28 oktober 2018 12:00

Frans chauvinisme

De organisatie van de Tour de France ziet gaarne een Fransman winnen. Als er enigszins een Franse kanshebber is, wordt het parkoers op hem afgestemd. Zie boven het tijdvak Anquetil 1961 t/m 1964 en nog erger het tijdvak 1978 t/m 1985 toen Hinault moest winnen.
Echter het allerergst was het jaar 1932. De zeer populaire Andé Leducq, die een matig klimmer was, moest de Tour winnen. Hij heerste in de vlakke etappes, maar zou daar nooit genoeg voorsprong kunnen pakken om de Tour te winnen. De organisatie had het volgende bedacht: een etappe overwinning leverde 4 minuten bonificatie op, de plaatsen twee en drie gaven de nodige vergoeding. Uiteindelijk sprokkelde Leducq 53 minuten bonificatie bijeen en won de Tour met een voorsprong van 24 minuten op Stopel.

Geplaatst door Piet van der Meer, 31 oktober 2018 16:01:25

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web