Herinneringen bij een foto …

Dit keer geen herinnering aan een foto, maar aan een krantenknipsel uit 1954. Het werd mij gestuurd door Arjan Schuurman, een wielerliefhebber die nog wel eens in de archieven van Delpher zit te spitten en daar regelmatig juweeltjes opdiept.

Het artikeltje gaat over het bezoek dat de voltallige Tourploeg van 1954 bracht aan Leiden waar ze te gast waren in een pannenkoekenrestaurant in de Steenstraat om daarna een gratis knipbeurt te krijgen bij een gulle herenkapper daar in de buurt.

Met de verslaggever van het Leidsch Dagblad op de hielen lieten de Tourrenners zich die dag verwennen. Als tegenprestatie gingen ze na afloop van alle verwennerij naar het herstellingsoord Aardenburg in Doorn waar oorlogsgewonden werden verpleegd en gerevalideerd.

De acht renners (Hein ‘Tarzan’ van Breenen, Klaas en Wim van Est, Henk Faanhof, Jules Maenen, Jan Nolten, Thijs Roks, Jos Suijkerbuijk, Gerrit Voorting en Wout Wagtmans) werkten er gezellig aan mee en de stijl waarmee een en ander door de verslaggever is opgeschreven brengt je in gedachten terug naar die kneuterige jaren vijftig.

De smaakmakers waren voor de uitspraken natuurlijk Hein van Breenen en Wout Wagtmans, de humoristen van de ploeg. Van Breenen, de oudoom van Dylan Groenewegen wordt geciteerd. “Kom d’r gauw bij”, riep Tarzan in hoogmokums naar Wagtmans, terwijl hij met zijn vork in een enorme pannenkoek zat te prikken. “Ik ben je al vijf slagen voor”.

De verslaggever volgde de renners tot het einde naar de parkeerplaats en stelde daar niet zonder lichte jalouzie vast dat de heren wel veel moesten verdienen, vanwege de bolides waar ze in reden. Vooral de Porsche van Wagtmans had zijn belangstelling.

De mensen moesten in die tijd met de krant vermaakt worden, drong tot me door. Er was nog geen televisie, althans het merendeel van onze bevolking had er geen. Sociale media waren verre toekomstmuziek en kneuterigheid was troef.

Het werd me afgelopen vrijdag nog eens goed duidelijk hoezeer de tijd is veranderd toen ik na 64 jaar een ontmoeting had met Theo, een schoolvriend die al dertig jaar niet meer in Nederland woont. Met zijn schotel volgt hij aan de andere kant van de wereld alles in Nederland op de voet.

Zo namen we na de obligate herinneringen aan die voltooid verleden tijd de huidige politieke toestanden in ons land door en hij wist er alles van. Dat is ook weer wel wat waard, hoewel we dat de Turken en Marokkanen in onze samenlevingop last van Geert Wilders dienen kwalijk te nemen.

Toen ik in 1951 met mijn ouders naar Canada emigreerde waren we er van overtuigd dat we onze familie nooit meer zouden zien. Er werden brieven heen en weer gestuurd die er zes weken over deden om de geadresseerde te bereiken.

Tegenwoordig skypen en timefacen we ons een ongeluk en vliegen Nederlanders in verre oorden regelmatig naar het thuisland om er hun familie te begroeten en wisselen ze met nostalgische gevoelens fotootjes uit van die goeie ouwe tijd.

Met Theo kwam ook de Tour de France ter sprake die we allebei fanatiek volgden via de radiopraatjes van Jan Cottaar en de speciale uitgaves van Het Vrije Volk, de krant die na iedere etappe uitkwam met een speciale editie.

Die krant bestaat niet meer en de tien renners die in 1954 onze Tourploeg vormden zijn allemaal allang gaan hemelen. Wat blijft is de herinnering, waarbij we alles wat toen niet klopte, gemakshalve zijn vergeten.

Met dank aan Arjan Schuurman.

Door Fred van Slogteren, 16 oktober 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web