Van de boekenplank van Wim ...

DE GELE TRUI

door W. Hans

Willem Hans was een telg uit een Belgische familie van veelschrijvers die vanaf de jaren twintig tot ver in de jaren vijftig kinderboekjes heeft gemaakt over verschillende onderwerpen. In den beginnewas er net als in de bijbel de aartsvader Abraham Hans. Die had een zoon en een kleinzoon die zijn werk aanvulden en voortzetten en er was ook nog een Annie Hans.

Met elkaar hebben ze tientallen boekjes geschreven en ook uitgegeven voor A. Hans' Kinderbibliotheek, een andere activiteit van de familie. De stichter van al deze literaire activiteiten was Abraham Hans (1882-1939), een protestantse onderwijzer en freelance journalist bij Het Laatste Nieuws. Die heeft meer dan twintig titels op zijn naam staan van flinterdunne boekjes die niet zelden over wielrennen gingen.

Hij schreef voor 1922 de ene Vlaamse volksroman na de andere met broeierig klinkende titels als 'De liefdesavonturen van Keizer Karel' en 'Veerle, de schone beenhouwersdochter'. In 1922 begon hij de kinderbibliotheek en hij schreef wekelijks een dun boekje dat in die tijd gretig aftrek vond. Ik denk dat dit exemplaar uit die reeks geschreven is door zoon Willem, die als wielerliefhebber bekend stond.

Willem liet zich als veelschrijver evenmin onbetuigd en zijn wielerliefde uitte zich in titels als ´De hulp van den renner´, ´Ramon wint het´ en ´Schotte wereldkampioen´.

De gele trui is een jongensboek, waarin fictie en non-fictie door elkaar heen lopen. Het decor is de Tour de France van 1939 waarin het duel tussen winnaar Sylvère (beter bekend als Peer) Maes, de sterke Belg, en René Vietto, het idool aller Fransen, centraal staat.

Het wordt spannend verteld en het is echt geschreven voor jongens van een jaar of twaalf die dat in die tijd ongetwijfeld met rode koontjes van de spanning hebben gelezen, zoals ik zelf in de jaren vijftig onder de dekens met een knijpkat de stripboekjes van Dik Bos las.

Dit boekje dateert uit 1951 toen Vietto als coureur nog actief was en Maes de ploegleider was van de Belgische nationale équipe.

Er werd in 1939 ongetwijfeld al met doping geëxperimenteerd, hoewel de meeste renners het toen deden met een bidon vol eierdooiers en een flinke scheut cognac. Toch is de gedachte aan andere producten steeds aanwezig, omdat de verteller in het boek steevast wordt aangeduid als meneer Voet.

Of hij ook Willy heette, wordt niet vermeld, want behalve sporthelden werden volwassenen toen nog keurig met meneer en mevrouw aangesproken.

Het boekje ademt de tijdgeest van de naoorlogse jaren door het goedkope krantenpapier waarop het is gedrukt. Een klein formaat boekje met slechts dertig pagina's. Maar ja, wat wil je ook? Iedere week! Pfff, de vrijdag is nog ver!!!

Door Fred van Slogteren, 11 oktober 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web