Het balhoofdplaatje van Otto …

William Fauber was een smid, die omstreeks 1895 in Chicago zijn eerste trapas gesmeed moet hebben in opdracht van een klant die zelf een fiets aan het bouwen was.

Aan werktekeningen deed hij niet, want Fauber maakte zijn ‘hanger’, zoals ze destijds in Amerika een trapstel noemden, volgens het scenario dat hij had bedacht en in zijn hoofd had zitten.

Zijn trapas bestond uit één stuk dat van het oog van het linker pedaal tot het oog van het rechter in één gesmede Z-bocht loopt. Dit in tegenstelling tot het gebruikelijke Britse trapstel.

Dat bestaat uit losse onderdelen als de as, de cranks en de spieën om de cranks op de as vast te zetten. Het voordeel van de uitvinding van Fauber was dat de cranks nooit los konden gaan zitten, het nadeel dat het product nogal wat woog.

De diameter van het bracket in het frame moest heel groot zijn om het ding er met de lagers doorheen te kunnen wurmen. Een Fauber trapas woog al gauw een kilootje meer dan de traditionele constructie uit Engeland.

Desondanks werd zijn vinding een enorm succes en wel zodanig dat Fauber in 1896 zijn trapassen fabrieksmatig ging produceren. In 1900 had hij er al een half miljoen van verkocht, onder meer aan fabrikanten en bouwers van racefietsen.

Vooral voor baanrenners was zijn vinding een uitkomst. Daarom adverteerde Fauber veelvuldig met de successen die dankzij zijn product op de wielerbanen werden behaald in sportbladen, maar ook in het wetenschapsvakblad Scientific American.

Dat was vakliteratuur voor werktuigbouwkundigen die in hun vakgebied in technisch opzicht wilden bijblijven. Hoewel je de vinding van Fauber daar niet direct in zou verwachten, had zijn advertentie grote gevolgen.

Niet alleen de grote Amerikaanse merken als Schwinn en Excelsior waren enthousiast, maar ook van Scandinavische en Duitse fietsenfabrikanten kwamen de bestellingen bij Fauber binnen.

Tot kort voor de Tweede Wereldoorlog had hij commercieel succes met zijn trapas, maar toen kwamen de veel lichtere uitvoeringen op de markt die de lompe Fauber trapassen overbodig maakten.

Williams, Gnutti en Stronglight hadden in de jaren dertig al holle trapassen en aluminium cranks uitgevonden waarmee het gewicht van de draaiende delen van de fiets sterk werd verminderd.

Merkwaardig genoeg bleven de fabrikanten van kinderfietsjes de Fauber trapas nog heel lang trouw.

Door Otto Beaujon, 14 september 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web