De Burgerlijke stand van 19 juli.

Jean MALLEJAC (1929, overleden 26.09.2000, Frankrijk)

Deze Breton was een knappe renner die in 1953 tweede werd in de Tour de France. Achter een ongenaakbare Louison Bobet die dat jaar de eerste van zijn drie Touroverwinningen realiseerde. Een jaar later werd Mallejac vijfde. Behoudens uitslagen in de grote rondes – hij reed ook de Giro en de Vuelta – is er niet veel van hem bekend, want hij brak geen potten in de klassiekers. Hij was een echte ronderenner die naam maakte als jachtrijder en sterk daler. In het klimmen was hij geen bijzonder talent, maar met moedig dalen kon hij de opgelopen achterstanden meestal weer goedmaken. Iemand die ooit tweede was in de Tour, dient natuurlijk niet vergeten te worden. Maar Mallejac was geen opvallend coureur en het gevaar dat hij na zijn wielercarrière, die in 1958 eindigde, niet lang in de harten van de Fransen zou voortleven was zeer groot. Maar iedereen weet nog steeds wie hij is. In Nederland noemden wij hem Malle Sjaak, nadat hij 1955 bij de beklimming van de Mont Ventoux van zijn fiets was gevallen en levenloos bleef liggen. Nou ja levenloos, hij was wel bewusteloos maar hij schokte hevig met zijn ledematen en het schuim stond hem op de mond. Ik zie de beelden in het Polygoon Journaal nog voor me. De renners wisten wel wat er ...

... met de Fransman aan de hand was, maar het grote publiek niet. Dat renners zich drogeerden was toen nog niet zo bekend. In diezelfde tijd werd er een artikel in Vrij Nederland gepubliceerd, dat een intellectuele oom eens voor me meebracht. Het ging over Ferdi Kübler, de Zwitserse Tourwinnaar van 1950. De auteur ben ik vergeten, maar het artikel beschreef het gedrag van Kübler na een wedstrijd. Schuimbekkend stapte de Zwitser van zijn fiets en vertoonde een overdreven druk en ongecontroleerd gedrag, waarbij hij mensen afblafte en wild om zich heen sloeg. De oorzaak was – volgens het artikel – het gebruik van geheimzinnige pilletjes waar je heel opgewonden van werd en die de vermoeidheidsgrens in een rennerslichaam verlegden. In de jaren zestig werden amfetaminen gemeengoed bij zowel de renners als de hippies en bij die laatste groep heette het speed. De renners geloofden dat ze er harder van gingen fietsen en de hippies meenden dat ze konden vliegen. Je kon er uiteindelijk knettergek van worden en het was uitermate verslavend. En laat ik in mijn naïeviteit nou lang gedacht hebben dat Malle Sjaak en Dolle Ferdi de enige renners waren die het gebruikten. Hou het maar op de onschuld van de jeugd. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 19 juli geborenen zijn:

BEGHETTI, Oreste (1926, overleden 11.11.2004, Frankrijk)
BIONDI, Laurent (1959, Frankrijk)
CONTE, Oreste (1919, overleden 07.10.1956, Italië)
HENDRICKX, Albert (1916, overleden 13.05.1990, België)
IDÉE, Emile (1920, Frankrijk)
PRIM, Tommy (1955, Zweden)
REBELLIN, Simone (1970, Italië)
RIBEIRO, Mauro (1964, Brazilië)
ZANDEN, Tim van der (1984, Nederland)
ZARATE FERNANDEZ, Carlos (1980, Spanje)

Door Fred van Slogteren, 19 juli 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web