Van de boekenplank van Wim …

DE TOUR DE FRANCE VAN 1956

door Piet van der Meer

Piet van der Meer is een oud-amateurrenner uit Den Haag. Hij was geen hoogvlieger, maar iemand die zijn sport, naast een volledige dagtaak, met passie beoefende, regelmatig prijs reed en geen hoge ambities had. Hij kende zijn grenzen, zeg maar.

De wielersport is altijd zijn passie gebleven en gezien de hoeveelheid literatuur die hij tot zich heeft genomen, mag je hem een kenner noemen. Hij is vooral geïnteresseerd in de jaren vijftig en de Tour van 1956 heeft zijn bijzondere belangstelling.

Dat was een Tour met een verrassende winnaar. De Fransman Roger Walkowiak (foto 2) was een renner met Poolse roots, die op het laatste moment als reserve was opgeroepen omdat Gilbert Bauvin van de regionale ploeg Nord-Est-Centre naar de ploeg van de Franse nationalen was overgeheveld.

Door in de eerste week twee maal aan te sluiten bij een geslaagde ontsnapping was de bescheiden Walko voorin het klassement verzeild geraakt en daar wist hij zich de hele Tour te handhaven. Het was een Tour zonder grote namen en zijn grootste concurrent voor de eindzege was de Nederlander Wout Wagtmans (foto 3).

Dat was een renner die in die jaren alles reed waarvoor hij werd uitgenodigd en eigenlijk al was opgebrand toen hij aan de Tour begon. Hij had de Giro al in de dunne beentjes, alle voorjaarsklassiekers gereden en dat na een winter waarin hij met Wim van Est ook nog aan een aantal zesdaagsen had deelgenomen.

Wagtmans was in aanleg een geweldige renner, die als hij wat serieuzer had geleefd, de eerste Nederlandse Tourwinnaar had kunnen worden. Maar dat zat er niet in want hij rookte een doos sigaren per dag en hij lustte graag een borrel. Kortom de renner die een Walkowiak in elk been had, stortte na drie dagen in de gele trui in de achttiende etappe volledig in.

Piet heeft altijd bestreden dat Walkowiak volgens velen een onterechte winnaar was en daar heeft hij gelijk in. De kleine gedrongen coureur uit Montluçon was in de Tour van 1956 de beste omdat hij optimaal gebruik heeft gemaakt van de hem geboden kansen en de gele trui met een voorsprong van een minuut en 25 seconden op (nota bene) Gilbert Bauvin in Parijs heeft gebracht.

Dat zijn de feiten, maar Piet komt met de theorie dat als Wim van Est had meegedaan niet Walkowiak maar IJzeren Willem zou hebben gewonnen. Op zich een interessante stelling die hij in dit boek tot in detail heeft uitgewerkt.

Vooropgesteld dat de Tour van 1956 er een was zonder grote namen aan de start, waardoor wel een tien tot twintig renners kans maakten op de eindzege. Dat had inderdaad Van Est kunnen zijn, maar die was na een conflict met ploegleider Pellenaars niet van de partij.

Geen nood voor Piet, want die haalde het conflict dat Pellenaars een jaar later kreeg met de KNWU, wat tot zijn ontslag leidde, een jaar naar voren en tovert Klaas Buchly als nieuwe ploegleider uit de hoge hoed. Deze Haagse goud- en juwelenhandelaar stelde analoog aan de stelling van Piet een ploeg samen met Gerrit Voorting, Wout Wagtmans en Wim van Est als kopmannen.

Hij laat de feiten van de Tour van 1956 verder in tact en maakt in de Nederlandse ploeg plaats voor Van Est door Piet van den Brekel uit de ploeg te halen. De Limburgse debutant nam in werkelijkheid wel aan de Tour van 1956 deel, maar gaf in de tiende etappe op.

Op basis van de kwaliteiten van Van Est, (een oersterke rouleur met een geweldige inhoud, matige klimmer, maar een uitstekende tijdrijder) plaatst Van der Meer de Brabander iedere etappe ergens in de uitslag met een gefingeerde tijd, telt die van alle ritten bij elkaar op en komt tot de (niet) verrassende uitslag dat Van Est die Tour zou hebben gewonnen als … hij had meegedaan.

Ja, zo lus ik er nog wel een, want dat is precies zoals ik als jongetje de Tour naspeelde. Ik had van alle renners een portretje uit de krant of uit het blaadje Wielersport geknipt in een formaat van 6 x 4 centimeter. Die spreidde ik uit op mijn huiswerktafeltje en met zes dobbelstenen uit de pokerbeker van mijn vader speelde ik de Tour na en (niet) verrassend won iedere keer Jan Nolten. Dat was mijn favoriet omdat ik als puber met mijn slungelachtige verschijning wel iets van Nolten weg had.

Respect voor Piet, vanwege al dat gegoochel met tijden en cijfers maar meer dan kinderspel is zijn boekje niet. Hij heeft er onnoemelijk veel tijd (en geld) aan besteed. De vijftig uitgetypte pagina’s heeft hij bij MultiCopy of een soortgelijk bedrijf laten kopiëren, vergaren en met een ringbandje tot een boekje laten maken in een mij onbekende oplage.

Nogmaals, ik waardeer de moeite maar had liever gezien dat hij het verhaal geheel als fictie bij elkaar had gefantaseerd en opgeschreven met desnoods aan het eind een gedetailleerde beschrijving hoe een pseudo Van Est niet alleen de gele trui, maar ook al het prijzengeld, de bloemen en zelfs rondemiss Yvette Horner in zijn armen mee naar huis had genomen.

Om in Sint Willbrord (dat had hij niet mogen veranderen, want dat was toen met voorsprong hét wielerdorp van Nederland) nog lang en gelukkig voort te leven, totdat Piet zou langskomen om als de spreekwoordelijke olifant het verhaaltje uit te blazen.

Een soort wielerroman á la De troostprijs was een gele trui dat Jan Cottaar omstreeks diezelfde tijd schreef over de haat-liefdeverhouding van Coppi en Bartali. Dat boek zou ik denk ik wel hebben gekocht. Net als Rini Wagtmans en William van Peer, de bekendste kleinzoon in de wielersport, allebei woonachtig in Sint Willebrord.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 30 augustus 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web