Hennie Marinus (1938-2018)

Vanmorgen hoorde ik van het plotselinge overlijden van Hennie Marinus, een dierbare wielervriend die Magere Hein jaren te slim af was, maar nu toch nog door de niets ontziende zeis is weggemaaid. Drie weken voor z’n tachtigste verjaardag en het grote feest dat Koos Tacx op zondag 26 augustus aanstaande voor hem zou organiseren. Het is er niet van gekomen.

Ik kende hem al jaren en in 2008 koos ik hem als een van de personen om te worden geportretteerd in het boekje ’26 Ontmoetingen in het Groene Hart’. Met een fotograaf was ik bij hem op bezoek op zijn zomerverblijf een paradijsje. Het was een kleine perceeltje grond aan de Vinkeveense Plas met een caravan, een steiger en een motorbootje, waar hij intens gelukkig mee was.

Afgelopen donderdag overleed hij, thuis in de Jordaan, vredig in z’n stoel. Hieronder het stukje dat ik toen in dat boekje schreef.

Hennie Marinus, hoeder van klein geluk …
Hij is een geboren Amsterdammer en een echte Jordanees. Hij woont er nog, maar in de zomermaanden zul je tevergeefs bij hem aanbellen. Dan zit de populaire wielrenner van weleer op z’n stekkie aan de Vinkeveense Plas, genietend van alles en vooral van de natuurlijke rijkdom van het Groene Hart.

Wie is Hennie Marinus?
“Ik wist al heel jong dat ik wielrenner wilde worden. In de Jordaan was iedereen gek op wielrennen en tal van goede renners zijn hier geboren. Ik kon als amateur op de weg goed uit de voeten en ik was twee keer tweede in het Nederlands kampioenschap. Maar de wielerbaan vond ik leuker en daar ben ik twee keer kampioen van Nederland geweest, waarvan één keer als stayer achter de grote motor. Ik was een echte aanvaller en dat vind het publiek leuk. Je had in die tijd de grote Spaanse stayer Guillermo Timoner en die moest echt niet denken dat-ie zo maar even van me kon winnen. Helaas was er in die tijd niet veel in de wielersport te verdienen en ik stopte toen ik het viswinkeltje van m’n vader kon overnemen. Mijn ouders hebben daar jarenlang samen in gewerkt en er een goede boterham mee verdiend en dat wilde ik ook. Maar mijn lieve Anne had ...

... een zwakke gezondheid en daarom kon ze niet volledig meewerken. Toen moest ik een knecht aannemen, maar toen was het niet rendabel meer. Ik kon dat winkeltje gelukkig goed verkopen en daarna heb ik van alles gedaan. Ik ben nooit een dag zonder werk geweest, maar ik was blij toen het er op zat en ik van m’n ouwe dag kon gaan genieten. Zonder Anne, want die is helaas overleden. Ik mis haar nog elke dag. We hebben een jaar of tien geleden die caravan aan de Vinkeveense plas kunnen kopen en daar hebben we een paar jaar samen heel erg van genoten. Ik ben gelukkig met alles wat ik nog heb. In de Jordaan wonen de mensen, die belangrijk voor me zijn, vlak bij me en hier op de camping heb ik m’n bootje, m’n fietsie, m’n hengeltje, m’n plantjes en m’n foto’s vol herinneringen. En natuurlijk m’n hondje Kismo die overal met me naar toe gaat.

Wat heeft Hennie Marinus met het Groene Hart?
“Van april tot september zit ik hier in Vinkeveen. Ik ben de hele dag bezig. M’n tuintje verzorg ik en ik vind het heerlijk om te vissen, het gras te maaien en met leuke mensen hier af en toe een koppie koffie te drinken. Dan zitten we lekker effe te praten over vroeger en van alles. Ik heb een bootje met een motortje d’rop en af en toe gaat Nita met me mee. Dat is mijn buurvrouw van 85. Dan zet ik een parasol in de boot en dan gaan we een paar uurtjes varen samen. Dan zien we onderweg die prachtige natuur en al die vogels. Er zijn hier heel veel ganzen en in het voorjaar heb je dan die moeders met die kleine gansjes d’r achteraan. Meestal gaan we langs de Zuwe, de miljonairskant van Vinkeveen. Dat vindt Nita leuk, want daar zie je nog wel eens bekende artiesten. Zelf ga ik ook graag de andere kant op naar Botshol. Dat kun je ook op de racefiets doen. Dat is een natuurreservaat en een prachtige omgeving. Daar is het zo stil, daar hoor je alleen de vogels. Dan ben ik ook altijd alleen, want daar moet je niet praten maar genieten. Vanaf het water is het ’t mooist.”

Een ontmoeting met Fanny
“Toen ik voor het eerst op die camping kwam, hoorde ik dat Fanny Blankers-Koen daar ook stond. Toen ben ik een keer naar haar toe gegaan, heb ik haar een hand geschud en heb ik gezegd: mevrouw Blankers-Koen ik hou van de wielersport, maar ik hou ook van hardlopen. Ik vind het een eer dat ik u mag ontmoeten, heb u zin om een eindje te gaan varen? Ze ging toen al een beetje achteruit, ze had problemen met nadenken en alles. Toen heb ik ‘r de plas mee opgenomen en toen hebben we effe een leuk vaartje gemaakt. En daarna zijn we af en toe nog bij elkaar gekomen. Om een koppie koffie te drinken en effe een babbeltje te maken. Over vroeger, over het stadion. Het was een hele grote sportvrouw. Die won effe vier gouwe medailles, moet je nagaan. Nadat ik een keer of wat met ‘r gebabbeld had, ging er bij haar een lichtje branden en wist ze ook weer wie ik was. Toen zei ze: ja, ja, ik heb je wel eens zien rijen. Dus dat vond ze ook wel leuk.”

Rust zacht, Hennie.

Foto: © Henk van Helvoirt



Door Fred van Slogteren, 4 augustus 2018 11:30

Hennie Marinus

Prachtig en ontroerend stuk Fred.
Geplaatst door Jan Quax, 06 augustus 2018 16:42:04

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web