Uit de ordners van Jan …

Parijs, zondag 21 juli 1968, Jan Janssen zat aan de rand van de oude wielerbaan in het Bois de Vincennes, de nieuwe aankomstplaats van de Tour de France, omdat het Parc des Princes plaats moest maken voor een nieuw stadion.

Uitgeput staarde hij naar het cement. “Mag ik", zei hij met trillende stem, “mag ik even niets zeggen? Laat me, even maar". De minuten die volgden zullen de renner, die tot het uiterste was gegaan, voor altijd bijblijven.

De minuten waarin mensen toestormden, naar dat eilandje van onzekere stilte, de minuten waarin fototoestellen klikten, de minuten waarin de kleine wereld van de Tour wachtte op de komst van Herman Vanspringel, de enige concurrent die hem nog van de Tourzege kon afhouden.

Ab Geldermans kwam naderbij, greep Janssens hand, wilde wat zeggen: “Jan, je ...." en stokte toen. Hij huilde. En toen was daar Vanspringel en die tergende laatste ronde. Iedereen staarde naar het grote bord waar ieder moment de tijd van de Belg zichtbaar zou zijn. Toen de cijfers opflitsten ging er gejuich op. Jan Janssen had zijn gezicht in zijn handen verborgen. Hij durfde niet te kijken.

Een man werkte zich door de menigte tot hij bij Jan Jan Janssen was aangeland. Het was een lid van de internationale jury en die sprak het verlossende woord: "Sjan Sjanssen, tu a gagné le Tour de France!".

De winnaar vloog overeind. Wild gebarend, onvoorstelbaar gelukkig. Jan Janssen had eindelijk de Ronde van Frankrijk gewonnen. Al die mensen met petjes en vlaggen die urenlang braaf op de tribunes hadden gezeten, stroomden het middenterrein op.

Suppoosten konden die stroom niet tegenhouden en zagen lijdzaam toe hoe al die mensen bezit namen van de grasmat, waar Jan Janssen, midden in die massa heen en weer werd geslingerd en huilend schreeuwde: “Mensen, laat me, Cora, waar is ze, waar is mijn vrouw, ik heb gewonnen, mensen laat me toch. Laisse-moi!”

Tussen al die hossende mensen moest de pers haar werk doen. Met blocnotes, microfoons en foto- en tv-camera’s vochten ze zich door de uitbundige mensenzee om maar zo dicht mogelijk bij Janssen te komen. Veel te registreren was er niet, want de kersverse Tourwinnaar schreeuwde onophoudelijk dezelfde woorden: “Ik heb ‘m, ik heb ‘m, ik heb ‘m".

Toen stond hij ineens oog-in-oog met zijn vrouw met hun driejarig dochtertje op de arm en het geluk van Jan Janssen was compleet. Er volgden ogenblikken van emotie, huilen en lachen tegelijk, oerkreten van vreugde, omhelzingen met bekenden en wildvreemden.

Pas tientallen minuten later hervond Jan Janssen zichzelf als de wielrenner, die na zijn allesvergende prestatie in staat was nog een heldere analyse te geven. In rap uitgesproken zinnen schilderde hij in het Frans en het Nederlands wat er in die laatste keiharde kilometers van de Tour door hem heen was gegaan.

“Ja, ik wist, dat ik in die laatste kilometers inliep op Vanspringel. Ze hielden me op de hoogte. Ik voelde, dat ik het in het laatste stuk moest waarmaken. Ik kon hem hebben. Dit was mijn ronde. Dat was het bijna steeds geweest. Ik gaf alles, ik heb gevochten tot ik leeg was. Zo alleen kun je winnen".

Tourwinnaar Jan Janssen werd donderdagavond 25 juli 1968 in het Olympisch Stadion in Amsterdam gehuldigd. Na zijn intocht in een open auto over de sintelbaan werd de Tourwinnaar toegesproken door de voorzitter van de KNWU, dr. P. van Dijk. Van de volgepakte tribunes daalde een lawine van gejuich op hem neer.

Maar niet alleen op hem, maar ook op Ab Geldermans, de ploegleider, en zijn overgebleven ploeggenoten Arie den Hartog, Eddy Beugels en Eef Dolman en het personeel van de ploeg die anoniem hun steentje hadden bijgedragen aan het grootste wielersucces, tot dan toe door een Nederlander behaald. Het waren onvergetelijke momenten, nu vijftig jaar geleden.

Foto’s 2 en 3: archief fam. Janssen

Door Jan Houterman, 30 juli 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web