Van de boekenplank van Wim …

GELE TRUI TEGEN WIL EN DANK

door Jan Cottaar

Ieder jaar als de Tour weer begint denk ik met plezier terug aan mijn jeugd in de jaren vijftig toen het evenement zoveel minder aandacht kreeg dan nu. Alle informatie over de strijd die zaterdag begint krijgen we in veelvoud over ons heen.

Dat was toen heel veel onsjes minder dan nu, maar ik herinner me dat ik zeker al een week van tevoren moeilijk in slaap kon komen. Dat kwam door de Nederlandse ploeg met Wimme, Woutje, zwarte Gerrit, die lange Nolten en natuurlijk mijn stadgenoten Henk Faanhof, Hein van Breenen en een paar jaar later Daan de Groot.

En niet te vergeten de man die het nieuws over hen in de Nederlandse huiskamers bracht, de sportjournalist Jan Cottaar. Die was in de jaren vijftig misschien wel populairder bij het grote publiek dan Theo Koomen twee decennia later.

Hij versloeg in die tijd tien maal de Tour de France voor de radio en we wisten eigenlijk niet hoe de man er uit zag. Maakte ook niet uit, want hij had een prettige stem en hij zei precies wat we horen wilden over onze jongens en die dekselse ploegleider Kees Pellenaars.

Pas toen de televisie in de Nederlandse huiskamers gemeengoed was geworden, kregen we Cottaar ook te zien. Een dikke kop met onder de kin altijd dat pinkelhoutje, zoals we een strikje toen noemden. Een man van het goede leven die zijn bourgondische inborst, die veel journalisten in die tijd hadden, niet kon verbergen.

Hij was een man van zijn tijd die vaak liet weten dat er in het leven meer was dan sport. Dit vanwege het dedain waarop in zijn tijd door de collega's van de binnenland-, buitenland- en economische redactie tegen sportjournalistiek werd aangekeken.

Misschien om die te overtuigen dat hij als voetveeg van de sport meer in zijn mars had, schreef Cottaar twee fictieboeken. De Troostprijs is een Gele Trui is een overbekende roman voor volwassenen, terwijl Gele Trui tegen wil en dank een jongensboek is. Dat boek geeft een goed beeld van de sportbeleving van jongens uit die tijd van veertien, vijftien jaar.

Bart Roest, de jeugdige hoofdpersoon, studeert aan het Atheneum, maar ontmoet in de fietsenwinkel van zijn vader tal van beroemde wielrenners. Hij wordt aangestoken door de wielerbacil en komt in contact met de ploegleider van de Nederlandse Tourrenners die hem keer op keer voorhoudt dat studeren hem veel verder in de maatschappij zal brengen dan de wielersport.

Iedereen zal in deze twee heren moeiteloos vader en zoon Pellenaars herkend hebben, met dat verschil dat Pierre Pellenaars wel de fiets in de schuur heeft gezet en is gaan studeren, terwijl Bart Roest doorzette en een beroemde wielrenner werd.

Cottaar laat hem als een echte ouderwetse moralist wel kennis maken met alle schaduwkanten van de sport, maar breidt er toch een happy end aan met een fraaie Touroverwinning. Jongens in de jaren vijftig smulden ervan, geloof mij maar want ik was er zelf een.

Door Fred van Slogteren, 5 juli 2018 12:00

Interesse

Met deze man,is mijn interesse voor het wielrennen begonnen.Toen ik op 7 jarige leeftijd,thuis kwam van de lagere school,zo rond half 4 en dan via de radio de stem van Jan Cottaar hoorde,die verslag gaf van de verreden etappe in de Tour de France!Als de uitslag bekend was,rende ik,met de boterham op de hand,naar mijn vader,die een kilometer verder,op zijn werk was,om de uitslag door te geven.
De boeken van Jan Cottaar zijn later in mijn bezit gekomen,toen ik begon met het verzamelen van wielerboeken.Naast de 2 genoemde boeken,staan nog enkele boeken van Jan Cottaar in mijn boekenkast
Geplaatst door HARRY HERMKENS, 05 juli 2018 18:42:26

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web