Het was me het weekje wel …

Inderdaad, een hectische week. Er stond voor afgelopen vrijdag een wielercafé gepland en de maandag ervoor heb ik met Martin Rus en Viktor Berkhout, mijn mede-organisatoren, vergadert om de laatste puntjes op de i te zetten.

Het is ontzettend moeilijk geweest om goede gasten te vinden. Het programma zou opgehangen worden aan het 50-jarig jubileum van Jan Janssen als Tourwinnaar. Jan had ik al op 5 maart vastgelegd, omdat zijn hernieuwde biografie in de voorlaatste week van juni klaar zou zijn en de presentatie van het eerste exemplaar daar zou plaatsvinden.

Met Martin ben ik in april afgereisd naar Beverwijk naar Huize Ab Geldermans. Met een exemplaar van deel I van ‘Als je de Tour niet hebt gereden’ (waar zijn bio in staat) en een mooie bos bloemen voor zijn lieve vrouw Ilse stonden we bij hem op de stoep.

We werden allerhartelijkst ontvangen, hadden een heel leuk gesprek met Appie en kregen met moeite zijn jawoord om bij het wielercafé te verschijnen. Ik wist dat hij tegen dat soort dingen opziet als tegen een fikse col in de Tour de France, zeker als er microfoons en camera’s zijn kant opkomen.

Ik wist ook (uit eigen ervaring) dat als hij er eenmaal is, hij het hoogste woord heeft, maar er naar toe gaan is een hele hoge drempel. Bovendien is Ab met zijn 83 jaar niet meer zo vief en mobiel en is hij het liefste thuis en/of in een vertrouwde omgeving.

Een week later belde hij af en ik kon hem aan de telefoon met geen tien paarden van gedachten doen veranderen. Ik had toen ook al bot gevangen bij Harm Ottenbros en Herman Vanspringel, ploeggenoot en de grootste concurrent van Jan in de Tour van 1968.

Jan zei aan de telefoon dat die Ottenbros niet moest lullen en dat hij wel zou zorgen dat de Adelaar van Hoogerheide er zou zijn. Maar wat hij ook probeerde Harm nam zijn telefoon niet op. Dat kon ook niet, want de geboren Alkmaarder lag na een val met de fiets met diverse fracturen in een ziekenhuis in Goes.

Huub Zilverberg zou wel komen, want Huub is iemand op wie je kunt bouwen, en de vierde (toen nog) levende ploeggenoot van toen (Arie den Hartog) kon niet meer komen, omdat hij na een herseninfarct in een rolstoel in Thorn in een verpleeghuis zat. Arie is inmiddels overleden. R.I.P.

Met alleen Jan en Huub hadden we een karig programma, maar gelukkig was er nog Johnny Krijnen, in 1968 mekanieker van de ploeg en het enige nog in leven zijnde lid van het personeel, bestaande uit mecaniciens en soigneurs.

John is vaste gast in ons wielercafé, met de Annekedote van Krijn, dus dat was geen probleem. Er waren destijds ook nog twee reserves met de ploeg meegereisd. Dat waren Henk Nijdam en Jan van der Horst. Op het laatste moment liet Rini Wagtmans weten ziek te zijn en zo is Nijdam voor hem ingevallen. Hoe dat in zijn werk is gegaan is een verhaal apart en zo verklaarde Jan van der Horst, de fitste oud-profrenner van Nederland, aanwezig te zullen zijn, om zijn verhaal vol verwerkt chagrijn te komen vertellen.

Nog niet tevreden vroeg ik me af welke journalisten er destijds bij waren? Ik bladerde door mijn map met krantenknipsels uit 1968 en moest tot mijn spijt vaststellen dat alle pennenridders, die destijds de Tour hebben verslagen, niet meer onder ons zijn. Alleen Rob van den Dobbelsteen (destijds van Het Parool) is nog alive and kicking.

Rob gebeld, maar hij was toen niet bij de Tour, want hij was aangewezen om naar Mexico te gaan, waar dat jaar de Olympische Spelen werden gehouden. Omdat hij wel alle Tours uit die tijd heeft verslagen zei Rob gelukkig ja om onze gast te zijn. Onder voorbehoud.

Dat voorbehoud had te maken met zijn vrouw die in een verpleeghuis verblijft waar op die avond een BBQ-feestje was gepland. Daar moest hij bij zijn, tenzij hij een vervanger zou vinden om bij zijn vrouw te zijn. Hij had maar liefst drie opties.

Laten die nou alle drie niet beschikbaar zijn. Wij balen, maar het was niet anders. Ook Rob kwam niet. Gelukkig was Jeroen Wielaert er om Jan het eerste exemplaar van zijn biografie uit te reiken, hoewel die in 1968 nog op school zat en tijdens de Tour met zijn ouders in Les Landes kampeerde en daar Jan met het Tourpeloton heeft zien langskomen.

Ondanks alle tegenslag hadden we toch een aardig programma, met de truitjes van Henk Theuns erbij en met Peter R. de Fiets met een Lejeune-fiets, het merk waarop Jan de Tour won en een van de eerste exemplaren van het merk Jan Janssen.

En toen kwam dinsdag het bericht dat ook Jan Janssen niet kon komen. Hij was gevallen met de fiets vertelde hij me telefonisch vanaf zijn bed. “Ik lig helemaal open”, zei hij, “maar ik kom vrijdagavond. Ik heb nog drie dagen om te herstellen, dat moet lukken.”

Dat laatste moest hij twee dagen later terugnemen, want de dokter stelde een zware hersenschudding vast en beval dat hij minstens een week in een verduisterde kamer op bed moest gaan liggen. Met als gevolg dat we het hele wielercafé een dag van tevoren moesten cancellen.

Dat betekende donderdag en vrijdag iedereen die we hadden uitgenodigd of van wie we wisten dat hij of zij zou komen, bellen of mailen dat het feest niet doorging. Dat hebben we goed gedaan, want toen we met z’n drieën vrijdagavond in het café zaten, om bezoekers op te vangen die geen kennis hadden genomen van de afgelasting, hoefden we niemand teleur te stellen.

Er kwam er maar een opdagen, een oud-wielrenner uit Schalkwijk, iemand zonder computer, tablet of smartphone, die binnenstapte met de woorden: “Goh, wat is het stil.” We hebben hem een kop koffie aangeboden, waarna hij terug naar Schalkwijk ging en wij naar huis.

Waar ik de rest van de avond pooped op de bank heb gelegen, want na twee radio-interviews en een tv-optreden (want de verschijning van het boek is wel doorgegaan) moest ik weer eens vaststellen dat dat op mijn leeftijd een behoorlijke aanslag is op mijn energievoorraad. Het was me het weekje wel.

Door Fred van Slogteren, 24 juni 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web