Uit de wasserette van Henk …

Dit truitje kreeg ik van Jacques Verbrugge, een naam die bijna veertig jaar na zijn enige Touroptreden niet zoveel meer zegt. Hij is een Nederbelg, zoals zoveel mensen in de grensstreek tussen Nederland en België met dat verschil dat er bij Jacques geen financiële bedoeling zit achter zijn emigratie.

Hij is maar kort beroepsrenner geweest en in dit shirtje nam hij in 1979 deel aan de Tour de France. Hij heeft er vreselijk afgezien en moest in de zeventiende rit de strijd staken vanwege aanhoudende buikloop. Het lichaam kon door tekort aan vocht uitgeput niet verder meer.

Hij had best wel talent, maar was van nature een bescheiden jongen die zich nog weleens de kaas van het brood liet eten. Het was Rini Wagtmans, ploegleider van de amateurploeg Union, die hem onder zijn hoede nam en hem leerde hoe hij moest koersen en hoe hij beter voor zichzelf kon opkomen.

Samen met ploeggenoot Jo Maas tekende hij een profcontract bij DAF Trucks, een Belgische ploeg met een Nederlandse sponsor. Ploegleider was Fredje De Bruyne, vermaard coureur uit de jaren vijftig en daarna een populair wielerverslaggever bij de Belgische televisie.

Waar Jo Maas in de Tour de France van 1979 iedereen verrastte door als zevende te eindigen in de eindstand, daar werd Jacques veroordeeld tot de taak van helper. Zo wordt zo iemand tegenwoordig genoemd, maar toen was het knecht of nog erger waterdrager, de letterlijke vertaling van het Italiaanse gregario.

Jacques deed het naar behoren en werkte zich het heen-en-weer voor de ploeg, maar met Parijs in zicht nekte de buikloop hem en hij kon naar huis. Zijn verdere loopbaan bestond uit het rijden van criteriums en kermiskoersen en eind 1980 zette hij een punt achter zijn wielercarrière.

DAF Trucks stopte met de sponsoring en er stond geen andere suikeroom bij Jacques op de stoep met een wapperend contract om bij het kruisje te tekenen. Hij vond een baan bij de chemische industrie van BASF in de Antwerpse haven bij de bedrijfsbrandweer en trouwde met Rose-Marie, een meisje uit zijn geboortedorp Putte.

Een merkwaardig dorp waar de grens dwars doorheen loopt. De ouders van Jacques waren de uitbaters van een kruidenierswinkeltje met twee kassa’s op de toonbank. Een voor guldens en een voor Belgische franken, want aan de overkant van de straat, nog geen tien meter ver, waren de mensen onderdaan van de koning der Belgen, Boudewijn.

Rose-Marie was een van hen, maar dat maakt in de liefde niks uit. Ze waren gelukkig die twee, want Jacques verdiende goed, maakte promotie en ze hielden intens van elkaar in het Belgische deel van Putte. Maar een wolk overschaduwde hun geluk, want er kwamen maar geen kindjes.

Toen tal van medische onderzoeken uiteindelijk uitwezen dat het er ook niet in zat, besloten ze een kindje te adopteren. In Nederland is dat een hele procedure die jaren kan duren, terwijl dat in België maar een paar maanden in beslag neemt. Zo besloot Jacques de Belgische nationaliteit aan te vragen en toen dat geregeld was kwam al snel het eerste kindje, een mooi bruin meisje uit India. Kort daarna kwam er een jongetje uit Guatemala bij en het gezin was compleet, dachten ze.

Het adoptiebureau dat het had geregeld bleef het gezin begeleiden en zag dat het goed was. Neera en Pedro groeiden voorspoedig op, klapten Vlaams alsof ze er geboren waren en het adoptiebureau durfde het na tien jaar aan om de familie te vragen of er ruimte was voor een derde kind, een probleemgevalletje uit Taiwan.

Er werd wat ingeschikt aan tafel en een bedje bij geplaatst en zo kwam Tsai voor gezinsuitbreiding zorgen. Maar de wereld wemelt van de probleemgevallen en het adoptiebureau zat in zijn maag met Marquindy, een jongetje uit Haïti. Of Jacques en Rose-Marie niet nog een keer …

Er werd weer ingeschikt aan tafel en nog een bedje bijgezet, maar dit keer ging het niet zo voorspoedig. Marquindy was een kind met een rugzakje, hij was al wat ouder, was in de sloppen van Port-au-Prince opgegroeid, kende geen regels en had de grootste moeite om zijn weg te vinden in een gestructureerd gezin.

Dat was de situatie een jaar of vier geleden, toen Jacques me vertelde dat het zijn missie was geworden om dat leuke jochie op te voeden tot een waardig lid van de maatschappij en hem een opleiding en een toekomst te verschaffen. Met het doorzettingsvermogen van een wielrenner zal Jacques daar zeker in slagen.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Henk Theuns, 20 juni 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web