Het was me het weekje wel …

Het hoogtepunt van de week was natuurlijk het geheel Nederlandse podium bij de wereldkampioenschappen BMX in Azerbedjain waar de zusjes Laura (foto 1) en Merel Smulders en Judy Baauw lieten zien dat Holland een woordje meespreekt.

De mannen deden het aanzienlijk minder goed, vooral topfavoriet Niek Kimmann stelde hevig teleur. Laten we echter niet te hard oordelen, want als je op de startheuvel een krampaanval krijgt dan is het gebeurd.

De Dauphiné eindigt vandaag en de voorsprong van Geraint Thomas lijkt voldoende, hoewel je dat nooit weet, vraag maar aan Simon Yates. Het was gisteren een zware bergetappe en het was mooi dat de jonge Zeeuw Antwan Tolhoek zich mooi voorin kon handhaven. Het wachten is op zijn definitieve doorbraak.

De Ronde van Zwitserland is ook van start gegaan. Met een ploegentijdrit en het was mooi om te zien dat de Sunwebs ook zonder Dumoulin een houtje kunnen hardrijden. Met Wilco Kelderman (helemaal terug na zijn blessure) en Sam Oomen (nog in Giro-vorm) repten de vakantiemannen naar de tweede plaats.

Het meest trieste nieuws van de week was ongetwijfeld het heengaan van Arie den Hartog (foto 2). Ik was in het begin van de jaren zestig eens met iemand in de catacomben van het Olympisch Stadion. Ik weet niet meer wat ik daar deed en ook niet met wie ik was, maar wel dat we daar Arie tegenkwamen.

Hij zocht de uitgang, meen ik me te herinneren. Hij was eerder die avond gehuldigd vanwege een topprestatie in de Ronde van Oostenrijk voor amateurs en wat mij opviel was dat het zo’n gezond ogende jongen was. Gebruind met door de zon gebleekt blond haar stond hij tegenover ons.

Ondanks het winnen van twee klassiekers en kleine rondritten als de rondes van Luxemburg en Catalonië is zijn carrière toch niet geworden wat ervan verwacht werd. Ik had hem dat na afloop van zijn carrière graag willen vragen en in 1996 kreeg ik de kans.

Ik had een periode in mijn beroepsleven afgesloten en was met Evert de Rooij, destijds hoofdredacteur van Wielerrevue overeengekomen om maandelijks een Nederlandse of Belgische toprenner uit het verleden te bevragen over zijn dag, het hoogtepunt van zijn loopbaan.

Ik maakte een lijstje en zette Arie bovenaan. Omdat Zuid-Limburg een fikse reis is had ik een afspraak met Arie in de ochtend en ’s middags zou ik bij Harry Steevens aanbellen, omdat de twee maar luttele kilometers van elkaar woonden.

Ik had beroepshalve al honderden mensen geïnterviewd omdat ik met mijn bedrijfje gespecialiseerd was in het maken van house en sponsored magazines, maar toen ik voor het eerst een bekende oud-wielrenner moest interviewen voelde ik toch een lichte gespannenheid. Zou ik geen domme vragen stellen?

Het viel mee. De gezonde blozende Arie van dertig jaar eerder was een wat morsig mannetje geworden, die een beetje achterdochtig tegenover mij zat. Hij liet niet het achterste van zijn tong zien in het kleine keukentje achterinn zijn fietsenwinkel in het dorp Nieuwstadt.

Hij schonk koffie uit een aftands koffiezetapparaatje in twee mokken zonder oor en met bruin geworden barsten. Hij gaf plichtmatig antwoord op mijn vragen die hem waarschijnlijk al honderden malen waren gesteld.

Pas toen hij mij beschreef hoe hij als jong beroepsrenner twee ervaren rotten als Vittorio Adorni en Arnaldo Pambianco in de luren legde en als eerste Nederlander de Primavera won, glinsterden zijn ogen. Hij zat in gedachten weer helemaal in de koers.

Aan het eind van het gesprek stelde ik de vraag die ik al zo lang had willen stellen. Zijn antwoord was duidelijk: “Iedere goede renner kan afzien als een beest, maar vergeleken met een renner als Jan Janssen stelde dat niks voor.

Jan kon doorgaan tot de dood erop volgt. Dat is gelukkig nooit gebeurd, want op het moment van de volslagen uitputting ging hij over de streep en viel dan letterlijk van zijn fiets. Ik heb dat een paar keer met hem meegemaakt. Onder andere in de Tour die hij won.

Op die momenten besef je als renner dat je nooit de top zal halen, ook al heb je mooie koersen gewonnen. Een Tourwinnaar moet tot het gaatje kunnen gaan, de laatste milligram energie uit zijn nekharen kunnen halen om te winnen. Dat heb ik nooit gekund, gelukkig maar.”

Rust zacht, Arie.

Foto 1: © Cor Vos
Foto 2: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 10 juni 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web