Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 4 juni …

Het is weer zo ver. In de Burgerlijke Stand van vandaag heb ik geen renner kunnen vinden die voor een leuk stukje tekst in aanmerking kwam. Daarom maar weer een beroep gedaan op de heiligenkalender.

Zo kwam ik terecht bij Walter van Fontenelle, een heilige die in de twaalfde eeuw abt was van het Benedictijner klooster Fontenelle in het noordwesten van Frankrijk. Een geestelijke die me met zijn voornaam naar een reeks wielrennende Walters verwees.

Mijn zoektocht voerde me langs Walter Planckaert, Walter Boucquet, Walter Diggelmann, Walter Lohmann en nog een stuk of wat minder bekende Walters, maar het leek me gepast om die Walter te kiezen die in leeftijd het dichtst bij die uit Fontenelle komt en dat is met voorsprong de Duitse sprinter en zesdaagsenrenner Walter Rütt.

Rütt werd op 12 september 1883 geboren en hij overleed op 23 juni 1964 op de leeftijd van tachtig jaar. Hij was niet alleen een tijdgenoot, maar ook het Duitse equivalent van onze Piet Moeskops. Er is geen Duitser meer te vinden die hem nog heeft zien rijden, maar iedere oosterbuur met enige sportieve belangstelling heeft wel eens van hem gehoord. Hij werd op z’n zeventiende al prof en ging als sprinter de kost verdienen.

Dat lukte best, want hij was razendsnel. In 1913 werd hij wereldkampioen, nadat hij in zijn vaderland weer in genade was aangenomen. Hij had namelijk in 1904 geweigerd dienst te nemen in het keizerlijk leger en om aan de gevangenis te ontkomen vluchtte hij naar Australië.

Daar was het veel moeilijker om als wielrenner in zijn levensonderhoud te voorzien en hij keerde naar Europa terug. Hij ging in Frankrijk wonen in de hoop dat de Eerste Wereldoorlog snel voorbij zou zijn, tot de Duitse keizer hem vanwege zijn sportieve prestaties gratie verleende en hij naar Berlijn terug kon keren

Wilhelm de tweede was behalve een liefhebber van oorlogvoeren en hout zagen ook een liefhebber van het cyclisme en nadat de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken zou Rütt op de Duitse wielerbanen het moreel van de troepen hoog kunnen houden door er triomfen te vieren.

Walter Rütt was ook een goed zesdaagsenrenner en hij won er negen, waarvan drie met de Nederlander John Stol als maat. In die tijd waren zesdaagsen nog onmenselijke evenementen, waarin zes dagen en zes nachten lang, dus 144 uur aan één stuk - gereden moest worden.

Dat gebeurde in sporthallen waar het binnen net zo koud was als buiten, want zesdaagsen werden uitsluitend in de winter verreden. Daar zouden de specialisten van nu hartelijk voor bedanken, maar de generatie Rütt deed het gewoon.

Door de immense verliezen aan Duitse manschappen aan het front werd Rütt op het eind van oorlog alsnog soldaat in het Duitse leger. Of hij nog in de beruchte loopgraven heeft gezeten, heb ik niet kunnen achterhalen. Toen de oorlog op 11 november 1918 in een wapenstilstand eindigde, keerde Rütt zo snel mogelijk terug naar de wielerbaan.

Hij was echter niet meer de grote renner van weleer. Ondanks zijn verminderde prestaties stopte hij pas in 1926 op 43-jarige leeftijd met de wedstrijdsport. Waarschijnlijk omdat hij een baan kreeg aangeboden als directeur van de Berlijnse wielerbaan die in de jaren dertig volledig is afgebrand.

Hij was in Duitsland weliswaar een legende die nooit vergeten is, maar de mens Walter Rütt stierf berooid en eenzaam. Zoals zoveel grote mannen van zijn generatie als Major Taylor en Reggie – The Iron Man – McNamara. Met dank aan Walter van Fontelle zaliger.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 4 juni 2018 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web