Michel Stolker 1933-2018

Er is gisteren niet alleen een goede wielrenner heengegaan, maar vooral een heel bijzonder mens. Een denker, een filosoof, iemand die eigenhandig zijn leven heeft verrijkt en ervoor heeft gezorgd dat ik met grote eerbied aan hem terugdenk.

Mijn eerste confrontatie met Mies was de Ronde van Noord-Holland in 1953. Ik was als 14-jarige vanuit Amsterdam naar het centrum van Zaandam gefietst en zag daar de aankomst. De Rotterdammer Wout Verhoeven kwam iets afgescheiden als winnaar over de streep.

Kort daarop volgde een groepje van drie met daarbij mijn idool Patsi Willekes, die zich tot mijn verbazing in de sprint liet aftroeven door een renner die ik niet kende. Het was de 19-jarige Michel Stolker uit Zuilen, een dorp vlakbij de stad Utrecht.

Van Patsi hoorde ik jaren later dat die Stolker eigenlijk de wedstrijd had gemaakt en dat ze met z’n drieën (Verhoeven, Leen Boellaard en hij) zwaar hadden geprofiteerd van het kopwerk dat die jongen bijna onafgebroken deed om uit de greep van het peloton te blijven.

Die jongen reed op een brokkie racefiets met een geleend achterwiel en een pignon waar de andere drie met Campagnolo op hun fiets om moesten gniffelen. Maar wat kon die jongen daarmee geweldig fietsen.

Toen ik in 1997 bezig was aan de biografie van Peter Post wilde ik weten hoe het in 1956 was om beroepsrenner te worden. Via het blad Wielersport vond ik de namen van de amateurs die in dat jaar de overstap naar de profs hadden gemaakt. Daarbij Michel Stolker.

Ik belde hem op met die vraag eb hij vertelde dat hij bij Kees Pellenaars had getekend voor een bedrag van 150 gulden per jaar en toen van mening was dat zijn kostje was gekocht. “Ik had ook getekend als er helemaal geen salaris was geweest. Ik zat bij Pellenaars, dat was het belangrijkste en ik keek hoog tegen die man op.”

Hij tekende niet helemaal blindelings, want hij begreep wel degelijk dat het profbestaan ook kon mislukken. In de winter 1955/1956 studeerde de kantoorbediende zich een ongeluk om al zijn diploma’s boekhouden te halen, zodat hij maatschappelijk op iets terug kon vallen mocht het als wielrenner niet lukken.

Dat was ook bijna gebeurd, want Pellenaars liet hem als 22-jarige in zijn eerste profjaar gelijk de Ronde van Italië en vervolgens die van Frankrijk rijden. In de Giro won hij een etappe, beleefde er de grootste ellende door het bar slechte weer, maar in de Tour moest hij na een val uitvallen.

Hij reed twee jaar lang bijna geen uitslag en kreeg toen tot zijn verbazing een contract aangeboden bij de Franse ploeg van Jacques Anquetil. Hij beleefde nog enkele mooie jaren en sloot zijn carrière af met een voor die tijd fraaie erelijst.

Op de vraag wat toen zijn indruk van Peter Post was, kreeg ik een verrassend antwoord. “Die dorst ik niet eens aan te kijken, ik was dodelijk verlegen en hij was zo’n echte Amsterdammer met een grote bek. Ik meed hem zoveel mogelijk.”

Dat telefoongesprek met Mies zal ik niet licht vergeten. Hij vertelde op mijn verzoek over zichzelf. Over die verlegenheid die een goed deel van zijn leven had verpest en die hij pas op zijn zeventigste had overwonnen.

Ingegeven door een groot minderwaardigheidscomplex, waar hij alleen in de koers geen last van had, heeft hij het leven jarenlang als een beproeving gezien. Om er van af te komen, bezocht hij tal van psychologen en las hij alles wat hij te pakken kon krijgen om zijn eigen persoonlijkheid te begrijpen.

Meer dan tweehonderd boeken staan er in zijn kast en hij heeft ze allemaal gelezen en kapitalen uitgegeven aan consulten met deskundigen die hem zouden moeten begrijpen om van dat complex af te komen.

Hij heeft het uiteindelijk zelf gedaan en toen hij 70 jaar oud het gevoel had eindelijk vrij te zijn van al zijn complexen heeft hij een groot feest gegeven. Daar was iedereen die een rol in zijn leven had gespeeld en het voelde voor hem als een wedergeboorte en een bevrijdingsfeest. Hij was eindelijk baas over zijn eigen leven.

Ik ben sinds dat eerste gesprek altijd contact blijven houden met deze bijzondere man, antiekhandelaar in het Brabantse Hoeven. Ondanks zijn handicap was hij een uitstekende waarnemer en hij had over de grote renners van zijn tijd een mooi afgewogen oordeel.

Twee jaar geleden was hij onze hoofdgast in het Utrechts Wielercafé en iedereen die daar was, zal zijn optreden niet gauw vergeten. Een monoloog vol levenswijsheden, zo heel anders dan je van een oud-wielrenner verwacht. De mensen hingen aan zijn lippen en er was na afloop waardering alom.

En nu is Michel Stolker er niet meer, die bijzondere man, die een identiteitscrisis overwon, drie mislukte huwelijken en talloze relaties achter de rug heeft, maar bovenal een levenskunstenaar was. Hij heeft 84 jaar oud ongetwijfeld tevreden de laatste adem uitgeblazen.

De bijgaande foto’s staan op de CD die hij me een paar jaar geleden toestuurde.

Door Fred van Slogteren, 30 mei 2018 10:00

Een mooie herinnering

Bij de presentatie van jouw boek in Utrecht, een aantal jaren terug, sprak ik met verschillende oud renners. Een daarvan kende ik niet, hoewel zijn gezicht wel een lichtje deed branden. De kleine man met zijn open gezicht vertelde wie hij was en daarna ontpopte ons gesprek zich alsof we elkaar al jaren kenden.

Ik las over hem in 'als je de Tour...' en begreep van hoever hij had moeten komen om die openheid, dat inzicht te kunnen laten stralen zoals tijdens ons gesprek.
Het staat geboekstaafd als een mooie herinnering.

Volgens een Joodse wijsheid schuilt de ware zin van het leven in het maken van mooie herinneringen. Het gesprek met Michel Stolker was er zo een.
Geplaatst door Joep Scholten, 31 mei 2018 17:29:11

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web