Herinneringen bij een foto …

Deze foto stuurde Piet van der Meer uit Naaldwijk me. Piet is een trouw slogblogvolger, iemand met een grote wielerkennis en enkele jaren geleden winnaar van het Slogblog Tourspel. Het is een foto die een jongere van nu zal zien als een drietal bejaarde mensen.

De twee mannen, de mevrouw in het midden is de echtgenote van de linkse meneer, waren in de jaren vijftig BN’ers, ook al was de term Bekende Nederlander toen nog niet uitgevonden. Niemand hoefde toen het bijschrift te lezen om te weten wie het waren.

Gerrit Schulte was toen nog steeds een van de beroemdste Nederlandse wielrenners en de oud-renner Kees Pellenaars was in 1955, het jaar dat deze foto is gemaakt, zo mogelijk nog beroemder.

Hij was toen de ploegleider van de Nederlandse Tourploeg die met Woutje Wagtmans, Wim van Est, Gerrit Voorting en Jan Nolten grote successen behaalde in de Tour de France. De Pel was minstens zo populair als zijn renners.

In het Amsterdamse hotel Krasnapolsky werd op 15 oktober 1955 een receptie gehouden ter gelegenheid van het 25-jarige jubileum van Gerrit Schulte als wielrenner. Uit handen van Pellenaars kreeg hij toen een kristallen vaas uitgereikt.

De twee kenden elkaar goed, want ze waren in de jaren dertig en veertig grootverdieners in de vaderlandse wielersport. Samen met de Zeeuw Theofiel Middelkamp domineerden ze de koersen op weg en baan en waren ze de absolute grootverdieners.

Maar waar Schulte en Middelkamp een erelijst bij elkaar fietsten van heb-ik-jou-daar, daar behaalde Pellenaars in zestien profjaren slechts zestien overwinningen. Niet veel voor een grootverdiener en dat gaf zeker geen recht om in een adem met de andere twee genoemd te worden.

De centen die Pellenaars geraffineerd bij elkaar scharrelde kwamen voor een groot deel uit de zakken van Schulte en Middelkamp. Die werden vanwege hun naam gevraagd om aan wedstrijden deel te nemen. Hun aanwezigheid scheelde duizenden toeschouwers. Dat bepaalde hun prijs die de matchmakers graag bereid waren te betalen.

Het toegestroomde publiek – onwetend van de mores van het toenmalige profwielrennen - verlangde ook dat een van hen won, want daar waren ze voor gekomen. Om de wereldkampioen op de weg van 1947 te zien winnen of de wereldkampioen achtervolging 1948.

De rest van het deelnemersveld liet dat natuurlijk niet zomaar gebeuren en had altijd wat meer jus in de kuiten als Le Fou Pédalant en Lepe Fieleke aan de start stonden. Die hadden niet altijd trek om in zo’n straatrondje tot het uiterste te gaan en dan kwam De Pel in beeld.

Kees was de fietsende zakenman, die voorafgaand aan iedere koers keihard wheelde en dealde. Als hij zo de uitslag had bepaald, bracht hij de kosten bij de twee grootverdieners in rekening en kregen de kleine coureurs een extraatje als ze in de koers niet moeilijk deden.

Uiteraard profiteerde Pellenaars zelf het meest van zijn handeltjes. Hij, zoon van een arme landarbeider had in zijn jeugd grote armoe gekend en had toen hij wielrenner werd, gezworen om nooit meer behoeftig te zijn.

Hij droomde van een mooie villa met een Amerikaanse slee op de oprijlaan. Zijn kinderen mochten onder geen beding wielrenner worden, maar moesten voor dokter leren. Het knappe is dat hij zijn dromen helemaal heeft waargemaakt.

Hij reageerde dan ook woedend toen zijn zoon Pierre ook wielrenner werd en de kwaliteit had om een goede beroepsrenner te worden. Tot hij eens zo zwaar ten val kwam, dat hij in zag dat de universiteit toch een veiliger omgeving was.

Pierre werd econoom en schopte het een heel eind in de maatschappij. Hij bracht het tot bestuurslid van het havenconcern Pakhoed en later tot president van de scheepswerf Wilton Feijenoord.

De welvaart van de familie Pellenaars uitte zich dus niet in de uitslagen van de heer des huizes, maar wel in andere dingen. De Pel hield ervan om met zijn gezin op vakantie naar een mooi hotel te gaan om zich daar te laten verwennen.

Toen ze eens in zo’n duur hotel de familie Schulte troffen, was de verbazing wederzijds. Vooral bij Toos Schulte, die zich zeer bewust was de vrouw van een beroemdheid te zijn, die veel geld verdiende, waardoor zij bij het boodschappen doen niet op een dubbeltje hoefde te kijken.

Ze begreep het niet helemaal, want die Pellenaars die won toch nooit wat, had Gerrit haar wel eens verteld. Ze kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg Sjaan Pellenaars op de vrouw af hoe ze zich zo’n dure vakantie konden permitteren?

Sjaan, bekend met de handeltjes van haar Kees, aarzelde geen moment en zei: “Omdat jouw Gerrit zo veel wint!”

Door Fred van Slogteren, 29 mei 2018 10:00

Heerlijk verhaal

Gewoon weer een heerlijk verhaal om dit te lezen, Fred. Zelf kwam ik voor ploeggenoot Pierre wel eens bij huize Pellenaars over de vloer en met die vreselijke Gerrit Schulte heb ik eens een akkefietje gehad waar ik niet blij van werd. Het komt allemaal weer bovendrijven, maar nu kijk ik er met een grote glimlach naar om. Heerlijk!
Geplaatst door Jan van der Horst, 29 mei 2018 19:47:56

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web