Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 30 mei …

Eind jaren vijftig en begin jaren zestig reden er in het nationale amateurpeloton West-Brabantse renners mee met op hun trui de naam De Drie Hoefijzers. Dat was een brouwerij uit Breda en die sponsorde de ploeg van Toon Simons.

Toon was een caféhouder uit Breda en zijn café genaamd ´t Hoekske was een echte wielerkroeg. Eerst voor de supporters van Toon´s vriend Woutje Wagtmans en daarna voor de renners van zijn ploeg De Drie Hoefijzers, een ploeg die daarna of ervóór, dat weet ik niet meer, Breda Bier heette.

Een van die Brabantse bierrenners heette Cees Snepvangers en dat vind ik een mooie naam. Waarschijnlijk stamt die naam uit het begin van de negentiende eeuw toen mensen een familienaam moesten aannemen, om voor de Franse bezetter makkelijk bereikbaar te zijn voor belastingheffing.

Velen kozen hun dagelijkse bezigheid als achternaam en Snep- of Snipvanger was toen een eerzaam beroep. Vogeltjes vangen om die aan herbergen te verkopen was toen voor veel arme mensen een mogelijkheid om een schamele bron van inkomsten te hebben.

Later kwamen er door de industriële revolutie andere beroepsbezigheden en raakte het vogeltjes vangen in onbruik. Maar de familie had gekozen en Cees behoort tot de zoveelste generatie die trots mag zijn op de mooie naam Snepvangers .

Hij kwam uit Zundert en reed bij de amateurs een mooie erelijst bij elkaar. Ik las eens een stukje over hem in het blad Wielersport en daarin werd hij een 'klepper' genoemd. Dat woord kende ik toen niet, maar dankzij mijn wielervriend Theo Buiting weet ik dat die naam staat voor een renner die veel wint.

De wielersport ging in de jaren vóór en na de Tweede Wereldoorlog in de zuidelijke provincies en in Vlaanderen hand in hand met de duivensport. Wedstrijdduiven werden ieder weekend ergens in Frankrijk losgelaten en vlogen dan zo snel mogelijk terug naar huis.

De duivenmelker lag dan te wachten op het geluid van de klep, de toegang tot het duivenkot en dat maakte een geluid als de duif na gedane arbeid naar binnen tripte om er direct aan de maaltijd te gaan. Een winnende duif werd een klepper genoemd.

Wielrenners die veel wonnen werden daarom ook kleppers genoemd, hoewel het passeren van een eindstreep doorgaans het geluid maakt van een rinkelende kassa. Omdat Cees Snepvangers als amateur veel won, is hij voor mij als een klepper de geschiedenis ingegaan.

Tijdens zijn profcarrière is hij niet in staat gebleken om die bijnaam verder eer aan te doen, want hij heeft in zijn zes jaar durende verblijf bij de profs, voor zover ik kan nagaan, nooit iets gewonnen.

Dat was ook erg moeilijk in die tijd, want er was niet veel startgelegenheid in eigen land en in de Belgische kermiskoersen was de spoeling dun met vaak aantallen deelnemers van rond de tweehonderd.

Cees kreeg in 1966 een contract bij Willem II-Gazelle en in 1967 bij Televizier-Batavus. Ik weet verder niks van hem en ook niet wat hij na zijn wielertijd is gaan doen om aan de kost te komen.

Als hij nog leeft, en ik heb nergens gevonden dat dat zo is, dan viert hij vandaag zijn 77ste verjaardag. Ik hoop in goede gezondheid en dat de winnende klep nog maar vaak te horen mag zijn.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 30 mei 2018 9:00

Cees Snepvangers

Cees Snepvangers leeft nog steeds en is nog steeds actief in Zundert in de bandencentrale die naar hem is vernoemd ("De Snep").

En hij is een van de vele vertegenwoordigers (geboren dan wel gewoond) uit onze zustergemeente Zundert die het ooit tot profrenner hebben geschopt:
Jaan Braspennincx, John Braspennincx, Cees Koeken, Keesje Haast, Emiel Kerstens, Johan en Theo van der Velde, Jacques van der Kloot, Jaak van Hoydonk, Adri Wouters, Henk en Jelle Nijdam, Thijs Roks, Jef Jochems, Aad van Amsterdam, etc. etc.
Zelfs Rini Wagtmans heeft in zijn jeugd nog een periode in Zundert gewoond
Geplaatst door William van Peer, 30 mei 2018 11:03:12

Cees Snepvangers

Ik heb Cees Snepvangers telefonisch gesproken in het kader van mijn Onderzoek naar deRonde van Tunesie van 1964, waaraan hij heeft deelgenomen. Snepvangers wilde niet veel zeggen, wellicht omdat hij het slecht kon vinden te ploegleider Evert van Mokum. Hij werd in die ronde 22ste, terwijl het podium bestond uit Gosta Peterson, Lucien Aimar en Walter Godefroot, niet de minste renners. Tekenend voor de sfeer is wellicht onderstaand citaat uit “Met oom Evert naar kamelenland”

Zodoende bleven alleen Werner Swaneveld en Cees Snepvangers over, de renners aan wie Van Mokum het minste plezier beleefde. De twee zelf waren zelf trouwens ook ontevreden. Dat waren ze ten eerste over Van Mokum, ten tweede over de ronde en ten derde een beetje over zichzelf. Roel Hendriks: "Ik zie Cees Snepvangers nog zo een stuk vlees door de eetzaal gooien. 'Vreet dat kamelenvlees zelf maar op'. Misschien was hij het anders gewend. Wij waren niks gewend. In elk geval te weinig om kritiek op het eten te hebben."”
Geplaatst door Gijs Zandbergen, 08 juni 2018 21:56:14

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web