Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

Met deze paars/zwarte Basso-fiets ben ik eens de Alpe d’Huez opgefietst en zonder triple was het echt zwoegen. Ik had een opvallend Italiaans wielershirt aan en het was dan ook niet verwonderlijk dat ik daar boven op werd aangesproken.

Het was een Italiaanse toerfietser die me daarboven aansprak. Hij had de klim eveneens volbracht. De welverdiende pauze die wij ons gunden, brachten we zittend op een muurtje door. Daar hebben we met de bidon in de hand een half uurtje over Basso zitten keuvelen.

De man was laaiend enthousiast dat ik op een vijfentwintig jaar oude Basso reed. Hij kwam namelijk uit hetzelfde dorp: Rettorgole di Caldogno, waar Marino Basso op 1 juni 1945 het levenslicht zag.

De profloopbaan van zijn plaatsgenoot liep van 1966 tot en met 1978. Uitkomend voor Molteni slaagde hij er niet in erg op te vallen. Dat was natuurlijk niet verwonderlijk met ploeggenoten als Rudi Altig, Gianni Motta, Michele Dancelli en last but not least Eddy Merckx.

Marino stond dankzij een goed eindschot wel regelmatig op het podium, maar zelden op het bovenste treetje. Zijn grote dag beleefde hij op 6 augustus 1972 in het Franse Gap, waar Monsieur 100.000 volt, een bijnaam die hij deelde met Gibert Becaud, verrassend wereldkampioen werd.

Op deze bloedhete dag won zijn verstand het van zijn temperament. Het parcours van ruim vijftien kilometer met drie klimmetjes moest achttien maal genomen worden en dat was opgeteld een loodzware 272,5 kilometer.

In de veertiende ronde viel de beslissing toen tien renners een gaatje wisten te slaan. Vier Italianen, drie Belgen, een Deen, een Fransman en onze eigen Joop Zoetemelk. Drie kilometer voor de meet demarreerde de Italiaan Franco Bitossi op verschroeiende wijze uit de kopgroep en zijn medevluchters bleven op apegapen achter. Het vals plat naar de finish werkte verlammend.

Alleen Basso wist nog een paar voltjes uit zijn laatste reserves te persen, waarmee hij zijn landgenoot in de finale meters passeerde. Het was niet bepaald sympathiek te noemen om de overwinning zo voor de neus van een landgenoot weg te kapen, maar in het zicht van zoiets groots als een wereldtitel, verschuift fatsoen wel eens naar de tweede plaats.

Het dwaze hart, zoals de bijnaam van Bitossi luidde omdat zijn rikketik in het heetst van de strijd nog wel eens oversloeg, was ontroostbaar en woedend tegelijk.

Maar Basso zat er niet mee, want de teammanager van de sterke Bianchi-Campagnolo ploeg legde direct een aantrekkelijk contract voor aan de nieuwe wereldkampioen. Eind 1978 beëindigde Marino Basso zijn wielerloopbaan om zijn naam te lenen aan een beroemde Italiaanse racefiets.

Foto’s: © T&T Tekst & Traffic

Door Peter Ravensbergen, 22 mei 2018 10:00

Marino Basso

Ik ben al jaren fan van Gilbert Becaud, helaas veel te jong overleden, maar ik heb nog nooit gehoord dat Basso de zelfde bijnaam droeg als Becaud. Overigens was ik ook wel fan van de razendsnelle Basso.
Geplaatst door Jan Quax, 22 mei 2018 14:12:12

geen fan...

Nee, ik was bepaald geen fan. Een vervelend heerschap, en zo dachten ook veel profs in het peloton van toen erover. Hij schuwde niet om een kwak links en rechts uit te delen. En als het hem eens overkwam dan moest de hele wereld dat weten middels drukke Italiaanse handgebaren. Een soortgelijk coureur hebben we tegenwoordig ook weer, die Franse bokser, Bouhanni... :-(
Geplaatst door marcoV, 22 mei 2018 21:38:14

Geen fan

Ja Marco, waarschijnlijk zag ik dat toen in mijn enthousiasme niet. Eigenlijk gek, want ik kan me nu rot ergeren aan kwakkende en duwende sprinters als bijvoorbeeld een Cavendish.............
Geplaatst door Jan Quax, 23 mei 2018 06:42:36

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web