Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 11 mei ...

Truus van der Plaat was in de jaren zeventig een van de betere Nederlandse wielrensters. De uit Geldermalsen afkomstige renster begon pas op haar 21ste met wielrennen. Dat is vrij laat want daarvoor beoefende ze de schaatssport.

Voor trainingsdoeleinden gebruikte ze de racefiets om kilometertjes te maken en ze besloot om ook te gaan koersen. Aanvankelijk als training voor het schaatsen, maar toen ze er achter kwam dat ze een behoorlijk sprintje in de benen had werd de fiets belangrijker dan de schaatsen.

Ze won regelmatig, maar haar strijdwijze maakte haar niet populair bij de andere dames. Truus hing de hele koers achterin de groep en ze kwam pas naar voren als het op een massasprint uitdraaide, of er met een ereplaats een leuke prijs was te verdienen.

Nu zou niemand zich daar druk om maken, maar in die tijd werd je geacht in de eerste plaats sportief te zijn. Ze trok zich er dan ook niets van aan en bouwde gewetensvol aan haar erelijst en was zowel op de weg als op de baan actief.

Met haar grote bril was ze een opvallende verschijning in het peloton, maar verder was ze een wat introverte persoonlijkheid die zich echter niet de kaas van het brood liet eten. Ze ging haar eigen weg en wist heel goed wat haar mogelijkheden waren.

Op de weg was ze jarenlang met die sprint een geduchte tegenstandster van wielrennende dames als de gezusters Hage, Tineke Fopma, Minie Brinkhoff, Bets van IJken, Willy Kwantes, Marijke Lagerlof en andere coryfeeën uit die tijd.

Ze won regelmatig criteriums en stond drie keer bij het NK op de weg op het podium, maar helaas niet op de hoogste trede. In 1973 moest ze Keetie Hage en Willy Kwantes voor laten gaan, twee jaar later versperden Keetie en Gré Knetemann haar de weg naar eeuwige roem en in 1978 waren dat (al weer) Keetie en haar zus Bella Hage.

In 1978 werd Truus Nederlands kampioen sprint op de baan, nadat ze al vijf keer als tweede was geëindigd. In totaal zou ze zeven keer de ondankbare tweede plaats behalen. Haar grootste prestatie leverde ze in 1979 toen ze op de Amsterdamse stadionbaan tweede werd in de strijd om de wereldtitel sprint op de baan.

Ze reed een geweldig toernooi, versloeg in de halve finale de Italiaanse Rosetta Galbiati (foto 2), maar moest het in de finale afleggen tegen de Russische Galina Tsareva. Ze was echter dik tevreden met haar tweede plaats, ongetwijfeld het grootste succes in haar carrière die ze in 1980 op 32-jarige leeftijd afsloot.

Heel Geldermalsen liep uit om haar te huldigen. De gemeente wilde niet achterblijven en bood haar een huurwoning aan. Een cadeau waar ze heel blij mee was, want ze kon als vrijgezelle dochter op haar 31ste eindelijk op haar zelf gaan wonen.

Ze kreeg een vader en een zoon als buren en met die zoon klikte het zodanig, dat die na verloop van tijd een deurtje opschoof en bij Truus introk. Er werd later getrouwd en ze bleven bij elkaar tot haar echtgenoot enkele jaren geleden overleed en Truus alleen want kinderloos achterbleef.

Truus had tijdens haar wielerloopbaan en ook nog lang daarna twee beroepen, want een beroepsstatus voor vrouwelijke wielrenners was toen nog niet aan de orde. Ze werkte als kraamhulp bij gezinnen waar de ooievaar was langs geweest en ze ging als pedicure met haar gereedschapskoffertje bij haar klantjes langs.

Truus wordt vandaag zeventig jaar en behalve wat problemen met haar knieën gaat ze vrolijk door met ademhalen, ook al vindt ze het moeilijk te aanvaarden dat ze geen jonge meid meer is. Wat niet wegneemt dat we Truus van harte feliciteren met haar verjaardag en haar een fijne dag toewensen.

Foto’s: archief T&T Tekst & Traffic

Door Fred van Slogteren, 11 mei 2018 9:00

Truus

Truus woonde begin jaren zeventig van de vorige eeuw met haar ouders in Geldermalsen en ik ben een aantal keren bij hen wezen logeren.
In die periode vond ik het leuk/spannend om vanuit mijn woonplaats Zaandam op de racefiets fietsvriendinnen elders in het land op te zoeken.
Truus was inderdaad o.a. pedicure en ging s'avonds haar klantjes af met mij dan in haar kielzog waarbij ik me steevast afvroeg wat een mens er nu leuk aan kon vinden om aan andermans voeten te zitten.
Overdag werd er getraind en soms met "de bakkertjes" zoals Truus ze noemde: de broers Jan en Adrie van Houwelingen wiens ouders in een naburig dorp een bakkerij hadden. Leuke jongens en met name voor Jan had Truus wel een zwak.
Beiden gestopt met fietsen eind jaren zeventig raak je elkaar dan toch uit het oog, in beslag genomen door een ander/nieuw leven.
Vijftien jaar geleden trof ik Truus bij een reŁnie en onlangs heb ik haar bezocht in haar huisje. Geen spat veranderd behalve dan de leeftijd maar in haar hart is ze nog 18.
De middag was te kort om 50 jaar verleden te bespreken dus een vervolg komt er zeker!

Geplaatst door Willy Kwantes, 12 mei 2018 09:17:55

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web