Uit de ordners van Jan …

Deze week heb ik gekozen voor het Belgische tijdschrift Wielerfavoriet van mei 1989. Niet zonder reden want ik zag op de cover een fraaie actiefoto van Edwig van Hooydonck.  Het was voor de renner uit het grensdorp Wuustwezel een geweldig jaar. Nadat hij in april als 22-jarig broekie verassend de Ronde van Vlaanderen had gewonnen was natuurlijk in België weer een nieuwe Eddy Merckx opgestaan. Die vergelijking vond hij helemaal niets.

“Laat de radio en de televisie en de schrijvende pers daar nou asjeblieft eens mee ophouden: een tweede Merckx ben ik niet en zal ik ook nooit worden. Daar word ik zot van. Ik ben geen fractie van wat Merckx was. Ik kan nog niet eens fatsoenlijk dalen."

De 1 meter 93 lange renner had al op jonge leeftijd het imago dat hij zich niet gek liet maken door succes. Hij liet zijn hoofd niet op hol brengen, bleef met beide benen op de grond staan, trok zijn eigen plan en bouwde voorzichtig zijn carrière uit.

Luisterde slechts naar drie mensen in zijn omgeving: ploegleider Jan Raas, assistent Hilaire Van Der Schueren en dokter Dries Claes. Bij de ploegen van Jan Raas kreeg Edwig alle gelegenheid om zijn kwaliteiten te ontplooien.

Hij koos na het WK van 1986 dan ook heel bewust voor de Nederlandse, ploeg, waar ook een plaatsje werd ingeruimd voor zijn oudere broer Gino. “Ik heb geen ogenblik spijt gehad van mijn keus. Als jonge prof kun je je geen betere directeur sportief wensen dan Raas.”

Hij lichtte ook toen waarom: “Raas is af en toe streng, maar blijft altijd realist. Het gaat er bij hem ontspannen aan toe. In een Belgische formatie zou ik vanaf de eerste dag enorm onder druk hebben gestaan. Ik zou veel meer moeten koersen en presteren. Bij Raas kan ik in grote lijnen mijn eigen weg uit zetten."

De Zeeuwse ploegbaas koesterde zijn pupil, in de overtuiging dat die zou uitgroeien tot een absolute topper. “Voor ik Edwig aantrok, heb ik gesproken met dokter Claes, die hem al vanaf de nieuwelingen begeleidt. Claes vertelde me dat hij na Van Looy nooit meer zo’n talent onder handen had gehad als Van Hooydonck.” De rossige Belg had de kwaliteit om snel te herstellen van zware inspanningen, wat in lange, zware wedstrijden een groot voordeel is.

Edwig Van Hooydonck stopte in 1996 op 29-jarige leeftijd met wielrennen omdat hij plots niet meer kon concurreren met renners die hij voordien wel nog makkelijk had kunnen volgen. “Met pijl en boog aantreden in een chemische oorlog, wilde ik niet langer”, zei zei hij bij zijn afscheid. “Ik kon gewoon niet meer mee.”

Al in 1994 uitte hij in niet mis te verstane bewoordingen zijn wantrouwen ten aanzien van de Italiaanse ploegen en kreeg meteen het halve peloton over zich heen. Omdat hij niets kon bewijzen en de wielersport niet wilde schaden deed hij er verder het zwijgen toe.

Na in 1966 nog even in de kleuren van Rabobank te hebben gefietst stopte hij er halverwege het seizoen mee. En hij was niet de enige. Het besluit kwam in een koers waar hjij samen met collega Rudi Verdonck aan de staart van het peloton bungelde en besefte dat dit zijn plaats was geworden.

“We zeiden tegen elkaar: Of we doen we mee met de rest, óf we stoppen we ermee. Wij hebben toen alle twee onmiddellijk beslist om te stoppen met professioneel wielrennen.” Edwig Van Hooydonck, een groot talent moest toen nog dertig jaar worden.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Jan Houterman, 7 mei 2018 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web