De Burgerlijke Stand van 12 juni.

Raphael GEMINIANI (1925, Frankrijk)

‘Le Grand Fusil’ was zijn bijnaam en dat betekent: het grote geweer. Dat zou slaan op zijn wat fors uitgevallen neus, maar ik heb van renners uit die tijd gehoord, dat die uitleg veel te maken had met het preutse karakter van die jaren. Hoe het ook zij, Raphael Geminiani was een opvallend coureur. Alleen die prachtige voornaam al. Hij werd in 1946 prof en hij was vooral een ronderenner, want hij won nooit een belangrijke eendagswedstrijd. Maar hij heeft ook nooit een grote ronde gewonnen en dat is het merkwaardige van Geminiani. Hij behoorde tot de groten van zijn tijd, maar hij kwam net iets te kort om ook een echte grote te zijn. Hij startte twaalf keer in de Tour de France en van de tien keer dat hij hem uitreed, eindigde hij vijf keer bij de eerste tien. Een keer als tweede, in 1951 achter Hugo Koblet en een keer als derde, in 1958 achter Charly Gaul en Vito Favero. In de Ronde van Italië startte hij vijf keer en vier keer behoorde hij tot de top tien. De vierde plaats in 1955 was zijn beste resultaat. In de Ronde van Spanje ging hij slechts twee keer van start en met een derde en een vijfde plaats keerde hij naar Clermont Ferrand terug. In 1955 reed hij in één jaar de drie grote ronden en met een zesde plaats in de Tour, een vierde in de Giro en een derde in de Vuelta leverde hij een ongekende prestatie. ‘Gem’ was ook zeer gezien onder zijn collega’s, want hij was een leiderstype die vaak het woord nam als er namens de renners iets gezegd moest worden. En dat was soms best nodig in die tijd, want renners waren de slaven van de weg, waarover de organisatoren naar willekeur beschikten. De renners? Ach, die koersen wel, was de algemene opvatting. Hoewel hij al vijftien jaar als prof in het zadel zat, werd zijn carrière op 34-jarige leeftijd afgebroken door malaria. Hij liep dat in december 1959 op toen hij met een aantal andere Europese coryfeeën deelnam aan een wedstrijd in Opper Volta, het tegenwoordige Burkino Faso. Doodziek keerde hij naar Frankrijk terug, maar hij overleefde het. Fausto Coppi was minder gelukkig. Met dezelfde ziekte keerde ook hij van dat uitstapje terug en hij overleed op 2 januari 1960. Na zijn carrière werd Geminiani ploegleider. Hij leende zijn naam aan een fabrikant van racefietsen en met het vermouth-achtige drankje St.Raphaël reed zijn ploeg, met de grote Jacques Anquetil als kopman, onder de naam St.Raphaël Geminiani van het ene grote succes naar het andere. Een onbedoeld eerbetoon aan een van de beste renners uit de na-oorlogse periode. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Francis PÉLISSIER (1894, overleden 22.02.1959, Frankrijk)

Hij was de middelste van drie fietsende broers en de minst succesvolle. Zijn oudere broer Henri won de Tour de France en broertje Charles was het equivalent van de na-oorlogse Raymond Poulidor: de lieveling van het Franse publiek. Francis was misschien wel de beste van de drie, in ieder geval de taaiste met een enorm duurvermogen. Hij startte zes keer in de monsterklassieker Bordeaux-Parijs en hij won drie keer. Van de andere drie keer werd hij twee keer tweede en een keer vierde. Hij was beresterk en behept met een groot koersinzicht. Hij werd de Tovenaar genoemd, omdat hij in de koers vaak verrassend uit de hoek kon komen. Als men hem niet meer verwachtte was hij er ineens weer. Hij was ook drie keer kampioen van Frankrijk en hij won in 1921 de klassieker Parijs-Tours in het laagste uurgemiddelde (22 kilometer en 893 meter) waarmee deze snelle koers ooit is afgelegd. De reden was dat het zulk beestenweer was dat het vrijwel onmogelijk was om te fietsen en het grootste deel van de gestarte renners voortijdig afstapte. Pélissier maalde echter onverdroten voort en kwam als winnaar in Tours aan, ver voor de Zwitser Henri Suter en zijn landgenoot Robert Jacquinot. Net als Geminiani werd Francis Pélissier na zijn carrière, die hij in 1931 afsloot, ploegleider en dat hield hij vol tot ver na de tweede wereldoorlog. Hij coachte in die na-oorlogse periode grote renners en Tourwinnaars als Ferdi Kübler, Hugo Koblet en Jacques Anquetil. De grote successen van Maître Jacques heeft hij echter niet meer meegemaakt, want hij overleed plotseling in 1959. Volgens mij heeft er ook een fietsenmerk ‘Francis Pélissier’ bestaan, maar bij Peter en Otto kan ik niets vinden. Komt misschien nog wel, net als het merk Cycles Geminiani.

De andere op 12 juni geborenen zijn:

BALLANGER, Felicia (1971, Frankrijk)
BAUER, Steve (1959, Canada)
BREENEN, Hein van (1929, overleden 08.03.1990, Nederland)
FRANCISSEN, Frans (1951, Nederland)
MINNEBOO, Gaby (1945, Nederland)
MONTI, Bruno (1930, Italië)
PIETERS, Roy (1989, Nederland)
VIGANO, Davide (1984, Italië)

Door Fred van Slogteren, 12 juni 2007 0:00

Tarzan

Ik ben er bij geweest toen Hein van Breenen de bijnaam 'Tarzan' kreeg. 's Winters reden de renners in de jaren veertig en vijftig nog wel eens een cyclo cross, dat heet nu veldrijden. Hein deed in die tijd eens mee aan een cyclo cross in Blaricum. Na afloop klom hij in een boom en ging met zijn tanden aan een tak hangen. Iemand uit het publiek riep toen: Tarzan en zo is hij sindsdien altijd blijven heten.
Guus

Geplaatst door Guus de Jong, 12 juni 2007 09:18:51

...als jongen afkomstig uit de Nieuwmarktbuurt, kon ik Hein van Breenen ook redelijk goed. Maar aan zijn 'tanden aan een tak hangen...?' Enfin, de mythe over Hein gaat steeds woestere vormen aannemen. Maar de enige die uitsluitsel hierover kan geven is zijn neef, Bap van Breenen..

Geplaatst door André Stuyfesant, 12 juni 2007 09:38:39

Tarzan

Eind jaren '80 ben ik ooit met mijn grootvader Wim van Est naar een radio-opname geweest van "de duvel is oud" van Joop Landré. Het thema die dag was de Tour de France. Gasten waren Gerrit Schulte, Gerrit Voorting, Hein van Breenen, Martin Ros en opa.
Hein van Breenen vertelde toen (ik heb het nog steeds op cassettebandje staan) dat hij 's winters mee deed aan een cyclo cross op het Kopje van Laren. Een coureur voor hem viel en Hein van Breenen had 2 keuzes: of over hem heen vallen of die tak grijpen die daar hing.
Hij greep die tak en met de fiets nog aan zijn voeten hing hij aan de tak.

Journalist Barend Barendse was ter plaatse en die gaf meteen Hein van Breenen de bijnaam Tarzan mee.

Dit heb ik altijd als de correcte versie van het ontstaan van de bijnaam Tarzan gehouden.

Met vriendelijke groet,

William van Peer.

Geplaatst door William van Peer, 12 juni 2007 16:05:11

Tarzan van Breenen

Hein ,ik heb hem goed gekend , wij
waren eind jaren 40 lid van a.s.c de GERMAAN , ons clubhuis was cafe van Dam aan de
rozengracht (nu restaurantje)
Aan zijn tanden heeft hij nooit gehangen (guus de jong onzin) Barend Barendse Heeft gelijk.Hein was een knappe renner.

Geplaatst door Will.A.Leeners, 25 maart 2008 11:33:40

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web