ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Eddy Beugels (1944-2018)

Het is een bericht waar ik al een paar jaar op zat te wachten en misschien zelfs op zat te hopen: Eddy Beugels is overleden. Dat klinkt cru en bizar maar het leven van de Limburgse oud-renner was verschrompeld tot een bestaan dat je niemand toewenst.

Ik heb hem in 2001 eens geïnterviewd in de mooist denkbare omgeving waar ik ooit met mijn bandrecordertje een vraaggesprek heb gevoerd. Zijn prachtige galerie in de deftige Stokstraat in hartje Maastricht vol met prachtige schilderijen van Russische impressionisten.

Tegenover me zat Eddy, op het oog een gesoigneerde oud-wielrenner en gerenommeerd kunsthandelaar met wie ik over zijn ervaringen praatte met Jan Janssen, in 1968 zijn kopman in de Tour de France en het jaar 1970 toen hij als lid van de Belgische Flandria-ploeg dagelijks optrok met de jonge Joop Zoetemelk.

De ziekte moet toen al in zijn lijf hebben gezeten, maar aan zijn geheugen mankeerde nog niets. In de jaren die volgden hoorde ik dat het steeds slechter met hem ging. Tot hij uiteindelijk lijdend aan primair progressieve afasie, een neurologische aandoening die verwant is aan Alzheimer, terecht kwam op de gesloten afdeling van een verpleeghuis.

Zijn grootste genoegen daar was om buiten een sigaartje te roken en daar verbleef hij op een met hoge hekken omgeven terrein waarbinnen alleen een aluminium vlaggenmast stond waar een aantal keren per jaar de Nederlandse driekleur werd gehesen in verband met een koninklijke verjaardag of halfstok op 4 mei.

Eddy had dan met zijn sigaartje voor de gewoonte om met de vlakke hand onophoudelijk tegen die mast te slaan en dat was tot in de verre omtrek te horen. Alsof hij aandacht wilde vragen voor zijn afschuwelijk lot. Vanwege de overlast voor de omgeving werden die uitjes hem verboden en mocht hij nog slechts binnen op zijn kamer roken als zijn vrouw op bezoek was, die altijd één sigaartje voor hem meebracht.

Nog maar slechts enkele mensen kwamen op bezoek. Behalve Gitta zijn vrouw, waren dat onder meer Geert Leenders, een goede vriend en Arie den Hartog, de oud-renner die ook in de ploeg zat die Jan Janssen terzijde stond in zijn succesvolle strijd om de Tour van 1968 te winnen.

Toen ik in 2012 en 2013 bezig was met het eerste deel van Als je de Tour niet hebt gereden … heb ik zowel met Gitta als met de heer Leenders en Arie gesproken. Gitta was toen zelf niet meer in staat bij haar man op bezoek te gaan omdat ze lijdend aan kanker terminaal ziek was en ze drie weken na ons gesprek overleed.

Eddy zal er geen traan over hebben gelaten, want hij herkende haar allang niet meer. Ze was slechts die aardige mevrouw die altijd een sigaartje meebracht. Hij bracht zijn dagen door op en neer wandelend op de gangen van de gesloten afdeling.

Op zijn kamer nam het raam de plaats is van de vlaggenmast en hij kon uren achtereen met de vlakke hand op dat raam slaan. Geert Leenders herinnert zich dat als hij op weg naar zijn werk langs het tehuis fietste hij de klappen van Eddy goed kon horen. Iedere keer kromp zijn hart ineen.

Aan dat doelloze leven is gelukkig nu een einde gekomen. Eddy, eens een goede wielrenner die de klassieker Rund um den Henninger Turm op zijn naam schreef en als toegewijd helper van Raymond Poulidor, Jan Janssen en Joop Zoetemelk geschiedenis schreef was zich daar in zijn isolement volstrekt niet meer van bewust.

Ook niet als Arie den Hartog probeerde herinneringen met hem op te halen. Eddy luisterde aandachtig, maar Arie zag in die lege ogen dat hij net zo goed het telefoonboek had kunnen voorlezen.

Op de vraag waarom hij desondanks op bezoek bij Eddy is blijven gaan, heeft Arie prachtig antwoord gegeven dat precies weergeeft wat het vak van beroepsrenner inhoudt: “De vriend met wie je in de koers lief en leed hebt gedeeld, laat je niet in de steek.”
 

Na zijn wielercarrière ging Eddy naar de universiteit van Maastricht en schreef zich in bij twee faculteiten. Hij studeerde in recordtijd af als meester in de rechten en als doctorandus in de kunstgeschiedenis.

Na te zijn afgestudeerd stampte hij in no-time een assurantiebedrijf uit de grond, om later als kunsthandelaar grote zaken te gaan doen. Zo stapte hij eens met een Renoir onder zijn arm in een vliegtuig om die kunstschat persoonlijk bij de koper af te leveren.

De degeneratie van een mens is gruwelijk om aan te zien. Eddy was een man van de wereld, die uit het leven heeft gehaald wat er in zat. Sympathiek en geliefd bij de mensen die hem kenden. Tot een vreselijke ziekte hem in een isolement dwong, waar hij door gesloten deuren, een hem in de steek latend brein en de vocabulaire van een kleuter niet meer uit kon komen.

Daarom ben ik blij dat hij er niet meer is en op een wolk in de wielerhemel herinneringen kan ophalen aan die Tour van 1968 met Eef Dolman, Henk Nijdam, Wim Schepers, Gerard Vianen en Jos van der Vleuten, ploeggenoten van toen die hem in de dood zijn voorgegaan.

Ik wens zijn nabestaanden en vele vrienden veel sterkte, want ondanks zijn laatste zo dramatische jaren was Eddy Beugels een mens om van te houden.

Foto: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 17 januari 2018 12:00

Eddy Beugels

Heel mooi geschreven Fred.
Geplaatst door Piet van der Meer, 17 januari 2018 20:18:45

Eddy Beugels

Een meer dan verdiend eerbetoon aan een uiterst sympathieke renner. Onbegrijpelijk dat de landelijke dagbladen en Teletekst zijn overlijden volledig gemist hebben.
Geplaatst door Paul Garé, 18 januari 2018 11:00:20

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web