Het balhoofdplaatje van Otto …

Begin jaren dertig van de vorige eeuw waren metallurgen in de voornaamste industrielanden bezig met het ontwikkelen van aluminium voor de vliegtuigbouw. Vliegtuigen werden in die tijd nog gemakt van hout, staaldraad, zijde en papier, spanlak en ijzer.

De ontwerpers kwamen er al gauw achter dat zuiver aluminium weinig taai is, weinig treksterkte heeft, niet elastisch is en snel breekt. Daarom werd er naarstig geëxperimenteerd met legeringen van aluminium met hele reeksen toegevoegde metalen om die nadelen in het basismateriaal op te heffen.

Met staal was iets soortgelijks te zien geweest, alleen eerder. De Engelse soldaten hadden helmen van staal dat gelegeerd was met chroom, molybdeen en vanadium. Niet dat ze dat veel geholpen heeft trouwens. Dat materiaal kwam terug in de vorm van de beroemde Reynolds 531 buizen, die niet alleen voor fietsen maar ook voor chassis van sportwagens en voor golfclubs werden gebruikt

Ook de Franse staatsindustrie was ver gevorderd met legeringen van aluminium en koper, dat destijds met de merknamen Duraluminium of Dural op de markt werden gebracht en die wèl de gewenste taaiheid en trek- en torsiesterkte hadden. Een groep techneuten uit de vliegtuigindustrie en mensen uit de wielerwereld, onder andere de toenmalige werelduurrecordhouder Maurice Archambaud, probeerden fietsen te maken van dit materiaal.

Het probleem was echter dat je het materiaal niet kon lassen of solderen en lijm om het te verlijmen nog niet bestond. In plaats daarvan hadden ze bedacht om de lugs en buizen met elkaar te verbinden met behulp van expanders, zoals je een stuur en de voorvork in de balhoofdbuis vastklemt.

Het nadeel daarvan was dat de lugs behoorlijk dikwandig moesten zijn en de fiets uiteindelijk niet veel lichter was dan een fiets met een stalen Reynoldsframe. Bovendien kon je het materiaal niet lakken omdat er nog geen geschikte primers bestonden. Daar stond als voordeel tegenover dat je vrij eenvoudig een nieuwe buis kon steken, omdat je een frame met expanders weer eenvoudig kon demonteren, wat bij las- of soldeerverbindingen niet mogelijk was.

Op de foto van de balhoofdbuis is te zien dat deze fiets twee balhoofdplaatjes heeft. Als je ze weghaalt blijkt er een gat achter te zitten. Als je dan de vork uitneemt, kun je de inbusbouten van de klemverbinding losdraaien. Eenzelfde gat zit onder het zadel en er zitten er ook twee in de brackethuls. Als je de trapas uitneemt, kun je de rest van het frame demonteren. Het principe is later ook voortgezet door de fabrikant van het Italiaanse Alan, bekend van de cyclocross.

Door Otto Beaujon, 12 januari 2018 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web