Bergwerff ad ad ad

Van de boekenplank van Wim …

HELSINKI 1952

door Leo Pagano

Eigenlijk hadden de Olympische Zomerspelen die in 1952 in de Finse hoofdstad Helsinki werden gehouden daar al in 1940 moeten plaatsvinden. Vier jaar nadat de vorige spelen in Berlijn plaatshadden, een evenement dat de geschiedenis is ingegaan als de nazispelen van Adolf Hitler.

Toen de door deze oppernazi veroorzaakte wereldbrand was afgelopen werden de eerste naoorlogse spelen in Londen gehouden, omdat daar nog al die door de geallieerden verlaten kampementen waren, waar de atleten uit de hele wereld konden worden ondergebracht.

Ze logeerden er in uitgewoonde barakken, zo heeft wijlen Henk Faanhof me eens verteld, maar niemand maalde daarom. De oorlog was beëindigd en de euforie dat er weer in volle vrijheid kon worden gesport, overheerste de armoede van de onderkomens en de sportieve faciliteiten die ook nodig aan een opknapbeurt toe waren.

In 1952 in Helsinki was het al een stuk beter geregeld. Dat waren ook de eerste spelen die ik jongetje bewust heb meegemaakt. Nu kan niemand aan het mediageweld ontkomen, maar in 1952 merkte je niet zo veel van de Olympiade, zoals we toen zeiden.

Er was al wel televisie, maar het aantal toestelbezitters werd nog in duizenden vermeld met nog slechts twee of drie uitzendavonden per week. Voor het Olympisch nieuws waren we daarom aangewezen op de kranten, het bioscoopjournaal en natuurlijk de radio.

Een van de verslaggevers ter plaatse was Leo Pagano (1920-1999). Pagano was als (sport)journalist in dienst van de KRO. Namens de AVRO was daar zijn collega Peter Knegjens, die zo snel kon praten dat hij het verslag van de honderd meter van Fanny Blankers-Koen sneller afraffelde dan de atlete zelf.

Pagano, die als verslaggever zes keer bij de Olympische Spelen aanwezig is geweest, schreef over zijn verblijf in Helsinki dit boekje. Niet in mineur, hoewel er met slechts vijf zilveren medailles voor ons land weinig reden was voor sportieve vreugde.

In plaats daarvan hield Pagano een dagboek bij waarin hij van dag tot dag opschreef wat hem in die Olympische ambiance opviel, raakte en de moeite van het opschrijven waard vond. Zoals over de aanwezigheid van de atleten van de Sowjet Unie en de Chinese Volksrepubliek.

Daarvoor had de Finse organisatie een apart dorp moeten bouwen omdat de regimes in Moskou en Peking als de dood waren dat hun mensen naar het westen zouden overlopen.

Hij schreef ook in majeur over het gastland dat, net onder de invloedssfeer van de Sowjets uit, er in slaagde een vrijwel perfecte organisatie neer te zetten. En natuurlijk ook over de vele gebroken wereldrecords.

Nederland speelde sportief nauwelijks een rol. Na de succesvolle spelen van vier jaar eerder, waar ons land, vooral dankzij Fanny Blankers-Koen, met een behoorlijke medailleoogst vandaan kwam, viel Helsinki bitter tegen.

Fanny was er wel bij, maar ze werd daar ziek, raakte vervolgens geblesseerd en voor een atlete was ze met haar 34 jaar natuurlijk ook al stokoud. Op geen enkel nummer haalde ze dan ook de finale en ze sloot kort na die spelen haar glasrijke carrière af.

Met slechts vijf zilveren medailles (drie voor de zwemsters, één voor de atlete Puck Brouwer en één voor de heren hockeyploeg) keerde de Olympische ploeg uit Finland terug. Ook de wielrenners bakten er niet veel van, niet in de wegwedstrijd en ook niet op de baan.

Het waren vooral de spelen van Emil Zatopek, de Tsjechische langeafstandloper die naast de vijf en tien kilometer ook nog op de marathon goud won. In een afgrijselijke stijl. Dat zag je toen met eigen ogen dagen later in de Cineac, een nieuwsbioscoop waar in een doorlopende voorstelling ook het Polygoon Journaal werd vertoond.

Het was een andere tijd en daarom leefden die spelen ook niet zo in ons land. Met als voornaamste voordeel dat de teleurstelling over de slechte prestaties van de Nederlandse sporters ook niet zo groot was.

We waren als jongeren in die tijd vel meer bezig met de hits van Guy Mitchell (Truly Fair en de Roving Kind), Frankie Laine (Jezebel en High Noon) en natuurlijk Johnny Ray (Cry). Luisterend naar hun hits hoorden we af en toe ook Leo Pagano voorbijkomen. Over van alles en nog wat, want alleen maar sportverslaggever zijn was in die tijd nog maar een enkeling vergund.

Door Fred van Slogteren, 11 januari 2018 12:00

Olympische Spelen

De O.S. van 1952 was voor Nederland met 5 zilveren medailles nogal matig. De 2 volgende O.S. waren bepaald niet beter. In 1956 nam Nederland niet deel. De NOC met o.a. Adje Paulen had in al haar wijsheid besloten dat Nederland zich terug moest trekken wegens de inval van Rusland in Hongarije. Deze NOC actie is wel de grootste wandaad ooit aan Nederlandse sporters aangedaan. In 1960 werden er 3 medailles geoogst, 1 keer zilver en 2 keer brons.
Geplaatst door Piet van der Meer, 11 januari 2018 20:05:04

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web