Uit de ordners van Jan …

“Volgens De Gelderlander was zondag 28 mei 1978 een ‘Zwarte dag voor Italië’. Waarom? Johan Demuynck (Foto: © Cor Vos) uit België werd in Milaan als eindwinnaar gehuldigd van de 61e Ronde van Italië. En niet zomaar een zege, nee Johan veroverde het roze tricot na afloop van de derde rit (een bergrit naar Cascina) en stond het niet meer af. En omdat zijn landgenoten Maertens en Van Linden de trui ook nog even droegen hadden alle leiderstruien in de Giro van 1978 een Belgische eigenaar. De belangrijkste Italiaanse coureurs uit die tijd eindigden op de plaatsen die eigenlijk niet tellen: Baronchelli tweede, Moser derde, Panizza vierde en Saronni vijfde. Een schrale troost voor Francesco Moser was de puntentrui. De bergtrui was voor de Zwitser Ulli Sutter. Zestien van de twintig ritten hadden trouwens wel een Italiaanse winnaar, Moser won er vier en Saronni drie. Al met al toch geen slechte Ronde voor de Italianen, zo zwart was die dag nou eigenlijk ook weer niet.

Hennie Kuiper was eind mei 1978 in blakende vorm. Op zondag won hij de Profronde van Venhuizen door de winnaar van de Giro 1977 Michel Pollentier in de sprint te kloppen. Daags erna won ...

... hij in Thonon les Bains de proloog van de Dauphiné Libéré. Ook hier was Pollentier tweede. Joop Zoetemelk werd derde en moest in de 9,4 km lange tijdrit 12 seconden toegeven.

In de jaren zeventig bezocht ik regelmatig de kampioenschappen van mijn eigen provincie Gelderland. Zo ook op zaterdag 24 mei 1980 in Meddo in de buurt van Winterswijk. René van IJzendoorn uit Tiel werd de verrassende kampioen bij de amateurs. Hij was de sterkste van een negen man sterke kopgroep. Zonder iets af te dingen op zijn wielerkwaliteiten, Van IJzendoorn boekte dat seizoen al diverse zeges, maar de Tielenaar dankte zijn kampioenschap toch in belangrijke mate aan een loslopende hond. Twaalf ronden voor het einde werd het leidende duo Frits van Bindsbergen en Jos Alberts – met een voorsprong van 1 minuut 25 minuten op het peloton, zodanig door het dolende dier gehinderd, dat ze beide ten val kwamen. Fons Schootman uit Neede was tweede en Evert van de Pol uit Oldebroek derde. In de kopgroep zaten ook Frits Schür en Jan Spijker. Gelderland had in die tijd niet alleen veel talent, maar ook renners van de gevestigde orde, zoals Arie Hassink, Gerrit Mohlman en Hans Vonk.
En wat te denken over de dameskoers. Kampioen werd Hennie Top, de toenmalige inwoonster van Wekerom zag vorig jaar Sarah. Ze was destijds nationaal kampioen bij de vrouwen en zou die titel nog twee maal prolongeren. Zilver was er voor Anne Möhlman-Riemersma, de echtgenote van de Apeldoornse topamateur Gerrit Möhlman. Anne was jarenlang op het nummer achtervolging de beste van de wereld, op Keetie Hage na. Twee van hun kinderen zijn ook succesvol op de fiets. Peter, vanaf 2003 als professional en Pleuni, die al eens nationaal kampioene bij de nieuwelingendames was en tweede bij het WK op de weg bij de junioren. Wat wil je ook met zulke ouders! Jannie Nijkamp-Reinderink was goed voor de bronzen plak in Meddo.
Cees van Espen, in 1965 winnaar van een Touretappe, werd kampioen bij de veteranen. De Arnhemmer was prof tussen 1964 en 1969, een periode waarin hij regelmatig zijn neus aan het venster stak en hij naast die Tour etappe (5e rit 1965) zeges behaalde in Ossendrecht, Zundert en Oldenzaal. En, zoals al in de burgerlijke stand te lezen is, vandaag is Cees van Espen jarig en wordt hij 69 jaar. Gefeliciteerd Cees!

In hetzelfde weekend haalde TI Raleigh met Tourfavoriet Joop Zoetemelk de vijfde seizoenzege met de proloog van de Dauphiné Libéré in Evian. Een dag later was Joop de leiderstrui al weer kwijt, want TI Raleigh verloor in haar specialiteit, de ploegentijdrit, van Joops oude werkgever Miko Mercier. Samen met Lubberding, Mutter, Van der Velde, Breu en Wellens kwam de Nederlandse Fransman 9 seconden tekort.
De eerste etappe van Olympia’s Toer van 1980 was een prooi voor Henk van Weers. Hij versloeg na 199 kilometer van Schagen naar Hoogeveen in die volgorde Frank Moons, Ad Prinsen, Theo van Tol en Peter Steijn in de sprint.

Vrijdag 28 mei 1982 komen we Frits van Bindsbergen weer tegen. De sterke coureur uit Lobith-Tolkamer, die tegenwoordig een sportzaak in Arnhem heeft, won in Amsterdam de slotetappe van Olympia’s Ronde. Ad Prinsen en Arie Versluis moesten het in de sprint tegen hem afleggen. Gerrit Solleveld werd de onbetwiste winnaar. Slechts één dag reed Westlandse Gerrit, toen nog niet bekend van de tomaten, niet in de oranje leiderstrui. Met achterstanden van rond de minuut eindigden de trainende baanrenners Krasnov en Manakov uit Rusland, veteraan Arie Hassink en talent Jean-Paul van Poppel in het kielzog van de Sol. Solleveld was op zijn best in de tijdritten en in de heuvels van Limburg. Hij bevestigde zijn macht in het slotritje van Hillegom naar Amsterdam. Zonder ploeggenoten in zijn direkte omgeving handhaafde hij zich steeds in de voorste lijn. Hij was daarmee niet tevreden. Af en toe reed hij, alsof het niets was, om de waaier heen naar de kop. ‘Ik deed dat om de Russen en Hassink te intimideren. Ik heb het niet moeilijk gehad hoor, geen moment.’

Op 28 mei 1985, vandaag alweer 22 jaar geleden, was het definitief gebeurd met de loopbaan van Jan Raas. Het was voorpaginanieuws! ‘Jan Raas is abrupt gestopt met wielrennen. De 32-jarige Zeeuw kwam gisteren na lang overleg met de medici tot de overtuiging, dat hij door een slepende rugblessure, nooit meer op topniveau zou kunnen terugkeren. De directie van zijn sponsor Kwantum Hallen besloot Raas daarom de functie van ploegleider aan te bieden. De huidige ploegleider, Jan Gisbers, zal zich terugtrekken. De overeenkomst met ploegleider Jan Raas heeft een looptijd van vier jaar tot 1989. Jan Raas behaalde in zijn loopbaan 147 overwinningen, waarbij de wereldtitel in 1979, vijf Amstel Gold races, twee Ronden van Vlaanderen, twee Grote Herfstprijzen, drie Nederlandse Kampioenschappen, tien etappes in de Tour de France alsmede Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Parijs-Brussel en de Omloop Het Volk. Zijn laatste overwinning dateert van 29 september 1984 in het criterium van Aalsmeer.’ Altijd had hij een frontpositie gekozen, hij was een trendsetter zoals Johan Cruyff in het voetbal. Botsingen met het gezag lopen als een rode draad door zijn loopbaan. Met puur fietsen werd hij op basis van grote klasse, ambitie en taktisch inzicht één van de beste klassiekerrenners aller tijden. Na natuurlijk Eddy Merckx (34 klassieke overwinningen), Rik Van Looy (18), Roger De Vlaeminck (16) is Jan Raas anno 1985 vierde op de eeuwige ranglijst. En hij zou ongetwijfeld na Merckx de nummer twee in de geschiedenis zijn geworden, ware het niet dat vanaf 1979 het noodlot zich tegen hem keerde. Zware valpartijen verlamden de eens zo machtige ‘turbo’dijen. Tour 1979, etappe naar Roubaix gat in het hoofd en hersenschudding, Parijs-Roubaix 1980 stuur in de liesstreek waarbij rugwervels ook zijn geraakt, Parijs-Roubaix 1981 val op knie met als gevolg drie maanden gips, maart 1982 ernstige voedselvergiftiging, januari 1983 zware val in de Zesdaagse van Parijs, waarbij weer de rug is geraakt, 17 maart 1984 Milaan-San Remo val in de afdaling van de Cipressa, hij valt 20 meter in het ravijn maar een boom breekt zijn val. De 12e lendewervel is ingedeukt, Raas ligt zes weken in een gipsen corset. Hierna werd hij nooit meer de oude.

Op 28 mei 1987 kopte de krant “COMBINES VOORBIJ MET WERELDBEKER? – plan van Hein Verbruggen heeft grote gevolgen voor prof-peloton en sponsors.

Het profwielrennen zal mogelijk al volgend seizoen ingrijpend veranderd worden door de invoering van een reeks wedstrijden om de wereldbeker, naar het voorbeeld van de Formule 1 in de autosport. Tot deze ‘klassiekers’ zullen alleen de ploegen worden toegelaten die een renner onder contract hebben die behoort tot de vijftig besten in het FICP-klassement. Klassiekers waarin 250 tot 300 renners aan de start komen zullen dan tot het verleden behoren.
Het klassement van de Fédération Internationale du Cyclisme Professionel (FICP), waarvan de Nederlander Hein Verbruggen (45) voorzitter is, wordt al enkele jaren via een computer bijgehouden.
Kritiek is er al meteen. Opwaardering van de salarissen van de A-renners. Discriminatie van de kleinere sponsors, die zich geen – peperdure – toprenner kunnen veroorloven. Naar de huidige stand van zaken in het FICP-klassement (anno mei 1987) zouden slechts 22 van de 61 profploegen aan de wedstrijden om de Coupe du Monde mogen deelnemen. Hierbij horen drie Nederlandse ploegen die van Post, Gisbers en Raas.

BREUKINK WINT DE GIRO ALS….. schreef De Gelderlander op 29 mei 1989. Hoezo? Erik Breukink gaat de 72e Ronde van Italië winnen. Tenminste als een bepaalde traditie nog steeds opgeld doet. Deze luidt: wie Silvano Contini uit de roze trui rijdt, wint de Giro. Giovanni Battaglin deed het in 1981, Bernard Hinault in 1982 en Giuseppe Saronni in 1983. Drie jaar achtereen stond Contini zijn leiderspositie af aan de latere winnaar van het eindklassement. Na afloop van de achtste etappe in 1989 hulde Erik Breukink zich in het roze ten koste van Silvano Contini. Dus…..? Nou, er werd helaas gebroken met de traditie dat jaar. Net als Contini zou Breukink nimmer de Giro winnen. Laurent Fignon zou uiteindelijk in Milaan de beste blijken, Breukink werd vierde en zou in deze Giro in totaal vijf maal de leiderstrui dragen.

De 22e Ronde van Limburg, op 30 mei 1970, is mijn onderwerp uit de oude doos. Het was de koers waar Fedor den Hertog ‘meedogenloos’ en ‘met een solo om nooit te vergeten’ een ‘superieure overwinning’ behaalde, aldus het blad Wielersport. Het paradepaardje van Herman Krott ambieerde nog steeds geen proflicentie en werd door de kritische volgers steeds vaker gezien als een buitenbeentje. De parttime electriciën, hij werkte halve dagen, had echter de overtuiging dat hij bij de profs, in een louter op commercie ingestelde merkenploeg, niet zou kunnen gedijen. En hoe vreemd, tot voor enkele weken had hij nog geen enkele Nederlandse klassieker gewonnen. Kennelijk weer een reden om de wenkbrauwen te fronsen, een kritiek dat voor Fedor een motief was om met succes te vlammen in de Omloop van de Kempen. Na dit exploit volgde de Ronde van Limburg, die lastiger was dan ooit. Geen lange vlakke aanloop maar al na 9 kilometer de Slingerberg in Geulle, kort daarna gevolgd door de Adsteeg in Beek. Daarna alsmaar stijgen en dalen, kronkelende wegen, bochten en vrijwel geen meter plat. Jo van Pol was actief, Jan Spetgens energiek, de jonge Gerrie Knetemann dapper en pittig met de handen op het stuur de obstakels nemend. Fedor den Hertog was echter de gangmaker die opviel door zijn stijl, speelsheid en pure klasse.
Na 100 kilometer begon hij aan zijn vlucht van 75 kilometer. Geen demarrage, hij fietste op de Vijlenerberg gewoon harder dan zijn gezellen, hij liep gewoon weg en had in een wip 35 seconden. In Gulpen (120 km) had hij al 2 minuut 40 op de achtervolgers, in Mheer (135 km) al 3 minuut 54 op de inmiddels eenzame achtervolger Bravenboer. Bij de finish in Stein moesten de toeschouwers bijna zeven minuten wachten op nummer twee en dat was Wim Bravenboer. Limburger Brouns was derde, Jan Spetgens vierde en Jo van Pol vijfde. Gerrie Knetemann werd uiteindelijk 37e met een achterstand van maar liefst 15 minuut 57.
Gerard Sillen besloot zijn verslag met: ‘Een pracht Ronde van Limburg, een groot winnaar. Fedor den Hertog overklaste alles, was volstrekt superieur.’
(op de foto Fedor rechts op 24 maart 2007 aan de start van de Joop Zoetemelk (links) Classic in Leiden)

Dan een overzicht van de prestaties van Eddy Merckx op 28 mei. In 1968 won hij de 8e etappe van de Ronde van Italië van San Giorgio naar Brescia. Hij had 8 seconden voorsprong op Adorni, rozetruidrager Dancelli, Letort en Gabica. Twee weken later zou Merckx zijn eerste Giro winnen. Op 28 mei 1974 won hij de 12e rit in de Giro, een tijdrit over 40 kilometer in Forte dei Marmi. Francesco Moser was op 27 seconden tweede. José-Manuel Fuente behield de leiderstrui maar moest die een dag later aan Merckx afstaan. Op 8 juni 1974 won Eddy Merckx zijn vijfde Ronde van Italië in zeven jaar tijd. Op 28 mei 1977 boekte de Kannibaal zijn 516e overwinning in het toen nog West-Duitse deel van Berlijn.

Tot slot nog even dit. In 1967 vonden de wereldkampioenschappen wielrennen op een parcours rond het Limburgse Heerlen plaats. In de Wielersport van 25 mei van dat jaar stond een exclusieve reportage van Tonny Strouken over een vedette uit België, die een kijkje kwam nemen op het parcours. Terdege heeft Eddy Merckx, want daar praten we over, alles verkend, alle bochten genomen, precies in zich opgenomen hoe de finish op het viaduct (zie onderste foto) zal zijn. Dat het niet overal ‘in het zadel’ kan worden afgedaan, merkte Merckx in de buurt van Benzenrade (bovenste foto). Daar zal men terdege op de pedalen moeten, daar zal wellicht ook de ‘inferno’ liggen van de ontmoeting tussen alle wielergrootheden ter wereld. Nu al stuurde hij scherp langs het kantje, misschien de te voeren strategie bepalend om straks, op 3 september, de genadeklap aan al zijn tegenstrevers te kunnen uitdelen.
De afloop weten de meesten wellicht nog wel, de verkenning wierp zijn vruchten af want Eddy Merckx haalde in Heerlen zijn eerste regenboogtrui bij de professionals binnen door Jan Janssen, Ramon Saez en Gianni Motta op de streep te kloppen.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 28 mei 2007 10:00

Schitterend

Schitterend om te lezen, daar het veelal anekdotes betreft uit 'mijn tijd'.De tijd dat ik veelal voor de buis zat om de verrichtingen van mijn helden (Raas,Solleveld,Moser,de Breuk)te analyseren en het daarna in het 'echt' na te bootsen tijdens mijn eigen te verrijden wedstrijden.Wat dan overigens volledig anders afliep.

Geplaatst door Leo van der Velde, 29 mei 2007 07:29:14

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web