Uit het museum van Hans …

© Hans Middelveld

In de rijke geschiedenis van het Olympisch Stadion zijn er diverse grote internationale toernooien in gehouden. Het stadion is zelfs voor zo’n evenement gebouwd, want de Olympiade van 1928 was de officiële opening van het prachtige bouwwerk in Amsterdam-Zuid. Daarna was het vijf keer het decor van een groot wielerevenement. Dat waren de wereldkampioenschappen op de baan in 1938, 1948, 1959, 1967 en 1979 in combinatie met het WK op de weg elders in het land. Nederland heeft nog twee keer meer een WK mogen organiseren. De eerste keer was in 1925, maar toen bestond het Olympisch Stadion nog niet. De tweede keer was in 1998, maar toen waren de weg- en de baankampioenschappen al gescheiden en waren het uitsluitend wegrenners die in Valkenburg in actie kwamen. De wereldkampioenschappen op de weg werden daarvoor steeds in diezelfde week gehouden en dat was meestal in Zuid-Limburg. De enige uitzondering was 1959 toen de wegwedstrijden werden verreden op het autocircuit van Zandvoort en dat leverde ook prompt een sprinter op als wereldkampioen. Er waren echter nauwelijks mensen die het de sympathieke André Darrigade toen misgunden. Het WK van 1959 was voor Nederland ook het minst succesvolle van de vijf, want we hadden maar één wereldkampioen. In 1938 hadden we twee wereldkampioen in Arie van Vliet bij de …

… profsprinters en Jef van de Vijver bij de amateursprinters. Tien jaar later was het wederom Arie van Vliet en de andere was Gerrit Schulte, die bij de profachtervolgers de beste was. In 1967 won Tiemen Groen bij de profachtervolgers en Gert Bongers in dezelfde discipline, maar bij de amateurs. In 1979 had Nederland zelfs zes wereldkampioenen. Jan Raas werd groots wereldkampioen op de weg en zijn Raleigh-ploegmaat Bertje Oosterbosch was een onverwachte winnaar bij de profachtervolgers. Martin Venix en Matthé Pronk wonnen bij de stayers en Keetie Hage en Petra de Bruin pakten ook nog twee wereldtitels bij de vrouwen. Daar steekt 1959 wat bleekjes bij af, met slechts één Nederlandse titel bij de amateurstayers. Er werden destijds zes wereldtitels op de baan verdeeld en de winnaars waren de Italiaan Antonio Maspes bij de profsprinters met Jan Derksen op een derde plaats en de Italiaan Valentino Gasparella won de sprinttitel bij de amateurs. Bij de achtervolgers won Roger Rivière bij de profs en Rudi Altig bij de amateurs. Bij de profstayers won Guillermo Timoner zijn derde wereldtitel van de zes die op zijn palmares staan. Bij de amateurs was het de Sassenheimer Arie van Houwelingen die de beste was voor de Fransman Deconinck en de Oost-Duitser Lothar Meister. Het is inmiddels 48 jaar geleden, maar het is leuk om er via dit fraaie affiche nog eens aan herinnerd te worden.

Namens Hans Middelveld, tot volgende week!

Door Fred van Slogteren, 27 mei 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web