Uit de ordners van Jan ...

“Op vrijdag 21 mei 1976 won de Belg Patrick Sercu twee ritten in de Ronde van Italië. Het succes van de zesdaagsekoning werd echter overschaduwd door het dodelijke ongeval van de 29-jarige Spaanse renner Juan-Manuel Santisteban. Het drama speelde zich af in de afdaling van een heuvel in de omgeving van startplaats Catania tijdens het eerste gedeelte van de eerste rit. Santisteban had samen met Carlos Ocaña en Antonio Menendez, ploegmakkers van de KAS-ploeg, gewacht op José-Antonio Gonzalez-Linares, die een lekke band had gekregen. Tijdens de afdaling ging Santisteban met hoge snelheid in een bocht onderuit en hij viel met zijn hoofd op en tegen een vangrail. De Spaanse renner liep niet alleen een schedelbasisfractuur op, maar ook ernstige snijwonden aan hals en nek. In de ambulance overleed hij tien minuten na de valpartij. Hij was geen ‘grote’, maar wel een uitstekende knecht die af en toe zijn kans greep. In de zes seizoenen dat hij als prof actief was, won hij diverse keren een etappe in de een of andere rondrit en zaltijd na een lange solo. Zo won hij in 1976 nog de zesde rit van de Ronde van Andalusië.

Twee jaar later, op donderdag 18 mei 1978, maakte Eddy Merckx tijdens een persconferentie bekend te zullen stoppen met koersen. De kranten stonden vol over zijn grote verdiensten voor de wielersport. De unieke dosis inzet en werklust werden ...

... geroemd. Voor hem bestond er geen verschil tussen een kermiskoers of een klassieker. Waar hij aan de start stond, gaf hij zich voor honderd procent. Die positieve aanpak was dertien jaar lang zijn visitekaartje. Met Merckx op de deelnemerslijst wisten de toeschouwers bij voorbaat dat zij waar voor hun geld zouden krijgen. Als jonge prof rekende hij af met de zogenaamde blauwe trein. Dat was een ouder wordende wielergeneratie die elkaar de overwinningen toespeelde en zodoende het gezag kon behouden. Merckx: ‘Het is normaal in een sport dat de beste wint. En ik heb altijd geprobeerd diegene te zijn.’ Hij was ook een felle tegenstander van gemarchandeer rond een overwinning. ‘Mijn belangrijkste eigenschap is dat ik correct en eerlijk ben. Ik ga altijd recht door zee, ik wil de sport zuiver houden en daarom altijd winnen.’ Dat was Eddy Merckx, de Kannibaal. Ongenaakbaar leek hij voor zijn landgenoten totdat België hem in 1969 voor de televisie openlijk zag huilen. Beschuldigd van dopinggebruik in de Giro. Een volk kwam in opstand. Vragen in het Belgische parlement, Belgische en Italiaanse ministers van Volksgezondheid gingen met elkaar in de clinch. Zelfs koning Boudewijn bemoeide zich met de zaak. Uiteindelijk werd Merckx vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Charles Taylor schreef in De Telegraaf: ‘Merckx is er uitstekend in geslaagd zijn manco’s achter een grimmige façade van onverzettelijkheid en wilskracht te maskeren. Een rouleur en een pure klimmer is Eddy Merckx, de grootste onder de groten van de laatste tijd, nooit geweest. Maar wel een coureur die door een grote leergierigheid en een uiterst sobere levensstijl de genoemde drempeltjes vakkundig heeft weten te elimineren. Eddy Merckx, die zijn profloopbaan helaas te vroeg heeft moeten afbreken, zal door al zijn collega’s en door het aanstormende wielertalent nu terecht als het Grote Voorbeeld voor de wielersport gezien kunnen worden.’

Drie dagen later, zondag 21 mei 1978, wordt er veel gekoerst door de heren coureurs. Een overzicht: In Olympia’s Toer won Jac van Meer de koninginnerit met start en finish in Hulsberg. Een grote slachting was het niet, want een kopgroep van elf renners streed om de ritzege. In het spoor van Van Meer eindigden Egbert Koersen, Jan van Houwelingen, Bert Scheuneman, Sjaak Verbruggen, Frits Pirard, René van den Broek, Bert Wekema, Arie Hassink (oranje trui drager) en Frits Schür.
In Frankrijk won Herman van Springel ‘zijn’ Bordeaux-Parijs. Na 601 kilometer had hij 8 minuut en 2 seconden voorsprong op Roger Rosiers en 10 minuut 30 op Regis Delepine. Er stonden maar liefst vijf landgenoten aan de start, waarvan slechts Jan van Katwijk (op 33 minuut 39) als zesde Parijs haalde. Onder de uitvallers Fedor den Hertog, Jan Krekels, Fred Rompelberg en …… Joop Zoetemelk. We maakten het niet vaak mee maar deze opdracht was voor Joop een maatje te groot.
In de Ronde van Italië won Francesco Moser de 14e etappe, een tijdrit over 14 kilometer in Venetië. Rose trui drager bleef Johan Demuynck, die in de tijdrit 22 seconden moest toegeven. Roy Schuiten was zevende en Bert Pronk achtentwintigste.
In België won Ferdi Vandenhaute de koers Wattrelos-Meulebeke. Michel Pollentier won ’s ochtends de tijdrit en Vandenhaute de rit in lijn.
Aad van den Hoek, de voorbeeldknecht die niet vaak het zoet der overwinningen proefde, won de profronde van Made. Gerrie Knetemann was op 30 seconden tweede, Ad Prinsen derde, Gerben Karstens vierde en Jan Raas vijfde.
Zelf was ik in het Gelderse Oosterhout getuige van de zege van Harrie de Boer uit Hilversum. Wim Pater uit Barneveld was tweede en Max Pluimers uit Nijverdal derde. Gramser uit Eindhoven won de koers bij de liefhebbers waar oud-prof Cees van Espen negende was.
Op maandag 22 mei was er een rustdag in de Ronde van Italië. Felice Gimondi, nog immer actief renner in de Giro, eerde zijn inmiddels ex-collega Eddy Merckx met een fraaie bos bloemen voor alles wat hij de wielersport geschonken had.

Uit de oude doos haal ik de Wielersport van 19 mei 1966. Op de cover een fraaie plaat van de winnaar van de 15e Internationale Olympia’s Ronde door Nederland en dat was onze vaste lezer, de toen 23-jarige Haarlemse machinebankwerker Jan van der Horst. Op 17 mei had de Haarlemmer 30 seconden voorsprong op Peter Heijnig en 39 seconden op de Deen Jörgen Hansen. Andere toekomstige profs in de top 10 waren Jan Serpenti, Rini Wagtmans, Daan Holst, Gerard Vianen, Jan van Katwijk, Harrie Steevens en Leo Duyndam. Trio Bubble Gum won het Martini-Rossi ploegenklassement, Steevens het Sport en Sportwereld puntenlassement, Wagtmans het TeleVizier sprintklassement alsmede de Peter Post-Trio Bubble Gum bokaal voor de strijdlustigste renner van de hele Tour.
In hetzelfde nummer schreef Wim Poot over de Grote Prijs van de Dortmunder Union-Brauerei. De Haagse prof Wim de Jager, samen met Rein de Jong lid van de Duitse Ruberg ploeg, klopte na 132 zware kilometers met een machtige spurt zijn medevluchters Pitt Glemser en Guido De Rosso. Het peloton, aangevoerd door Ward Sels en Rudi Altig, passeerde de meet dertien seconden later. Rein de Jong werd achtste en Henny Marinus vijftiende. Maar liefst 60 duizend toeschouwers waren razend enthousiast. Een talent dus, die De Jager, met een mooie toekomst voor zich. Toch zou zijn zege in Dortmund geen voorbode daarvan blijken. Bij mij ging bij de naam Wim de Jager geen lichtje branden.
Fred van Slogteren schreef over De Jager bij gelegenheid van zijn 63e verjaardag op 1 september 2005 de volgende woorden: ‘Deze Bosschenaar reed vijf seizoenen bij de beroepsrenners. Hij won in die periode twee koersen. Een etappe in de Ronde van Noord-Frankrijk en de Grote Prijs Dortmund. Van de grote ronden stond alleen de Vuelta een keer op zijn programma. Dat was in 1967 en hij reed hem niet uit’. Fred vroeg zich daarna af wat er van De Jager geworden was. Op 13 januari 2006 reageerde Wim zelf. ‘Vijf jaar geleden heb ik mijn elektrotechnisch installatieburo verkocht en ben nu aan het rentenieren. Toch organiseer ik nog regelmatig koersen voor oud-beroepsrenners in de omgeving van Rijswijk (ZH), dus heren meldt u aan !!!! (
wimdejager@tiscali.nl) Ook ben ik voorzitter van de Toerafdeling van ‘De Spartaan’. Aan allen een wielergroet van Wimpie." En zo hebben we toch weer een stukje wielerhistorie opgedaan.

De krant van toen bracht ons eerst naar het pinksterweekend van 1983. Giuseppe Saronni had de eerste helft van de Ronde van Italië gewonnen. Na 2111 van de 3918 kilometer had de wereldkampioen 30 seconden voorsprong op de Spanjaard Marino Lejarreta. Panizza (op 45 sec.), Thurau (op 48), Van Impe (op 52), Contini (op 56) en Battaglin (op 58) stonden ook nog binnen de minuut. De onbekende Italiaan Riccardo Magrini won de negende rit, zijn landgenoot Palmiro Masciarelli de tiende en de kleine Belg Lucien Van Impe de zware elfde etappe naar Pietrasanta Marina. Het zou spannend worden in de laatste week met de Dolomieten als scherprechter. Twee landgenoten waren nog in koers, Frits Pirard stond 60e en René Koppert 124e in de tussenstand.
De Oost-Duitser Falk Boden won de 36e Vredeskoers. De Nederlandse prestaties waren niet slecht achter het IJzeren Gordijn. Bert Wekema eindigde vele keren onder de eersten, want met name in de massale eindsprints deed de Drent sterk mee. Gerrit Solleveld, de sterke tijdrijder uit het Westland, was de beste Nederlander in het algemeen klassement. Hij eindigde op ruim anderhalve minuut als zesde. Teun van Vliet was 12e, Henk van Weers 20e, Bert Wekema 28e, Ron Snijders 32e en Rinus Ansems 56e.
Drie profcriteriums in Nederland. In Kloosterzande was Jan Raas weer eens de sterkste. Ondanks het slechte weer omzoomden zevenduizend toeschouwers het parcours. Vooral Joop Zoetemelk, die uiteindelijk tiende zou worden, was erg actief. Phil Anderson was tweede en Adrie van der Poel derde.
Leo van Vliet won in Leende. Twee ronden voor het einde ontsnapte hij met Hennie Kuiper, Piet van Katwijk en Gerrie van Gerwen uit het peloton. Na 80 kilometer koers versloeg hij met gemak zijn drie vluchtmakkers.
In Hansweert was Jos Schipper winnaar. Hier was Leo van Vliet tweede en Steven Rooks derde. Tenslotte won Jan van Houwelingen een koers in het Belgische Ganshoren.

Jean-Paul van Poppel won op 21 mei 1989 de eerste etappe van de Ronde van Italië in Catana. De 7 seconden bonificatie waren voldoende voor de roze trui. De Bilthovense sprinter had maar gelijk toegeslagen. ‘Dat moest wel, want hierna moeten wij een week in ons hok.’ Van Poppel ging in Catana op herhaling want drie jaar eerder won hij er al de tweede rit en ook toen werd hij in het roze gehuld. Het was trouwens niet allemaal hosanna voor de Panasonic ploeg van Peter Post. Kopman Erik Breukink raakte een put en sloeg over de kop. De Nederlandse kanshebber op de eindzege haalde zijn ellebogen open, scheurde zijn broek en shirt, maar kon opgelucht doorrijden en hervond met dank aan ploegmaat Urs Freuler weer aansluiting met het peloton. In de TVM ploeg van Cees Priem kon Jacques Hanegraaf zelfs helemaal niet starten vanwege een opengesprongen steenpuist aan het zitvlak. Hij werd op het laatste moment vervangen door Daan Luykx.
In Olympia’s Tour halen de DDR renners Blochwitz, Dittert en Meier (winnaar 1988) de eerste drie plaatsen in de proloog. Ook in de eerste etappe (start en finish in Wouw) heersten de Oost-Duitsers. Dittert verloor de sprint van Mulder maar pakte wel de leiderstrui. De nationale selectie had het nakijken wat een woedende bondscoach Piet Kuys opleverde. Het gevolg was een getergde selectie met Rober van de Vin als winnaar van de tweede etappe in Schijndel. Ook Maarten den Bakker zat in de kopgroep. In het algemeen klassement zaten Van de Vin (2e), Den Bakker (5e), Jansen (6e) en Kemper (12e) nog in kansrijke positie.
Frank van Veenendaal won in Praag de laatste etappe van de Vredeskoers. Uwe Ampler (DDR) pakte voor de derde opeenvolgende maal het eindklassement voor zijn landgenoot Jentzsch. Naast Van Veenendaal haalden ook Nederlof, Knuvers, Van Vlimmeren, Le Grand en Van Moorsel de eindstreep. Wie zou deze amateurrenner Van Moorsel zijn? Familie van Leontien? Leontien fietste ook al prominent mee in 1989. Ze werd derde in de Driedaagse Omloop van ‘t Molenheike. Monique de Bruin won en de Zweedse Westher was tweede.
Jelle Nijdam won de tweede etappe van de Ronde van de l’Oise. Marcel Wüst en Andreas Kappes wonnen de andere etappes waarna Kappes als eindwinnaar gehuldigd werd. Nijdam was op vijf tellen tweede en Matthieu Hermans derde.

Dan een overzicht van Eddy Merckx zijn prestaties op 21 mei.
In 1968 won hij in Novara de eerste etappe van de Ronde van Italië. Hij had 6 seconden voorsprong op Marino Basso, Guido Reybroeck en de rest van het peloton. Tevens nam hij de roze trui over van de winnaar van de proloog, Charly Grosskost. De eerste roze trui voor de Belg in een serie die tot 79 zou uitgroeien. Onlangs bracht die roze trui op een veiling in België ten behoeve van de Marc Herremans Classic nog 14 duizend euro op en het was daarmee het object met de grootste opbrengst. Overwinning nummer 515 behaalde hij op 21 mei 1977 in Boxmeer, dat toen nog niet daags na de Tour werd verreden. Jan van Katwijk en Jan Huisjes waren tweede en derde.
Op 20 mei 1978 startte Merckx, twee dagen na de persconferentie waarin hij zijn afscheid aankondigde, in zijn nieuwe functie als ploegleider van de C&A ploeg tijdens de Grote Omloop van de Boulevard in Vlissingen. Hij werd uitgebreid gehuldigd in de Zeeuwse stad. Theo Smit was na 100 kilometer de winnaar met in zijn kielzog Leo van Vliet, Jan Aling en Richard Buckaki.

Tot slot nog even dit. Omdat de jury bij de massale aankomst van het peloton na de tweede etappe van de Ronde van Ariéve (Pyreneeën) op 20 mei 1983 door het podium zakte, konden slechts de winnaar en de nummer twee van de 144 kilometer lange rit met start en finish in Saint Girons worden bekendgemaakt. Berry Zoontjes bleef leider in het algemeen klassement. De tweede etappe leverde een overwinning op voor de Fransman Philippe Bouvatier. Zijn landgenoot Doueli werd tweede.
Berry was een renner die, net als Jean-Paul van Poppel, Nico Verhoeven en Freddy Kuijpers afkomstig was van de Tilburgse wielervereniging Pijnenburg. En omdat ik op de site van Pijnenburg ook Cees Zoontjens tegenkom heb ik een vermoeden dat er een familieband moet bestaan tussen Berry en oud prof Cees. Cees was beroepsrenner van 1968 tot 1975 waarin hij drie overwinningen haalde. In het veld was hij twee keer nationaal kampioen. Cees reed vier keer het WK veldrijden bij de profs tussen 1970 en 1974 met een 9e plaats als beste resultaat. Berry was in 1980 deelnemer aan het WK veldrijden bij de amateurs in Wetzikon en werd 25e. En…. hoe het afgelopen is met Berry in de Ronde van Ariéve, ik heb het helaas niet kunnen achterhalen.
Wie meer weet over Cees en Berry Zoontjens, en dit wil delen met de lezers, mag reageren op dit artikel.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 21 mei 2007 10:00

Cees en Berry waren/zijn broers. Berry was een 'nakomertje'. Mijn ouders en Cees en Marie-Louise Zoontjems waren vrienden, die we voor het eerst ontmoeten in een najaarsvakantie in Torremolinos in 1968. En Cees was natuurlijk in mijn jeugd mijn grote idool. In zijn Tour de France deelname in 1970 zat ik aan de buis (Z/W) gekluisterd. In de winter gingen we menig keer kijken naar de 'cross'. En ik kan me herinneren dat Berry nog Nederlands Kampioen bij de Nieuwelingen werd in Cadier en Keer (Limburg)in 1976. Cees was toen net enkele jaren gestopt en op weg om Bondscoach te worden.
Erg leuke blog overigens. Ik heb genoten!

Geplaatst door marco verbaant, 22 juli 2009 21:00:19

familie

was HENNY marinus familie van HENK MEESTER , HOE IS HET NA 1955 MET HENK VERGAAN , IK WAS EEN WIELERVRIEND VAN HEM , DAT WAS IN DE TIJD DAT HENK IN DE ORTELIUSSTRAAT IN AMSTERDAM WOONDE.

Geplaatst door WILL LEENERS., 25 oktober 2009 20:47:13

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web