Zo maar wat ontmoetingen …

Tien jaar geleden heb ik een boekje gemaakt over fietsen in het Groene Hart, waar ik zeventien jaar heb gewoond. Ik praatte toen met 26 (oud)wielrenners, een paar schaatsers en een bekende tratleet.

Een van die ontmoetingen was met de toen zeventienjarige Raymond Kreder, een van de zes Kredertjes uit Zevenhuizen, een mooi dorp tussen Rotterdam en Gouda waar Raymond met twee broers en drie neven bezig was naam te maken als veelbelovend wielrenner.

Op de grens van junior naar belofte had hij al het nodige laten zien zoals het winnen van de juniorenversie van Parijs-Roubaix en de Trophee Morbihan, een zware klimkoers in Frankrijk. Hij werd dat jaar belofte en was al een grote belofte.

Ik trof een wat verlegen jongen in een doorzonwoning die vol stond met racefietsen. Vader en moeder luisterden mee toen ik hem aan de eetkamertafel interviewde. Ik hoorde dat het zijn grootste wens was om beroepsrenner te worden.

Zijn jonge leven stond volledig in het teken van zijn toekomst. Hij zat in selecties, reed al veel in het buitenland, had zijn opleiding voltooid maar zat nog op een cursus Frans omdat hij als klimmer en tijdrijder zijn toekomst in dat land zag.

Over zijn trainingsgebied in het Groene Hart had hij niet veel te melden. “Het is gewoon mijn thuis. Het mooie is dat er altijd veel wind staat en dat is goed voor mijn inhoud, maar verder heb ik er niet veel mee, als ik eerlijk ben.”

Zo snel als hij klaar was met zijn omgeving zo uitgebreid had hij het toen over zijn fiets. “Die is alles voor me. Ik sta ermee op en ga er mee naar bed. Ik heb voor het fietsen gekozen en niet voor een baan.”

Op mijn vraag of hij dan geen alternatief had als het met het fietsen niets zou worden, zei hij: “Daar heb ik nog niet bij stilgestaan en daar ga ik ook niet vanuit. Ik zet alles op het wielrennen. Ik ben normaal een stille jongen, maar op de fiets ben ik hondsbrutaal. Dat zeggen ze althans over me.”

Even later zag ik hem vertrekken, richting Moerkapelle, voor een kort rondje van zo’n zestig kilometer om via Waddinxveen, Moordrecht Gouda, Stolwijk, Berkenwoude, Gouderak, Nieuwerkerk aan den IJssel weer in Zevenhuizen aan te komen, het dorp van de Kredertjes.

We zijn nu tien jaar verder, Raymond wordt vandaag 27 jaar en we mogen de vraag stellen of hij in zijn opzet is geslaagd. Niet bepaald, want zijn erelijst bij de profs is bescheiden. Hij werd in 2010 als stagiair ingelijfd door Jonathan Vaughters, de manager van een Amerikaanse ploeg die toen Garmin-Transitions heette.

Hij kreeg een jaar later een contract en reed tot en met 2014 voor Garmin-Sharp. Hij won hier en daar een etappe in een kleine ronde reed een keer de Vuelta, maar de grote doorbraak is er niet gekomen. Zijn contract werd niet verlengd en hij rijdt vanaf 2015 voor Team Roompot.

Sindsdien heeft hij geen overwinning van betekenis meer geboekt. Of zijn doorbraak er nog komt is de vraag. Maar het kan nog altijd, want hij heeft nog een paar jaren voor zich.

Eén grote overwinning kan zijn naam voorgoed vestigen, maar als die er niet komt, blijft hij een van de Kredertjes uit Zevenhuizen, het dorp in de Krimpenerwaard dat nu deel uitmaakt van de gemeente Zuidplas.

In die contreien ligt misschien wel het mooiste plekje in het Groene Hart, het natuurreservaat genaamd het Veerstalblokboezem. Het gebied dat slechts enkele hectaren groot is heeft een heel hoog waterpeil en er staan tal van bijzondere planten.

Slechts één dag per jaar, op Hemelvaartsdag, wordt het gebied opengesteld voor publiek. Om er vanaf kwart over vier in de ochtend tot kwart over acht een dauwtrapwandeling te maken. Op blote voeten.

Foto 1 en 2: © Cor Vos
Foto 3: © Henk van Helvoirt

Door Fred van Slogteren, 26 november 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web