De Burgerlijke Stand van 19 mei.

Jan JANSSEN (1940, Nederland)

Iedereen denkt altijd dat de Tourzege van Jan Janssen in 1968 in de laatste afsluitende tijdrit is bevochten. Dat is natuurlijk ook zo, maar de negentiende etappe van Grenoble naar Sallanches was misschien nog wel beslissender dan die tijdrit. Die etappe kende drie gemene cols, maar het venijn zat in de start. De Cordon een niet al te hoge maar zeer steile col die in de omgeving van Sallanches het geitenpad (le chemin de chèvre) wordt genoemd. Als Janssen op die col tijd zou verliezen aan Vanspringel dan waren zijn kansen op de Tourzege definitief verkeken. Met dat schrikbeeld in zijn hoofd begon Jan aan de laatste kilometer bergop. Hij zat er helemaal door, fietste als een automaat, was zich nauwelijks nog bewust van zijn omgeving maar zag ieder detail van zijn  tegenstanders. Deze zombie bleef alleen overeind door het besef dat Vanspringel niet weg mocht lopen. En Janssen had het zeldzame vermogen in die toestand over de grenzen van het afzien te gaan. Desnoods tot de dood erop volgt. Hij stampte zijn laatste krachten weg en ploegleider Ab Geldermans zat er vlak achter.
Ik heb van allebei het verhaal met alla details gehoord toen ik in 2001 bezig was met Jan’s biografie. Jan weet er niet veel meer van, maar Ab des te meer. Ik heb het opgeschreven als een monoloque intérieur en ik hoorde later van beiden dat het zo ongeveer geweest moest zijn. Voorop reed Herman Vanspringel met de Italiaan Franco Bitossi in zijn wiel, die op de puntentrui aaste. Twintig meter daarachter reed Roger Pingeon met Janssen in zijn wiel. Janssen concentreerde zich volledig op ...

... het hijgen van de Fransman en diens heen en weer deinende kont om zijn ritme vast te houden, terwijl intussen deze gedachten door zijn hoofd suisden:

‘O lieve heer laat het afgelopen zijn. Dat steentje, ik moet er overheen rijden. Ik wil een lekke band. Dan ben ik er vanaf. Lieve heer, kom op met je Chocolat Poulain. Wat kan mij die Tour schelen, godverdomme, wat kan mij die Tour schelen. Ik wil stoppen. Vallen. Een been breken. Uit dit lijden verlost zijn. Hé Jan, schiet’s op!!! Ja vader. Daar gaat Vanspringel weer. Die rotzak. Gaat Pingeon sneller? Auwwww wat doet dat pijn. Lieve heer, lieve heer help me. Wat wil Appie van me. Een andere bril? Nee niet nu, het doet pijn Appie, zo’n verschrikkelijke PIJN, PIJN, PIJN. Help. Wat geeft Appie daar? Een bril. Ik pak ‘m, ik pak ‘m, even gaat ’t vanzelf. Even. Even maar. Overeind, happen, adem happen. Vanspringel komt weer dichterbij. ’t Gaat beter. Daar gaat-ie weer. Au, AU. Godverdegodver. Ik kan niet meer, ik kan niet meer, ik kan niet meer. Hijg harder, hijg harder, godverdomme, Pingeon hijg harder. IK MOET HET HOREN. De laatste bocht. Is dit de laatste bocht? Daar gaat Vanspringel. Kont omhoog. Hoe kan-ie het? Wat voor een versnelling heeft-ie staan? Verdomme. Ik ga dood. Ik ga sterven. Hé Jan, schiet ’s op!!!  Ja vader. Nog even! Nog even!! Nog even!!! Roger wat rij je goed. Oh lieve heer. Dank u lieve heer, de streep, de streep, eindelijk de streep. Ik val om. Godverdomme ik moet kotsen. AUWWWWWWEH!!!!!! Dat rot hek. Rust, eindelijk rust. Laat me hier doodgaan, laat me hier asjeblieft sterven. Lucht moet ik hebben. Lucht, lucht, LUCHT!!!!’

Daar bovenop de Cordon, een meter over de streep en hangend over een dranghek, won Jan Janssen de Tour de France van 1968. (Foto: © Cor Vos)

De andere op 19 mei geborenen zijn:

MURRO, Christian (1978, Italië)
TOMEI, Francesco (1985, Italië)
VANTORNHOUT, Klaas (1982, België)
YPENBURG, Renger (1971, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 19 mei 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web