Het balhoofdplaatje van Otto …

De foto bij dit stukje lijkt op de afbeelding van een balhoofdplaatje, maar het is het niet. Dit merkplaatje zit op een ouderwetse fietspomp, zo'n eeuw geleden gedproduceerd door Dunlop Tyres, in die tijd wereldmarktleider in luchtbanden. Voor fietsen en later voor auto's en tal van andere toepassingen.

Misschien wel de belangrijkste uitvinding die de fiets tot een succes heeft gemaakt, is die van de luchtband. Het verhaal is bekend: de Schotse veearts John Boyd Dunlop kwam op het idee om een opgeblazen rubberen slang op een fietswiel aan te brengen.

Het idee ontstond toen uit zijn veterinaire praktijk bleek hoe keihard een afgeknelde darm kan zijn door de gassen die daarin ontstaan. Tezelfdertijd klaagde zijn zoontje over zadelpijn bij het fietsen op een driewieler met massieve banden.

Toen was de gedachte aan een luchtband niet ver meer en in 1888 vroeg Dunlop er patent op aan. Om daarna een kapitale fout te maken door het patent in goed vertrouwen uit handen te geven aan een financier.

Die zette het product op de kaart en de onderneming Dunlop Tyres nam een geweldige vlucht, waarna de financier het bedrijf zes jaar later voor drie miljoen pond verkocht en alle centen in zijn zak stak, John Boyd Dunlop met lege handen achterlatend. 

Tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw was Dunlop de grootste producent van rubberen producten als banden, laarzen, badpakken, tennisballen en schuimrubber matrassen ter wereld. Ook de opblaasbare dummy-tanks diem tijdens de Tweede Wereldoorlog de spiedende vijand in het luchtruim om de tuin moesten leiden, kwamen uit de fabrieken van Dunlop. De erfgenamen John Boyd zullen het lede ogen hebben aangezien.

Met het teloorgaan van de Britse auto-industrie bleef er nadien weinig van Dunlop Tyres over. Natuurlijk zijn er nog tal van artikelen met de naam Dunlop maar het concern is nergens meer marktleider in.

Aan luchtbanden heb je niet veel als er geen gereedschap is om die banden op te pompen. Daar zorgde Dunlop natuurlijk ook voor. De grote dubbelwerkende werkplaatspomp is een gewild collector's item dat na honderd jaar nog uitstekend werkt.

Alleen moet wel het koper regelmatig gepoetst worden, want het apparaat was niet voor niets van koper. De Nederlandse natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes heeft in een van zijn publicaties eens uitgelegd waarom. Volgens de Nobelprijswinnaar en hoogleraar aan de universiteit van Leiden, moesten pompen gemaakt worden van metalen die het beste warmte geleiden. Koper was in dat opzicht absoluut de nummer één.

Omdat afvoer van de warmte uit compressie de belangrijkste factor is in het behoud van de dichtheid van het gas (in zijn geval: helium, dat hij vloeibaar wilde persen), gebruikte Kamerlingh Onnes koperen pompen.

Koperen fietspompen werden daarom in de eerste decennia van de vorige eeuw als de beste beschouwd, hoewel dat bij een druk van drie bar voor een gewone fiets weinig uitmaakt. Zelfs niet bij acht tot tien bar tot welke spanning racetubes worden opgepompt.

Na koper en koperlegeringen was in theorie aluminium next-best, maar de techniek om aluminium te extruderen tot een fietspomp werd pas in 1954 toegepast door het Franse bedrijf Zefal: de beste meeneem-fietspompen ooit.

Door Otto Beaujon, 27 oktober 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web