Van de boekenplank van Wim …

CYCLOCROSS

door Michel Wuyts

Ze zijn al weer volop bezig de veldrijders, ook wel cyclocrossers genoemd. Met een zeer dominante Mathieu van der Poel die acht van de tien tot nu toe verreden crossen op zijn naam schreef.

Dat zal de Belgen en met name de supporters van Wout Van Aert pijn doen, want Vlaanderen is het land van de mannen van de modder die na een koers overal zit tot in de oren en neusgaten aan toe.

In dit boek, verschenen in 2011 neemt Michel Wuyts de lezer mee in de aparte wereld van de cyclocross, een synoniem voor het woord veldrijden dat de laatste decennia wat in onbruik is geraakt.

Wuyts staat als auteur vermeld, maar het boek is een gepassioneerd huwelijk van beeld en tekst en voor de beelden tekende de vermaarde fotograaf Jelle Vermeersch.

Hij heeft niet alleen de renners vastgelegd maar ook het publiek en de hele ambiance van dit populaire onderdeel van de wielersport. Het mooist zijn natuurlijk de beelden in de modder.

Daarbij vraag ik me vaak af of zo’n letterlijk door het slijk gehaalde renner onder de douche wel in één keer schoon kan worden als hij zo uit de strijd komt.

Michel Wuyts behoeft geen introductie, want iedere Nederlandse wielerliefhebber die de reportages van de Tour, het WK en de klassiekers het liefst op de Belg volgt, kent zijn specifieke raspende stemgeluid.

Vermeersch is wellicht iets minder bekend, maar wie het tijdschrift Humo regelmatig inziet, kent zijn werk. Hij is een fotograaf met oog voor het detail.

Voor dit boek kampeerde hij een winter lang op de parcoursen waar de wereldbeker- en superprestigewedstrijden werden verreden en legde de kleine dingen vast die op tv verloren gaan.

Cyclocross is misschien zo populair omdat het voor de toeschouwers langs het parcours overzichtelijk en het niet al te lang duurt.

Het kan koud zijn en dat is een goede reden om na de koers in een warme kantine of staminee een pint te vatten om weer warm te worden.

Maar ook tijdens de koers vloeit het bier al rijkelijk en behoudens wat incidenten blijft het toch leuk. Het boek heeft een forse afmeting en je ziet het met 240 bladzijden niet over het hoofd. Als het nog te koop is, is het een aanrader.

Foto 2: © Cor Vos

Door Fred van Slogteren, 26 oktober 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web