Uit de ordners van Jan …

In april 1989 introduceerde de redactie van Wielerrevue het blad COURSE. De redactie bestond uit Evert de Rooij, Wencel Maresch en Herman Harens, het trio dat destijds ook de redactie vormde van Wielerrevue.

Bij aanvang werd de vraag al gesteld waarom er nog een tweede blad moest komen. Evert legde toen uit dat Course een blad was dat vooral de nadruk zou leggen op het visuele aspect van het cyclisme, dus met veel fraai fotowerk in kleur, uitgelezen reportages en interviews.

Op de cover is een wielerkunstwerk van de Geleense beeldend kunstenaar Frank Hut te zien. Hij heeft een mooie omschrijving voor het begrip ‘kunst’. Dat is als je zeker weet dat zoiets nooit een tweede maal gaat lukken.

Hut was in het dagelijks leven docent economie, tekenen en handvaardigheid. “Een schilderij moet kloten hebben, het moet geen prentje zijn. Net als muziek, dat moet rammen. Ik maak iets, dat moet eruit knallen, zo’n wielertekening. Zodat je zeker weet, dat is eens en nooit weer.”

Frank Hut maakt het wielrennen bewust mee sinds Poulidor. Zelfs in hetzelfde hotel geslapen als het idool, tijdens de Midi Libre, en daar tamelijk dronken geweest, uit adoratie. Op zoveel mogelijk plaatsen de Gold Race gaan zien, met de fiets natuurlijk.

Bij alle kermiskoersen in de omgeving voor niks proberen binnen te komen. Wie een wielrenner tekent met een serene glimlach op de lippen heeft die sport niet begrepen. Dat kan namelijk niet. De glamour, dat is alles erom heen. Maar voor de acteurs is het kei- en keihard.

Op televisie en op foto’s zie ja alleen de voorste renners, de besten die het minste lijden. Maar wat voortploetert op de achtergrond, grauw onder de kots, als je dat zelf gezien hebt, teken je nooit meer een glimlachende renner achter zijn modieuze zonnebrilletje!”

Herman Harens bezocht Martin Van Den Bossche, de gewezen bergluitenant van Eddy Merckx. Hij onderscheidde zich sterk in de Tour de France van 1969 toen hij in de meeste bergritten het pad effende voor de Kannibaal.

Bijvoorbeeld in de fameuze Pyreneeënrit naar Mourenx-Ville Nouvelle die Merckx met bijna acht minuten voorsprong won. Tijdens de hele beklimming van de Tourmalet reed hij aan de leiding. “Ik hoorde Franse renners zoals Poulidor tegen elkaar zeggen "Ik kom als eerste boven op de Tourmalet.”

Maar daar kregen ze de kans niet toe. Ik reed volop tempo en ik gaf geregeld een trapje bij. Eén voor één gingen ze eraf. Merckx en ik waren de enigen die overbleven toen we de top van de Tourmalet bereikten.” “De lange uit Hingene" is misschien wel de beste helper in de bergen die Merckx ooit had.

Van Den Bossche begon na zijn actieve loopbaan een tegelbedrijf. Fietsen deed hij nog nauwelijks. "Ik heb geen tijd om met de Merckx-vrienden te gaan fietsen. Nadat ik stopte in 1975 heb ik geen honderd kilometer meer gereden. Ik zou niet meer mee kunnen."

Met zijn voormalige kopman heeft hij nog altijd contact: "Ik heb twee fietsen gekocht bij Merckx. Ik zie hem twee tot drie keer per jaar op allerlei samenkomsten, jubileums of tijdens een criterium zoals in Herentals.

Hij heeft me ook uitgenodigd op het feest voor zijn zestigste verjaardag. Ik was er samen met zijn ploegmaats. Ik vond dat wel een teken van waardering. Ik ben er uiteindelijk goed van geworden dat ik bij Merckx heb gereden. Ik ben blij dat ik het allemaal heb meegemaakt."

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Jan Houterman, 16 oktober 2017 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web