Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 20 oktober …

Bart Zoet is geboren in Sassenheim, een dorp in de Bollenstreek. In 1957 overleed zijn moeder en vader Zoet bleef achter met vijf kinderen. De marktkoopman annex tuinder bracht er als opvoeder niet veel van terecht.Om het een beetje goed te maken, gaf hij Bartje - zijn oogappel - alles wat diens hartje begeerde.

Geïnspireerd door plaatselijke wielergrootheden als Aren van `t Hof en Arie van Houwelingen werd Bart een jaar daarna aspirant-wielrenner. In de Leidse wielervereniging Swift ontmoette hij een andere talentvolle jongen. Dat was de even oude Gerben, de zoon van notaris Karstens.

Gerben was een flonkerend wielertalent, alsmede een slimme en dominante persoonlijkheid waar Bart al snel veel ontzag voor had. Ten aanzien van Karstens en nog een aantal mensen had Zoet een minderwaardigheidscomplex, terwijl hij zich tegenover renners die hij minder hoog aansloeg hautain en arrogant kon gedragen.

Bart Zoet was een beperkter talent dan Karstens, maar in zijn sterkste punten was hij nauwelijks te overtreffen. Renners uit die tijd beweren dat er niemand was die zo hard kon rijden als Bart Zoet.  Bovendien was hij door het veldrijden een acrobaat op twee wielen geworden, waardoor hij over een geweldige bochtentechniek beschikte. Hij kon in een bocht zonder te versnellen zomaar vier, vijf lengtes uitlopen.

Het gevolg was dat hij veel criteriums won. Honderdeenenveertig om precies te zijn. 1964 was zijn topjaar. Zeventien overwinningen behaalde hij als amateur en bondscoach Middelink kon niet om hem heen. Middelink was gecharmeerd van Zoet vanwege diens aanvallende rijden en zijn vermogen om lang en onstuimig aan de kop te sleuren. Hij nam hem op in zijn selectie voor het WK en de Olympische Spelen in Tokyo.

Voor de 100 kilometer ploegentijdrit koos hij voor Jan Pieterse, Evert Dolman, André van Middelkoop en Bart Zoet. Dat viertal zou zowel op het WK als bij de Olympische Spelen worden ingezet en Middelink had er hoge verwachtingen van.

Een ploegentijdrit is een moeilijke discipline en de renners die een ploeg vormen moeten bij elkaar passen. Niet alleen moeten ze als wielrenners matchen, maar ook karakterologisch. Die kennis ontbrak nog in die tijd en daarom ging het op het WK mis. Bart Zoet had een hekel aan Dolman. Dat was een typische einzelgänger die altijd aan het klooien was met zijn materiaal.

Van Middelkoop vond hij maar een mooiweerrennertje en Pieterse was wel een goede wielrenner, maar geen jongen waar hij tegen op zag. Hij was van mening dat ze alle drie niet in zijn schaduw konden staan. In situaties, waarin hij niet gecorrigeerd werd, kon Zoet zich dan vaak als een irritante puber gedragen. Hij ging op kop zo te keer dat hij de drie anderen volledig in de vernieling reed. Als ze zijn wiel weer eens niet konden houden, dan keek hij vol leedvermaak om en riep dan sarrend: 'Rijen, verdomme, het is voor je vaderland!!!'.

Bij de Olympische Spelen moest het anders, dat was duidelijk. Dat Zoet vervangen zou worden lag voor de hand, maar dat wilde Middelink niet. Iemand die zo hard kon fietsen was goud waard, als hij maar in toom werd gehouden. En zo werd Van Middelkoop uit de ploeg gehaald en kwam Gerben Karstens erin. De Karst nam zijn clubgenoot eerst eens goed onder handen. Het minderwaardigheidscomplex speelde weer op en gedwee beloofde Bart zich volledig in dienst van de ploeg te stellen.

Er was afgesproken dat er rustig zou worden begonnen en na de eerste van de drie ronden lag het oranjekwartet op de vierde plaats. Na de tweede ronde op de derde en in de laatste ronde ging het volle bak.

In de stromende regen werd het tempo zo hoog opgevoerd dat Dolman en Pieterse steeds minder kopwerk konden doen en Karstens en vooral Zoet het beulswerk opknapten. Met ruim vierentwintig seconden voorsprong op de Italianen bereikten ze de eindstreep. Uitzinnig van vreugde ontvingen de vier Zuidhollanders de gouden medaille voor hun fantastische prestatie.

Het zou mooi zijn als we het heldenleven van Bart Zoet met deze triomf zouden kunnen besluiten, maar een medaille heeft ook een keerzijde. Een jaar na zijn Olympische triomf werd hij beroepsrenner bij de Televizier-ploeg van Kees Pellenaars.

In zijn zes profjaren won hij gemiddeld elk jaar een handvol criteriums maar daar bleef het bij, met uitzondering van een fraaie etappezege in de Dauphiné Liberé. Hij kwam meestal niet verder dan een knechtenrol en voor de Tour de France werd hij nooit goed genoeg bevonden.

Ondanks permanente geldzorgen slaagde hij er toch in om na zijn carriere een café in Bergen op Zoom te kopen. Dat liep aanvankelijk zo goed dat hij zich in het nabije Hoogerheide al snel een mooi huis kon veroorloven.

Na acht jaar van ogenschijnlijk geluk liep zijn huwelijk op de klippen en kon hij ook het café niet meer handhaven. In zijn kroeg was hij inmiddels zelf de beste klant geworden en verslaafd aan pepmiddelen en alcohol keerde hij terug naar Sassenheim.

Zijn vrouw Marianne vestigde zich met hun dochter in het nabijgelegen Noordwijk. Hij werd in die badplaats een bekende verschijning in café De Stip om later een van de 'vaste jongens' te worden in het Sassenheimse café De Twee Wezen. Hij dronk de hele dag door, maar niemand zag of merkte iets aan hem. Hij was met zijn onbevangen oogopslag en zijn gespierde sportlijf zelfs nog aantrekkelijk voor de dames.

Hij had minimaal twee relaties met veel jongere vrouwen, maar die liepen stuk op zijn alcoholprobleem. Langzamerhand werd hij een triest geval en hij stierf uiteindelijk op 13 mei 1992 in het ziekenhuis aan de gevolgen van een hartaanval. "Dat is de officiële lezing", schrijft Gijs Zandbergen in zijn mooie biografie Het zure leven van Bart Zoet, "maar in werkelijkheid is hij gestorven aan een combinatie van alcoholisme, verdriet, eenzaamheid en een erfelijke hartkwaal."

Na zijn dood vonden ze in zijn kleine woning de gouden medaille. Bekrast met een scherp voorwerp alsof hij had willen aangeven dat hij die onderscheiding niet meer waard was. Bart Zoet werd slechts negenenveertig jaar.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 20 oktober 2017 9:00

Het zure leven van Bart Zoet

Ik word altijd een beetje verdrietig als ik verhalen lees zoals dat van Bart Zoet. Natuurlijk is er de eigen verantwoordelijkheid van de persoon; tenslotte was hij het die slikte, zoop en een puinhoop van zijn leven maakte. Toch zijn er ook altijd omstandigheden. Met de kennis van nu mag je de wielersport uit die dagen zo’n factor noemen. Zeker voor jongens met een wankel gemoed, zoals de types als Bart Zoet wel eens heb omschreven, was dat hele wereldje van ploegleiders, soigneurs en zelfs bondscoaches in potentie levensgevaarlijk. Voor niet weinigen begon daar de ellende. Bart Zoet was er één van.

Het is telkens weer wonderlijk om de geslaagden uit die tijd hun verhaal te horen vertellen. Te veel vedetten van toen versieren hun succes van toen nog steeds met het aureool van de eeuwige onschuld. Hun supporters blijven toch wel juichen, weten ze en dat is tragisch genoeg. Ooit konden ze hardfietsen met hulp van alles wat verboden was, maar hun mazzel was dat ze er niet aan onderdoor gingen. Maar daarover zwijgen ze.

Juist aan dat zwijgen kleeft zo langzamerhand iets heel treurigs. Als buitenstaander gunt het je namelijk een kijkje op een karaktertrek waar een intelligent niet mee te koop wil kopen.

Nog beroerder is dat wereldje van het begeleidende circus. Nooit heb ik een van die ‘autoriteiten’ de hand in eigen boezem zien steken. Laat staan een woord van spijt horen uitspreken omdat ze mede aan de wieg stonden van de ellende die sommige jonge sporters aan de wielersport onder hun leiding overhield.

Daarom een voorstel:
In de afgelopen jaren hebben we oude helden als van Riebeeck en van Heutz van hun sokkel verwijderd. Voortschrijdend inzicht in hun rol in de geschiedenis was daarvoor aanleiding genoeg. Misschien moeten we hetzelfde doen met oude vedetten en het begeleidende volk uit de wielersport van toen. Dus geen hagiografische berichten meer, maar hooguit nog noemen als voorbeeld van hoe het niet moet.


Geplaatst door Joep Scholten, 22 oktober 2017 15:13:14

Bart de werker

Bart was een mooie kerel. Ik heb hem meegemaakt ik werkte in Sassenheim en Bart had met zijn broer ( of werkte voor zijn broer) op een tuin met planten (to de Uiver) . Het was geweldig om te zien hoe hij een mand met zwarte potgrond vol schepte, dat deed hij niet met een schep maar met zijn (grote) handen :) Een schep kosten te vele tijd zei hij dan. In de zomermaanden kwam Bart helpen met "narcissen rammelen" Bart zorgde voor de aanvoer op een band en hield op die manier een stuk of 30 studenten aan de gang. nat en bezweet en hard lachend deed hij dat. Een fantastische man waar ik met veel plezier aan terugdenk. helaas is hij veel te vroeg overleden.
Geplaatst door Don , 07 juni 2020 01:58:51

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web