ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Herinneringen bij een foto …

Als jongetje van tien, woonachtig in de zeeheldenbuurt in Amsterdam-West, wilde ik maar één ding en dat was wielrenner worden. En niet zo maar een wielrenner, maar winnaar van de Tour de France. Voor minder doet een jongetje van tien het niet.

De Tour had ik net ontdekt, via een kort verslagje in de krant van hooguit driehonderd woorden over een Nederlander, die het als enig overgebleven renner van de nationale ploeg zo goed deed en in een etappe zesde was geworden.

Ik had van mijn jongensfiets al alles afgesloopt wat niet op een racefiets thuishoort en van de zoon van gangmaker Cor Beets voor een rijksdaalder, die ik voor mijn verjaardag van mijn opa had gekregen, een oud baanstuur gekocht.

Ik was de hemel te rijk toen mijn moeder bij de textielwinkel van Max Plotske in de Kinkerstraat thuiskwam met een geel T-shirt. Dat was iets nieuws T-shirts en met dat ding aan reed ik op mijn pseudo racefiets elke dag de straat uit, want aan het eind van de Jan Evertsenstraat hield Amsterdam op en kon ik mezelf wijsmaken een echte wielrenner te zijn.

’s Nachts droomde ik van de Tour de France en hoe ik daar in de bergen Ferdi Kübler en Stan Ockers zou bedwingen. Die had ik namelijk gezien in het bioscoopjournaal en die beelden zag ik in mijn bedje keer op keer terugkomen.

Ik ben geen wielrenner geworden. Mocht niet van thuis. Mijn vader – zelf wielrenner geweest – vond het veel te gevaarlijk en mijn moeder vond het een ordinaire sport en flikkerde al mijn wielerplaatjes in de kachel toen ik met een slecht rapport thuiskwam.

We emigreerden naar Canada, voor mijn ouders de grootste fout die ze in hun leven gemaakt hebben. Ik vond het prachtig, want ik ontdekte daar dat er meer sporten waren dan wielrennen en voetbal, zoals honkbal, ijshockey en basketball.

Terug in Nederland volgde ik weer het wielrennen, maar als lid van The Wolves, een basketballvereniging was ik elke dag met ballen bezig. Eén keer in de week trainen en iedere dag na schooltijd naar het Museumplein om op het daar aangelegde basketballveldje een pot te spelen.

Ik werd met mijn team kampioen van Nederland, maar mijn beleving voor die sport haalde het niet bij de passie die ik voor het wielrennen had. Ik volgde de successen van de Nederlanders in de Tour en soms droomde ik nog weleens in het geel op het erepodium in Parijs te staan.

In juli 2015 was er in Utrecht in het Spoorwegmuseum een tentoonstelling over de geschiedenis van de Tour de France, het evenement dat dat jaar in die stad van start ging. Weken daarvoor was ik benaderd door Jos Zijlstra, de conservator en inrichter van die tentoonstelling.

Hij had de eerste twee delen van mijn boeken over de geschiedenis van Nederland in de Tour de France gelezen en was geboeid geraakt door de biografieën van de renners die in lang vervlogen tijden in de Tour hebben gereden. Ze hadden voor hem door die boeken een gezicht gekregen, zei hij.

Twee dagen voor de tentoonstelling officieel werd geopend heb ik die op zijn uitnodiging bezocht. Ik heb er alleen met Jos een uurtje rondgelopen en voelde me langzamerhand weer dat jongetje van toen, terwijl ik me vergaapte aan al die relikwieën die Jos bij elkaar had gebracht.

En toen was er dat podium, het erepodium van de Tour de France. Met portretten van Jan & Joop en twee van die uitgezaagde kusmissen. Ik kon het niet laten, ik moest even op de hoogste trede.

Jos fotografeerde me met mijn camera en toen ik weer met beide benen op de grond stond, besefte ik dat ik als ouwe lul weer een jongensdroom had beleefd. Wat een zegen dat een mens over zoiets als een geheugen beschikt.

Door Fred van Slogteren, 10 oktober 2017 12:00

Fred in het geel

Mooi verhaal Fred
Geplaatst door Piet van der Meer, 10 oktober 2017 19:03:53

fred in het geel 2

Idd, een van de betere verhalen van je van de laatste tijd... :-)
Geplaatst door marcoV, 13 oktober 2017 11:53:34

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web