ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Het balhoofdplaatje van Otto …

De Mol, een bijnaam die tot mascotte verheven is? Wie zal het zeggen? De rijwielfabriek De Mol in Ossendrecht beleefde zijn gloriejaren onder leiding van Sjaan (Jean) Suijkerbuijk, geboren in 1906.

Toen ik de bejaarde ondernemer in 1985 opzocht, wist hij niet meer waar de naam vandaan kwam. Van zijn vader ongetwijfeld, die de fietsenfabriek rond 1900 heeft opgericht, maar waar die de naam vandaan had was in Huize Suijkerbuijk nooit onderwerp van gesprek geweest.

De eerste melding van het bedrijf in de archiefstukken van de Kamer van Koophandel in Bergen op Zoom dateert van 1911. Volgens een oud-medewerker kwam de naam van ene Stan De Mol in Kapellen (België), van wie vader Suijkerbuijk het bedrijf zou hebben overgenomen.

Stan De Mol heette eigenlijk Constantijn Hendrickx, maar dat vonden de eenvoudige ongeletterde inwoners van het (toen nog) boerendorp Kapellen een veel te moeilijke naam. Constantijn werd Stan en Hendrickx werd De Mol, de naam van zijn moeder.

Tussen de twee wereldoorlogen floreerde het bedrijf en in 1932 werd er voor het eerst aan sponsoring gedaan. Dat was toen er een Nederlandse ploeg op fietsen van De Mol en met die naam op de truitjes deelnam aan de Ronde van Vlaanderen.

Toentertijd was wielrennen op de openbare weg in Nederland verboden en dus waren de wegrenners uit de zuidelijke provincies op België aangewezen. Kopman was de Zeeuws-Vlaming Cesar Bogaert uit St. Jansteen, een van de eerste Nederlanders die in het buitenland uitslagen reed.

De ploeg bestond verder uit Cees Heeren, Hans Bockom, Marinus Valentijn en ene Kisters. Andere De Mol renners waren: Jan Maas, Twan Mazairac, Jan Hoeks, Piet en Rinus van de Wiel en Bram Ranschaert.

Ook Toon van den Boogaard reed voor de Tweede Wereldoorlog voor De Mol. Toon was de man die later zijn naam zou verbinden aan de voorloper van de Gerrie Knetemann Trofee. Dat was de Toboga-beker, voor de winnaar van een regelmatigheidsklassement voor amateurs, .

En niet te vergeten werelduurrecordhouder Jan van Hout en de Vlaming Karel Kaers, de wereldkampioen van 1934. In dat jaar was Sjaan Suijkerbuijk bondscoach van de Nederlandse ploeg bij de wereldkampioenschappen op de weg in Leipzig.

Kaers won bij de profs en Kees Pellenaars (foto), de latere ploegleider van de Nederlandse Tourploeg in de jaren vijftig, bij de amateurs. Hitler was toen nog een bevriend staatshoofd en daarom werd Kees na afloop van de titelstrijd een lauwerkrans omgehangen met daaraan linten vol hakenkruizen. Niemand die er toen aanstoot aan nam.

Of hij op een fiets van De Mol reed, weet ik niet, maar Hans Bockom, Cesar Bogaert en Marinus Valentijn wel, die in de jaren dertig alle drie twee maal Nederlands kampioen bij de profs zijn geweest. Bockom overigens al in de jaren twintig.

Kortom, een roemruchte racegeschiedenis, die vrij plotseling ophield toen de renners van ’t Heike (St. Willebrord en omstreken), zoals Wim van Est en Woutje Wagtmans en bloc overstapten naar een geduchte concurrent.

Dat was Remy, de fietsenfabriek van René en Mary Wouters, eveneens gevestigd in Ossendrecht. Sjaan Suijkerbuijk zag het met lede ogen aan, sukkelde verder en hield er in 1948 helemaal mee op.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Otto Beaujon, 6 oktober 2017 12:00

Vraag

Dag
Ik zoek een balhoofdplaatje van De Mol (Ossendrecht)
Lijkt me prachtig want mijn bedrijf heet Talpa de witte mol
Ik kan daar erg van genieten. Komt dan in mijn kleine kantoor een soort klein museum
Alvast bedankt voor uw reactie
Klaas stapensea Beemster 13 8302nd emmeloord
Stapensea@hotmail.com
Geplaatst door Klaas stapensea , 12 december 2017 21:11:08

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web