Van de boekenplank van Wim …

LES HISTOIRES EXTRAORDINAIRES DU TOUR DE FRANCE

door Gaston Bénac

Een Frans boek uit de vroegere verzameling van Wim van Eyle. De titel zegt me weinig maar de naam van de auteur des te meer. Gaston Bénac (1881-1968), de journalist bij wie ik nostalgische gevoelens krijg. Hij was namelijk een tijdgenoot van enkele vermaarde Nederlandse sportjournalisten.

Mannen als Barend Schilperoort, Kick Geudeker, Aad van Leeuwen, Jan Cottaar, Jan Liber daar stond je voor op als je ze tegenkwam. Daar nam je je hoed voor af (if any) op de perstribune van het Olympisch Stadion. Goed in het pak en altijd met een sigaar in het hoofd, lieten ze de verering minzaam over zich heen komen. Zij waren de goden van de perstribune en zo gedroegen ze zich ook.

Gaston Bénac was hun Franse evenbeeld. De man schreef wedstrijdverslagen, maar ook columns over de wielersport en die werden gretig gelezen, want zijn mening deed er toe. Van die columns, in die tijd cursiefjes genoemd, zijn er in dit boek een aantal gebundeld. Voor het merendeel geschreven portretten.

Op geheel eigen wijze schetst hij een aantal mensen die een rol speelden in de Tour de France in de jaren dat hij deel uitmaakte van de karavaan. Zoals die bijzondere meneer Henri Desgrange, de eerste organisator van de Tour en Eugène Christophe, een wielrenner uit het stenen tijdperk met een kop als een kassei, een martiale knevel en de kracht van een oude Galliër, zijn bijnaam.

De Belgische wielerfamilie Buysse komt natuurlijk ook aan bod, evenals de Italiaanse campionnissimo Ottavio Bottecchia die onder merkwaardige omstandigheden om het leven is gekomen. En niet te vergeten de Parijzenaar Georges Speicher.

Die Duits klinkende naam spreek je in Frankrijk uit als spee-ie-sjer. Speicher leerde pas op zeventienjarige leeftijd fietsen, een goede leerling want negen jaar later won hij in één jaar zowel de Tour de France als het wereldkampioenschap.

Verder staan er verhalen in dit boekje over kleurrijke figuren als Francis Pélissier, Jean Robic, Roger Lapébie, Jacques Marinelli en ga zo maar door. Bénac was zelf trouwens ook een kleurrijk figuur die zo te zien ook graag een Pernodje lustte.

Hij werkte voor Paris Soir en France Soir en net als Antoine Blondin volgde hij de Tour achterop de motor. Vandaar dat petje op het omslag. Voor ons Nederlanders is hij ook van belang geweest, al zullen niet veel mensen dat nog weten.

Bénac is namelijk de man geweest die Gerrit Schulte (foto) zijn meest bekende bijnaam gaf, toen hij de Amsterdamse Bosschenaar in een van zijn verslagen le fou pédalant noemde, ofwel De fietsende gek.

Hij deed dat na een wedstrijd in de Parijse Tuilerieën waar Schulte zo met zijn krachten smeet, dat hij was uitgepierd toen de prijzen werden verdeeld. Bénac bedoelde het cynisch, maar Schulte beschouwde het zijn leven lang als een eretitel, een geuzennaam.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 28 september 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web