Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 29 augustus …

Een kleine renner met een grote naam. Zijn vader Janus en zijn oom John waren in de jaren dertig beroemde coureurs, die allebei kampioen van Nederland zijn geweest. Dat zat er voor Piet echter niet in.

Ik heb hem een keer geïnterviewd in zijn woning in Breda. Een forse man met brede gebaren en mooie verhalen. De reden voor het interview was het feit dat hij tijdens zijn wielercarrière veel heeft opgetrokken met Jan Janssen.

Jan was in die tijd een grote vedette die zijn naam – als kopman van een Franse ploeg – regelmatig te gelde maakte in Frankrijk. Na de Tour de France werkte hij elk jaar in de maand augustus overal in dat grote land criteriums af.

Evenals andere groten van die tijd als Jacques Anquetil, Raymond Poulidor, Rik Van Looy, Tom Simpson, Rudi Altig, enzovoort. Dat was beulswerk, want dag na dag koersen met grote verplaatsingen die doorgaans met de auto werden afgelegd.

Die mannen hadden allemaal een chauffeur, meestal een collega-renner die dan ook mee mocht fietsen en verder voor het materiaal zorgde, zijn kopman masseerde en alles deed wat verder noodzakelijk was.

Ze verplaatsten zich meestal ’s nachts en kwamen dan in de ochtend in het plaatsje aan waar ’s avonds gekoerst moest worden en dan probeerden ze nog wat slaap in te halen in een plaatselijk hotelletje.

Op een dag reed Piet weer ergens in Midden-Frankrijk op een boerenweggetje met Jan slapend op de achterbank. Voor hem reed een oud mannetje op een brommer en die sloeg plotseling linksaf, zonder op of om te kijken of richting aan te geven.

De klap kwam hard aan en de man bleef bewegingloos op de motorkap liggen. Dood! Piet kon er niets aan doen, maar was er wel helemaal kapot van. De gendarmes die er bij kwamen waren echter uiterst streng.

De auto werd in beslag genomen en Piet moest blazen. De sfeer was uiterst onvriendelijk, tot één van die mannen Jan Janssen herkende. De stemming sloeg direct om want zo’n stel koddebeiers van het Franse platteland komt niet iedere dag een beroemdheid tegen.

De boekjes, waarin geverbaliseerd moest worden, werden gebruikt om zoveel mogelijk handtekeningen van Jan te krijgen, voor de kinderen, de neven en nichten, de oude moeder en de buurman, noem maar op, iedereen waarop ze indruk wilden maken.

De auto werd met honderd excuses direct vrijgegeven, maar de heren moesten wel even mee naar het bureau. Niet om alsnog ondervraagd te worden, maar om ook de collega’s in de gelegenheid te stellen een handtekening van de beroemde wielrenner te bemachtigen.

Over het slachtoffer werd met geen woord meer gerept en toen Piet en Jan uiteindelijk wegreden werden ze door de hele politiemacht uitgezwaaid en kregen ze een escorte met zwaailichten tot ver buiten de gemeente.

Piet kon er na meer dan dertig jaar nog niet over uit dat een mensenleven in Frankrijk soms minder waard is dan een krabbel van een wereldkampioen. Soms ziet hij het ontzielde lichaam van die oude man op de motorkap nog wel eens voorbijkomen in een boze droom.

Piet Braspennincx viert vandaag bij leven en welzijn zijn 74ste verjaardag.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 29 augustus 2017 9:00

Piet Braspennincx

Toen Piet Braspennincx stopte als chauffeur voor Jan Janssen kreeg ik die baan aangeboden. Piet raadde het mij ten stelligste af. Reden waarom ik netjes bedankte voor de eer. Piet trad toe tot het Caballero team waar ik ook mijn handtekening zette.
Toch heeft het me nog lange tijd dwars gezeten, want van wie had ik het wielervak beter kunnen leren dan van een renner als Jan Janssen?
Geplaatst door Jan van der Horst, 29 augustus 2017 16:03:21

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web