Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 27 augustus …

Het nadeel van het aloude systeem van kopmannen en knechten is dat er niet genoeg ploegen zijn om alle potentiële kopmannen tot aanvoerder te maken. Het gevolg is dat er knechten rondrijden met de kwaliteiten van een kopman.

Ward Sels was daar een goed voorbeeld van, want met zijn kwaliteiten en zijn vlijmscherpe sprint had hij vele klassiekers kunnen winnen.

Hij was een sterke, atletische renner die ingebed in de strakke hiërarchie van de Rode Brigade van Rik Van Looy (samen op foto 2) slechts incidenteel mocht aantonen hoe goed hij wel was. Dat resulteerde onder meer in twee klassieke overwinningen.

De ene was in 1965 in Parijs-Brussel en de ander een jaar later in de Ronde van Vlaanderen. Zijn grote kwaliteiten heeft hij echter overwegend gebruikt om Rik Van Looy in stelling te brengen.

In vier Tourstarts (waarvan hij slechts twee keer de finish in Parijs haalde) kwam hij tot het indrukwekkende aantal van zeven etappeoverwinningen.

In 1964 was hij na het winnen van vier ritten in een hevige strijd om de groene trui verwikkeld met Jan Janssen. Die strijd werd uiteindelijk door Janssen gewonnen omdat de Nederlander ook in bergritten punten verzamelde.

Sels daarentegen eindigde met zijn zware postuur in bergritten steevast ver in de achterhoede. Twee zware valpartijen hebben de loopbaan van de Belg drastisch bekort en in 1972 hield hij het voor gezien.

Het enige dat nog aan hem herinnert is de jaarlijkse wedstrijd op de laatste dinsdag van augustus om de Schaal Sels. Die herinnert wel aan hem, maar de schaal is vernoemd naar een meneer J.C. Sels uit Merksem.

Die koers bestaat al sinds 1921, twintig jaar voordat Ward Sels in Vorselaar werd geboren. Hij heeft hem wel gewonnen. Twee maal zelfs. Nomen est omen.

Edward Sels viert bij leven en welzijn vandaag zijn 76ste verjaardag.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 27 augustus 2017 9:00

Ward Sels, kampioen in een doodlopende straat

Eén van de beste wielerboeken die ik ooit gelezen heb is: “Kampioen in een doodlopende straat” over de wielercarrière van Ward Sels geschreven door Robin Hannelore. Het ontluisterende verhaal over de top van het Belgisch wielrennen in de jaren zestig.
Hieronder een fragment uit dit boek.
Ward Sels over Parijs-Roubaix van 1968. Die zondag ben ik werkelijk in een begenadigde dag. Ik handhaaf mij in de vlagen van het ploegenspel, ik geloof werkelijk dat het er vandaag in zit. In de Hel van het Noorden wordt het hele peloton aan flarden gereden. Op zestig kilometer van het einde zijn we nog met dertien renners samen. Net als ik in de laatste stelling rijd, op een onooglijk bruggetje in een bocht, demarreert Merckx. Janssen en Gimondi gebaren dat ze niet meer kunnen. Er is maar één oplossing, ik mag niet talmen: vanuit de laatste positie demarreer ik ook. Ik geef wat ik heb en slaag in mijn opzet: ik kom bij Merckx. “Overnemen !” brult hij. “Wacht wat!” roep ik naar adem snakkend. Als ik dan toch overneem en het weer zijn beurt is, voel ik dat hij niet doorrijdt. Wat verder sluiten Van Springel en Bocklant bij ons aan. Op dertig kilometer van de eindmeet worden we ervan verwittigd dat we twee en een halve minuut voorsprong hebben. Merckx komt naast me rijden. “We zijn definitief weg,” zegt hij. “Je krijgt vijftigduizend frank als ik win.” Ik antwoord niet, alhoewel het gevaarlijk is te zwijgen als Merckx iets vraagt: hij is het troetelkind van de heren van de Wielerbond en van de managers, hij verdient grof geld, hij kan iedereen uitkopen en omkopen en van de kaart vegen. “Zeventig,” gaat hij verder. “Ik wil zelf winnen. ”Honderd als ik alleen mag aankomen.” Die honderdduizend frank zal ik onder tafel krijgen, in het zwart dus, dat is zo de geplogenheid en dat betekent meteen dat ik er nooit mag of kan over reppen, dat niemand het ooit zal weten, tenzij de gever zo weinig scrupules heeft, dat hij die honderdduizend frank in rekening brengt op zijn belastingaangifte, maar dan zal ik er niet meer toe gebonden zijn mijn mond te houden. “Hoe zit het?” dringt Merckx aan. “’t Is goed,” zeg ik moeilijk. Ik rijd vervolgens twee keer lek en kom als vierde over de eindmeet. Als ik daarna minuten later Van Springel op het lijf loop, vraag ik wat hij beloofd kreeg. Wanneer ik mijn bedrag noem, slaat hij bleek uit van spijt. Enkele dagen later ontvang ik mijn geld via Van Buggenhout, die mij een kwijtschrift laat ondertekenen.
Hetzelfde boek eindigt met de volgende zinnen: “Ward Sels was in het midden van de zestiger jaren een te groot kampioen om te blijven kruipen voor Rik van Looy (die het toen nog alleen met woorden en centen kon) en de hem omringende maffia van big boss Van Buggenhout, Ward was in die tijd te sterk om zich goedschiks kwaadschiks neer te leggen bij de eisen van de opkomende dictator Merckx (die reeds van in zijn nieuwelingentijd door de maffia werd gekoesterd en tot verafgoding opgejut).”
Geplaatst door Piet van der Meer, 27 augustus 2017 11:21:48

Ward Sels en zijn generatiegenoten

Interessante aanvulling Piet, hoe treurig die feitelijk ook is voor de wielersport van toen.

Ik heb het idee - noem me maar een optimist - dat de huidige generatie grosso modo minder de neiging heeft zijn oren te laten hangen naar het gajes dat rondom elke sport probeert zijn bedenkelijke invloed uit te oefenen.

Echt treurig zijn natuurlijk die vedetten van vroeger die nooit de persoonlijke moed hadden (of is het gebrek aan zelfkennis?) om afstand te nemen van deze shit. In plaats daarvan blijven ze zich koesteren in hun rol van eeuwige held.

Armoe heeft vele gezichten, ben ik geneigd daaraan toe te voegen.
Geplaatst door Joep Scholten, 27 augustus 2017 20:46:57

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web