Het balhoofdplaatje van Otto …

Een bijzondere categorie 'fietsplaatjes' zijn de plaatjes waarmee je kon aantonen dat de rijwielbelasting voldaan was. Overheden in vele landen hebben ooit gemeend elke fiets een vorm van wegenbelasting op te moeten leggen.

Zo kennen we belastingplaatjes uit onder andere Frankrijk, België, Zwitserland (nog altijd), Italië, Spanje, Portugal, Egypte en vele landen in Azië, van Hongkong tot Madras, van Singapore tot Korea. In Frankrijk werd al vanaf 1896 rijwielbelasting geheven, en ook in België was er al vóór 1900 een belastingplaatje dat jaarlijks vernieuwd moest worden.

In Nederland werd de fietsbelasting ingevoerd in 1924 en dat veroorzaakte veel ophef, rumoer en protesten. De regering zag de melkkoe wel zitten, en hief een bedrag van drie gulden, wat voor een landarbeider een weekloon was.

Later werd het bedrag verlaagd tot een rijksdaalder (twee gulden en vijftig cent). Mensen protesteerden, maar er hielp dat eerste jaar geen lievemoedertje aan. Zoals altijd bij een nieuwe maatregel werd er in het begin flink 'gehandhaafd', zoals dat tegenwoordig heet.

Oom agent deelde ferme bekeuringen uit, en dat was een gemakkelijke klus: het bewijs was onomstotelijk geleverd als het plaatje niet 'vast' aan de fiets bevestigd zat. Later mocht het ook bijvoorbeeld in een leren houdertje met een riempje aan het stuur bevestigd zijn, waardoor er binnen een gezin nog wel eens geschipperd kon worden.

Het ministerie van Financiën had van de Fransen het model afgekeken: elk even jaar zou het plaatje van messing zijn, en elk oneven jaar van aluminium, zodat de Franse oom agent in één oogopslag kon zien of het plaatje van het nieuwe jaar gemonteerd was. Maar in Frankrijk was het tarief een stuk schappelijker dan bij ons. En toen in 1925 het eerste Nederlandse plaatje van aluminium verscheen, zorgde het voor veel ophef in de samenleving, vergelijkbaar met het eigen risico in de zorg in deze tijd.

Als het om geld gaat zijn mensen heel vindingrijk, want het plaatje werd prompt door slimmeriken nagemaakt. Ze leenden een plaatje van iemand, die er wel één gekocht had, en maakten er een afdruk van met een stuk aluminiumfolie van bijvoorbeeld een chocoladereep. Die afdruk werd dan op een stukje karton geplakt en vervolgens in het leren hoesje of het metalen houdertje gedaan.

Zo kon het gebeuren dat het aantal verkochte plaatjes in de verste verte niet dat van het jaar ervoor haalde. Het totaal kwam zelfs niet hoger dan dertig procent van een jaar eerder. Toen het ministerie er achter kwam wat de reden van die terugloop aan inkomsten was, is de vormgeving bij wet veranderd: het plaatje moest van messing gemaakt worden en ieder jaar een andere vorm krijgen.

Voor het ontwerp werd jaarlijks een vermaard kunstenaar uitgenodigd en die werd daar vorstelijk voor betaald. De plaatjes zijn wel geslagen, maar nooit uitgegeven. Een van de weinige voordelen van de bezetting, want de Duitsers moesten er niets van hebben en hebben de rijwielbelasting afgeschaft.

Door Otto Beaujon, 30 juni 2017 12:00

Re; Voor het ontwerp werd jaarlijks een vermaard kunstenaar uitgenodigd

Nee-hoor Fred van Slogteren,

Er-zijn in/die 17-jr. maar 3 ontwerpers geweest: 1. Christiaan(Chris v/der hoef)2. Willem Jacob Rozendaal, en 3. Johannes Cornelis Wienecke, en-een 4e. Christoffel(Chris)Agterberg, die-heeft alleen `t-plaatje 1941/42 gemaakt/vervaardigd is-niet meer gebruikt omdat/de RWB-belasting op 1 Mei 1941 werd afgeschaft, en/de plaatjes waren-geldig van: 1 Aug. t/m 31 Jul. van/het jr.-daarop dus: 1941/42 heeft nooit dienst gedaan.

+ plaatje 1924 was-geen eigen-ontwerp van; Chris v/der Hoef maar-een afgeleide naar Frans-voorbeeld.

Mvrgr. JB. Steenhoek, Purmerend
Geplaatst door JB. Steenhoek, 16 juni 2018 22:45:03

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web