Van de boekenplank van Wim …

OP DE HELLING

door Boudewijn Smid

Ik heb het in het algemeen niet zo begrepen op romans die de wielersport tot onderwerp hebben. Ik heb altijd het gevoel een non-fictie boek te lezen, waarbij de namen van de hoofdpersonen zijn veranderd.

De gebeurtenissen worden wat gechargeerd beschreven, culminerend in een van tevoren bedacht plot. Maar dat is mijn mening en ik heb geprobeerd dat vooroordeel bij het lezen van dit boek uit te schakelen.

Op de Helling gaat over vijf vrienden die elkaar al jaren kennen van het voetballen. Getrouwde mannen met kinderen, met een goede opleiding en maatschappelijke status, die eens per jaar met elkaar in Frankrijk gaan fietsen.

Of eigenlijk cols beklimmen, want daar gaat het bijna uitsluitend over. Van die vijf komen Alexander, Peer en Boris als karakters nauwelijks uit de verf. Alexander is nog een soort tussenpersoon tussen de twee overgebleven karakters, maar meer ook niet.

Het gaat om Jaap en vooral Thomas, de hoofdpersoon. De vijf hebben het plan opgevat La Marmotte te gaan fietsen de klimtoertocht over 175 kilometer met achtereenvolgens de Glandon, de Télégraphe, de Galibier en l’Alpe d’Huez.

Die tocht is fraai beschreven in het tweede deel van het boek met een verrassend en dramatisch einde. Het is mooi gedetailleerd opgeschreven en ik vermoed dat Thomas het alter ego is van de auteur.

Die zag ik immers op tv in een programma dat De Nachtzoen heet, waarin hij in gesprek met Annemiek Schrijver over zijn slapeloosheid spreekt. Slecht slapen is ook de makke van Thomas en die handicap speelt een belangrijke rol in het boek en het is duidelijk een ervaringsdeskundige die het allemaal heeft opgeschreven.

Thomas blijkt zich in hoge mate te ergeren aan Jaap, de beste klimmer van de vijf die er qua training en instelling het meest voor doet om maar zo vaak mogelijk – het liefst altijd – als eerste boven te komen. De op ordinaire jalouzie gebaseerde ergernis van Thomas doet mij wat kinderachtig aan, want wie er als toerfietser zo veel voor doet als deze mannen is een absolute sportman.

En een sportman wil winnen of hij nou Contador heet of een oude opa in het bejaardenhuis is die af en toen zijn scootmobiel wil uitproberen. Ik kon niet zoveel naars in Jaap ontdekken, maar Thomas kennelijk wel.

Zijn ergernis over bijna alles wat Jaap doet neemt soms groteske vormen aan. Als hij ladderzat tijdens een diner in een restaurant verbaal de aanval opent op Jaap ben ik als lezer bijna geneigd Jaap sympathieker te vinden dan de hoofdpersoon.

Er wordt trouwens behoorlijk gezopen tijdens de eerste dagen van de week en ook dat kan ik niet rijmen met het doel waarvoor ze naar Frankrijk zijn afgereisd.

Thomas heeft zich voorgenomen Jaap deze keer te verslaan en dat gaat in zijn gedachten erg ver. Überhaupt begrijp ik niet zo goed waarom iemand een week gaat fietsen met een ‘vriend’ die hij eigenlijk niet kan uitstaan, maar ik heb wel meer niet begrepen.

Het eerste deel deed me denken aan La Grande Bouffe, de schitterende film van Marco Ferreri, waar vier mannen zich in een oude villa opsluiten om zich dood te eten.

Die insteek is hier ook aanwezig, maar in plaats van liederlijk vreten gaat het bij deze mannen om bergen beklimmen. Het eerste deel vond ik moeilijk door te komen, maar het tweede maakt gelukkig veel goed.

Door Fred van Slogteren, 1 juni 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web