Het balhoofdplaatje van Otto …

Eén van de oudste 'versnellingssystemen' op de fiets is de retro. Het is al in 1896 bedacht door Manufrance, de grote nationale Franse wapenindustrie in Saint Étienne.

Als nevenproduct worden daar ook fietsen gemaakt, net als bij andere grote wapenindustrieën in de wereld als BSA, Royal Enfield, Simson, BH, Skoda, FN, enzovoort.

Het systeem van de retro werkt als volgt: als je gewoon vooruit trapt, drijft de ketting vanaf het voorblad het kleinste kransje achter aan.

Wordt het te steil of heb je zware tegenwind, dan kun je ook achteruit trappen: dan drijft de ketting, van onderuit het voorblad, het grootste kransje achter aan.

Je kon als je na enige oefening aan het idee gewend was achteruit trappend net zoveel kracht ontwikkelen als vooruit.
De retro werkte in de praktijk uitstekend en het werd een groot commercieel succes.

De grote Franse merken als Hirondelle, Mercier en ook Manufrance konden de met de retro uitgeruste fietsen niet aanslepen.

Helaas waren de voordelen ervan niet voor wielrenners weggelegd. Van Henri Desgrange mochten ze de retro niet in de Tour de France gebruiken en ook in andere wedstrijden was het verboden.

Pas in 1937 ging de UCI overstag. Wat op gewone fietsen al de gewoonste zaak van de wereld was, werd ook op racefietsen toegestaan.

Voor het eerst mocht in de Tour de France en de andere grote wedstrijden met versnellingsapparaten worden gereden. De techniek van de retro was toen echter al achterhaald en zo verschenen de derailleurs in het peloton.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog stonden de fietsen met een retro-versnelling in de catalogi van Manufrance. Opmerkelijk is, dat het systeem ook veel werd toegepast op bakfietsen. Het was robuust en je kon nooit 'mis-schakelen’.

Foto's: archief Otto Beaujon

Door Otto Beaujon, 31 maart 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web