Uit de ordners van Jan

"Komende zondag is de 42e Amstel Gold Race en daarom vandaag wat aandacht voor deze bijzondere koers. De grondlegger van de Amstel Gold Race is Herman Krott (foto). Deze legendarische Amsterdammer was jarenlang de persoonlijke begeleider van zesdaagserenner Peter Post. Hij was ook ploegleider van één van de meest fameuze amateurformaties ooit: de Amstel Bier-ploeg. In de kleuren van de brouwerij had Krott renners als Fedor den Hertog, Gerrie Knetemann en Joop Zoetemelk onder zijn hoede. Tevens organiseerde hij in de beginjaren zestig met zijn sportbureau Inter Sport vele criteriums in Nederland. Én natuurlijk was Herman Krott ook de grondlegger van de Amstel Gold Race. Na een bezoek aan de Waalse Pijl in 1965, om renners te contracteren voor de criteriums, vond hij het hoog tijd worden dat er ook in Nederland een mooie koers zou komen. Nederland liep internationaal toch al achter in het wielrennen. Nadat de eerste Tour de France al in 1903 werd verreden verscheen pas in 1936 voor het eerst een bescheiden Nederlands ploegje aan de start en tot in de jaren dertig was het in Nederland zelfs verboden om per fiets wedstrijden van stad tot stad te houden.

Krott had een wedstrijd in zijn hoofd die van de Amsterdamse Mauritskade waar destijds de Amstel Brouwerij lag naar de heuvels van Zuid-Limburg zou gaan. Amstel was één van de belangrijkste sponsors tijdens de criteriums, die Krott samen met zijn compagnons Charles Ruys en Ton Vissers organiseerde en de brouwerij wilde wel als hoofdsponsor fungeren om met alle publiciteit eromheen Amstel Gold, een nieuws pilsje, in de markt zetten. Krott kreeg echter geen vergunning om op Koninginnedag in Amsterdam te starten. De gemeente was in dat jaar uiterst huiverig voor manifestaties waar veel mensen op afkwamen, want ze hadden in de hoofdstad de handen vol aan de provorellen, terwijl het huwelijk van Beatrix en Claus ook voor de nodige consternatie had gezorgd. Ook Rotterdam, de tweede startoptie, viel af omdat er geen toestemming kwam om over de Moerdijkbrug te trekken. Daarom werd noodgedwongen uitgeweken naar Breda. De vergunning van het ministerie van Verkeer en Waterstaat liet lang op zich wachten en pas tijdens de persconferentie op 26 april 1966, vier dagen voor de start, kwamen de benodigde vergunningen los. Net toen Krott aan de pers wilde meedelen dat de zaak niet doorging, kwam het verlossende telefoontje.

En zo kon op 30 april 1966 de eerste Amstel Gold Race toch nog van start gaan. De afstand van de ronde was nogal opgerekt, omdat de festiviteiten van Koninginnedag er voor ...

... zorgden dat de karavaan met ruime afstand om diverse dorpen en steden werd geleid. 302 kilometer lagen voor de wielen toen in het Mastbos in Breda het starschot werd gegeven. Met vedetten als Jacques Anquetil, Raymond Poulidor en Jan Janssen en nog 117 renners ging de eerste Amstel Gold Race naar de Zuid-Limburgse heuvels.

Op een tiental kilometers van de meet demarreerden de Fransman Jean Stablinski en de Belg Bernard Van Den Kerckhove uit de dertien renners tellende kopgroep. De twee renners van Ford-France kregen nog gezelschap van de voor eigen publiek rijdende Limburger Jan Hugens. Hugens wilde winnen en op pure klasse reed hij zo bij de twee andere weg. Maar het noodlot sloeg toe, want met de finishlijn in zicht, kreeg de sterke Limburgse tijdrijder problemen met zijn ketting en op zo’n honderd meter van de streep werd hij achterhaald. Stablinski won de sprint en werd daarmee de allereerste winnaar van de Amstel Gold Race. Van Den Kerckhove eindigde als tweede en op vijf seconden finishte de ontroostbare Hugens. Herman Krott had als eerste winnaar een renner met een grote naam en daar had hij bijna voor gebeden. Stablinski won in zijn carrière onder meer de Henninger Turm, de Ronde van Spanje en het WK op de weg. De aspirant-klassieker kwam daardoor met stip binnen op de internationale wielerkalender en verwierf zich in de loop der jaren de status van ProTour-klassieker. De enige in Nederland.

Een jaar later startte men wel bij een vestiging van de Amstel Brouwerij, gelegen in Helmond. Koersdirekteur en parcoursbouwer Herman Krott, officieel benoemd tot coördinator van Amstel Wielerevenementen, maakte dertig edities vol, want hij bleef tot eind 1995 in funktie. Daarna gaf hij het stokje over aan ex-wielrenner Leo van Vliet, die als amateur ook in Herman Krott’s befaamde Amstel-team had gefietst. In de jaren die volgden kwam de startplaats steeds dichter bij Zuid-Limburg te liggen. Van 1967 tot en met 1970 werd in Helmond gestart, daarna in Heerlen (van 1971 tot en met 1997) en tenslotte in Maastricht, waar vanaf 1998 het startschot wordt gelost. Ook de finishplaats bleef niet dezelfde. Meerssen mocht het tot en met 1990 zijn, waarna Maastricht twaalf jaar aan de beurt was. De laatste jaren wordt er bovenop de Cauberg in Valkenburg gefinisht.

In de eerste jaren waren het vooral Nederlanders en Belgen die de lakens uit deelden. In 1967 bleef Arie den Hartog Cees Lute en Harrie Steevens voor. Steevens won een jaar later en in de vijf jaar daarna was het steeds een Belg, zoals Eddy Merckx en Walter Planckaert. Gerrie Knetemann won zijn eerste van twee zeges in 1974, toen hij na een lange solo alleen aankwam. Het duurde ruim drie minuten voor de volgende renner over de streep kwam, dat was Walter Planckaert die de sprint van een 23-man tellende groep won.

In 1977 begon Jan Raas aan zijn zegereeks. De Zeeuw won in zes jaar maar liefst vijf keer. De wedstrijd werd in die jaren officieus de Amstel Gold Raas genoemd. De eerste keer dat hij won, was hij schier onoverwinnelijk. Hij doorstond het tactisch ploegenspel van de concurrerende ploeg Raleigh en versloeg zijn medevluchters Gerrie Knetemann en Hennie Kuiper in de sprint. Tussen 1977 en ‘82 won Raas alleen in 1981 niet. Toen waren de bloemen en de kussen voor Bernard Hinault, die de pelotonsspurt won na een wedstrijd met een en al mist. Tussen 1984 en 1991 volgden nog zeven Nederlandse zeges met Hanegraaf, Knetemann, Rooks, Zoetemelk, Nijdam, Van der Poel en Maassen. Daarna stokte het een beetje met de Nederlandse heerschappij. De Italianen en de Zwitsers ontdekten Limburg. Van 1992 tot en met ‘97 stond er geen Nederlander op het podium. Maarten den Bakker zorgde in 1998 weer voor een Nederlandse podiumplek, toen hij nipt door de Zwitser Rolf Järmann werd verslagen. Een jaar later zorgde Michael Boogerd eindelijk weer eens voor een Nederlandse zege en twee jaar later pakte ook Erik Dekker de enige Nederlandse klassieker door Lance Armstrong te verslaan. Boogerd werd de laatste jaren telkens verslagen, terwijl hij vaak de beste van de koers was. In 2002 werd hij door Michele Bartoli afgetroefd en in 2003 door Alexandre Vinokourov. Het was om gek van te worden toen ook Davide Rebellin in 2004 en Danilo di Luca in 2005 hem voor wisten te blijven. Vorig jaar werd de Hagenaar derde achter Frank Schleck en Steffen Wesemann. Boogie's oogst is desondanks indrukwekkend, want sinds 1998 werd hij één keer eerste, vier keer tweede, twee keer derde, één keer vierde en een keer negende.

Van de 41 tot nu toe verreden Amstel Gold Races won Nederland er 17, België 9, Italië 4, Zwitserland 3, Duitsland 2, Frankrijk 2, Australie 1, Kazachstan 1, Luxemburg 1 en Denemarken 1. De snelste race, die met zijn 213 kilometer tevens ook de kortste was, werd in 1967 gewonnen door Arie den Hartog. Zijn gemiddelde bedroeg 43,918 kilometer per uur. De langzaamste, en misschien ook wel de race met het slechtste weer, werd in 1973 gewonnen door Eddy Merckx met een gemiddelde snelheid van slechts 35,855 kilometer per uur.

Maar liefst tien maal heb ik zelf de Amstel Gold Race gereden, acht maal in augustus georganiseerd door WTC De Ster uit Geleen en twee maal in april op de dag na de profkoers, op touw gezet door de organisatie van Herman Krott. Ik sprak Krott een paar weken geleden hierover en hij glom nog steeds van trots toen ik hem vertelde hoe geweldig het was om die ritten te rijden. In 1990 werd de 25e profeditie verreden en men organiseerde bij gelegenheid van dit jubileum een speciale toerversie over hetzelfde parcours. Alle faciliteiten bij start- en finishlocatie liet men een dag extra staan om de sfeer zo optimaal mogelijk te maken. Ook in 1991 was ik van de partij voor de rit over 242 kilometer met de start in Heerlen en de finish in Maastricht. Bijgaand de herinnering die we van de organisatie meekregen. Op 15 augustus 1982 - ik was amper zes maanden toegetreden tot de rijen der toerfietsers - maakte ik in Geleen mijn debuut op klassiekergebied in Dwars door Limburg en exact elf jaar later was de editie van 1993 mijn dertigste en laatste klassieker.  Anno 2007 zijn er drie mogelijkheden om een Amstel Gold klassieker te rijden. Op 21 april vanuit Valkenburg, georganiseerd door de Stichting Amstel Gold Race, op 2 juni Limburgs Mooiste vanuit Landgraaf en op 24 juni vanuit Geleen de Omloop van Zuid Limburg. De afstanden variëren van 50 tot 250 kilometer, dus voor elck wat wils.

Bij de blik in de kranten van toen beperk ik me vandaag tot drie Amstel Gold Races. Die van Gerrie Knetemann in 1985, van Joop Zoetemelk in 1987 en van Stefano Zanini in 1996. Wie herinnert zich niet de zege van De Kneet op 27 april 1985? Elf jaar nadat hij als neoprof de AGR had gewonnen, was hij weer iedereen te snel af. ‘Deze overwinning is mooier. Je ziet wel, de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Hiervan kun je alleen maar dromen. Sinds mijn come-back na dat afschuwelijke ongeval was ik al blij dat ik af en toe een prijsje mee kon pikken. Als iemand mij vooraf als winnaar had getipt, zou ik gevraagd hebben of hij wel goed wijs was, ondanks het feit dat ik me wel degelijk serieus op deze wedstrijd heb voorbereid.’ Nuchter en doorspekt met een grote dosis humor analyseerde de 34-jarige veteraan (‘leeftijd zegt niets, totaal niets’) het koersverloop. Zonder een spoor van emotie, die hij wel een uur tevoren op televisie had getoond, toen hij ondersuend door Mart Smeets als een klein kind huilde. De beelden gingen de hele wereld over en velen van ons zullen er nog kippenvel van krijgen als ze het terugzien. ‘Mag het, ik ben ook maar een gewoon mens. De laatste zeven kilometer naar de finish waren de langste uit mijn leven. Er leek maar geen einde aan te komen.’

Bijzonder was ook de koers van 25 april 1987. ‘Enkele uren voor de start van de 22e Amstel Gold Race liep Theo de Rooij nietsvermoedend de massagekamer binnen van Motel Heerlen, waar de meeste renners de nacht voor de klassieker hadden doorgebracht. ‘Hé Joop, jij hier?’ zei De Rooij verbaasd toen hij Zoetemelk op de massagetafel zag liggen. ‘Doe jij ook nog mee?’ Acht uur later speelden zich in sporthal Marsana in Meerssen bijna Italiaanse taferelen af, toen de 40-jarige winnaar van de Nederlandse topkoers er zich kwam melden voor een warme douche en de dopingcontrole. De horde media-vertegenwoordigers onthaalde Joop Zoetemelk op een welgemeend applaus. Het gaf nog eens aan dat ‘Joop’ in alle geledingen van de sport een aparte plaats heeft gekregen. Die algemene sympathie lag aan de basis van wat nu al een van de meestbesproken overwinningen van het seizoen 1987 kan worden genoemd. Bewondering en spot streden om voorrang toen Zoetemelk op weg naar Meerssen zo maar kon wegrijden van Teun van Vliet en Steven Rooks, de twee sterkste renners in de finale. Geen echte demarrage, maar een simpele tempoversnelling naar het voorbeeld van het WK 1985, toen hij de hele wielerwereld verbijsterde door als 38-jarige nog de regenboogtrui te winnen. In de Gold Race van zaterdag ging het min of meer net zo. Zoetemelk kreeg de zegen van Rooks en Van Vliet en ze gaven de oude meester namens het Nederlandse peloton het eerbetoon dat allen een groot kampioen toekomt. ‘Na 18 Amstel Gold Races, 4281 kilometer en meer dan 110 uur fietsen ging Joop’s droom eindelijk in vervulling’, aldus het verslag van John Hoofs in De Gelderlander.

Herman Krott had jarenlang een droom: een Italiaan op de erelijst van zijn Amstel Gold Race. En op 27 april 1996 – een jaar nadat Krott met pensioen was gegaan - ging die droom eindelijk in vervulling. Dertig afleveringen had hij vergeefs aan de streep gewacht om een Italiaan op de erelijst bij te schrijven. Maurizio Fondriest en Gianni Bugno ondernamen verwoedde pogingen, maar zonder succes. Op die zaterdag in 1996 kreeg Herman Krott niet alleen een VIP-behandeling van de organisatie, maar ook zijn Italiaanse winnaar: Stefano Zanini (foto). ‘Ik ben weg en het lukt meteen’, zei Krott ontroerd bij de finish. ‘Zanini is een prachtige winnaar’. Trouwens, tijdens deze 31e editie kwam weer eens schrijnend aan het licht hoe miserabel het toen met het Nederlandse wielrennen was gesteld. Maarten den Bakker was de beste landgenoot, op een roemloze 57e plaats en Michael Boogerd debuteerde met een 67e plaats op 3 minuut 46, maar zijn tijd moest nog komen.

Dan nog even snel week 16 doornemen in de rubriek ‘De week van 1979’. Maandag 16 april was tweede paasdag en we gingen verder met de Ronde van België. Marc Demeyer won de sprint in Geel en Piet van Katwijk werd daar vierde. In Dilsen versloeg Walter Planckaert dezelfde Van Katwijk, terwijl broer Fons derde werd. De rit naar Verviers was voor Herman Vanspringel en de tijdrit rond dezelfde plaats voor Daniël Willems. Gerrie Knetemann moest 32 seconden toegeven. Op donderdag won Eddy Verstraete de laatste etappe en Daniël Willems het eindklassement voor Vanspringel, De Wolf en Pollentier. Gerrie Knetemann was met de 5e plaats de beste landgenoot.
In diezelfde week won Raymond Martin Parijs-Camenbert, Roger De Vlaeminck won drie van de vier ritten plus het eindklassement in de Ronde van Puglia. Op zaterdag 21 april won Jos Lammertink de Dorpenomloop van Drenthe. Hij was de sterkste van een kopgroep van vier. Ad Tak was tweede, Jans Vlot derde en Arie Hassink vierde.
De week werd afgesloten met de 65e editie van Luik-Bastenaken-Luik. De Duitser Dietrich Thurau won zijn eerste grote klassieker. Hij had op de Boulevard de la Sauveniére 55 seconden voorsprong op Bernard Hinault, Daniël Willems, Gibi Baronchelli, Eddy Schepers, Lucien Van Impe en Michel Pollentier. Gerrie Knetemann was de beste landgenoot op de 22e plaats.

En omdat Eddy Merckx gedurende zijn loopbaan op 16 april geen enkele overwinning behaalde, wil ik zijn prestaties in de Amstel Gold Race nog eens aanhalen. Bij zijn debuut in 1967 werd hij 16e, in ‘69 3e achter Guido Reybroeck en Jos Huysmans, in 1970 was een 8e plaats zijn deel. Overwinningen waren er in 1973 en in 1975, in 1977 was zijn laatste optreden met een 9e plaats. Op 7 april 1973 hadden de 165 deelnemers te maken met bijzonder slecht weer en een kannibaal die weer eens ongenaakbaar was. Het gevolg was dat slechts 28 coureurs de finish bereikten. In de finale kwam een groep van 16 renners aan de leiding, met Merckx, Zoetemelk, Kuiper, Maertens, Verbeeck, Poulidor en Vanspringel. Kuiper demarreerde op de Sibbergrubbe, maar bij de tweede doorkomst van de Keutenberg haalde Zoetemelk Kuiper bij. Op de Fromberg haalde Merckx de twee Nederlanders bij om ze op de Sibbergrubbe achter zich te laten. De Belg, die eerder in het seizoen al Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik op zijn naam zette, reed in sneltreinvaart naar de meet. Het duurde maar liefst drie minuten voor Verbeeck, halfbevroren, de tweede plek voor zich opeiste. Het Belgische succes was compleet toen Herman Vanspringel de derde plek veroverde.

Twee jaar later, op 29 maart 1975, was de Amstel Gold Race een spannende koers waarin de jonge Freddy Maertens en zijn aartsrivaal Eddy Merckx de hoofdrollen speelden. Terwijl het peloton zich prepareerde voor de beklimming van de Keutenberg begon de koers zich te ontvouwen. Een selecte groep met Merckx, Bruyère, beide van Molteni, de Flandria-coureurs Maertens en Pollentier, Bal en Knetemann van GAN Mercxier, Thurau en Pronk van Raleigh en nog een aantal eenlingen van andere ploegen, zoals Kuiper reden op volle snelheid naar de voet van de klim. Boven ontsnapte Merckx en Maertens was de enige die nog kon aanhaken. Bij het ingaan van de finale was het een makkie voor Merckx om de, zowel mentaal als fysiek, uitgeputte Maertens achter te laten en solo naar de winst te rijden. Maertens werd tweede en Bruyère won de sprint van de achtervolgende groep.

Tot slot nog even dit: vandaag exact 41 jaar geleden, op zaterdag 16 april 1966 won een van onze vaste lezers, Jan van der Horst uit Haarlem, de 9e Ronde van Friesland. Het was erg koud die dag, want de elementen lieten zich gelden zoals slechts bij een Elfstedentocht op de schaats te verwachten is. Een ijzige Noordoostenwind, aangevuld met een onophoudende druilregen maakte de bijna 200 kilometer lange wegkoers tot een ware hel. Jan van der Horst overtroefde met een harde uithaal in de slotfase alle anderen en was tijdens een briljante solo niet meer in te tomen. De Amsterdammer Daan Holst werd tweede, Jan van Katwijk derde en Evert Dolman vierde. Voor de Wielersport was deze prestatie aanleiding een lachende Van der Horst met ploegleider Gé Peters op de cover te plaatsen.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 16 april 2007 10:00

ronde van friesland 1966

hallo Jan , was dat diezelfde Ronde van Friesland waar Piet de Wit aan het vertrek stond met een paar nylon kousen van zijn zuster aan om zich te wapenen tegen de kou?

Geplaatst door theo, 17 april 2007 00:39:48

ronde van Friesland

Beste Theo,
Het was inderdaad die ronde en ik had k een panty aan die ik aan de buitenkant insmeerde met uierzalf.

Geplaatst door Jan v d Horst, 17 april 2007 08:26:58

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web